KOEN FILLET/LINDA ASSELBERGS
...

KOEN FILLET/LINDA ASSELBERGSIk ben afgedaald van de berg die we twee weken lang de onze mogen noemen, tot onder de platanen op het Franse dorpsplein, place de la Libération. Het is halfeen, het heetste moment van de dag. De lucht trilt en de autochtonen verschuilen zich. Enkel de bronzen generaal Jean-Jacques Basilien Gassendi negeert de siësta. Vanaf zijn marmeren zuiltje kijkt hij monumentaal voor zich uit. Vier leeuwen spuwen eau non potable ter zijner eer en glorie. Gassendi, inspecteur van de Napoleontische artillerie en held van de slag bij Marengo. Verder twee duiven, een magere kat die een oog mist en ik. Voor de rest is het plein leeg. Ik sla een vlieg van mijn benen. Dat is al heel wat, Linda, want ik heb me voorgenomen niets te doen vandaag. Rien. De plannen voor morgen : rien. Vakantie is vakantie. Dit dorp lijkt het daar volmondig mee eens. Ici ne se passe rien du tout. Dat blijkt ook in de krantenwinkel. Tot in het kleinste Franse gat is Het Laatste Nieuws te koop, hier niet. Hier zelfs geen nationale Franse krant, de Tabac Presse levert enkel La Provence, een lokale krant die uit doorgaans welingelichte bron kan bevestigen dat er gisteren in de wijde omgeving volstrekt niets is gebeurd. Er werd gevoetbald, dat wel, en er werd petanque gespeeld. Henri Martin is overleden, de horoscoop voorspelt hoofdpijn voor het sterrenbeeld schorpioen en men overweegt airco te installeren in de metro van Marseille. Je zult het met me eens zijn, Linda, dat valt allemaal onder de categorie rien. De vlieg is halsstarrig. Als ik ze doodsla, staat dat morgen in de krant. Ik nip aan mijn Ricard en met het oog op een pointe hoop ik dat er toch iéts gaat gebeuren op de place de la Libération. Een klein burenruzietje. Of dat er een auto over de eenogige kat rijdt. Hollandse toeristen die in hun soort Frans de weg vragen. Of dat desnoods de garçon, die me in ruil voor mijn zitje een tweede Ricard komt verkopen, aan zijn ballen zou krabben. Maar niets van dat alles. Zelfs geen zuchtje wind, de driekleur aan de gevel van de Mairie is al die tijd bewegingloos gebleven. Ici ne se passe absolument rien. Parfait ! (www.koenfillet.be)Ik ken ze, Koen, die roerloze Zuid-Franse dorpjes. Er is altijd een place of een rue Gambetta en een monument Les enfants tombés pour la patrie, met zo'n geloken engel en twee rijtjes namen in marmer, omdat les boches na één keer nog niet wijzer waren. De heerlijkste vakanties waren het, in een huurhuisje op een heuvel of anderzijds ver van het rumoer, tussen de afgedankte meubelen van iemands méméen pépé en op de achtergrond Radio Nostalgie. Drie keer per dag Nathalie van Gilbert Bécaud en minstens even vaak Pour un flirt van dinges, hoe heet hij ook alweer, Michel Delpech. Pour un petit tour, un petit jour entre tes bras. Eén zo'n huisje stond naast een murmelend beekje. Er wilde weleens een reiger wegklapwieken als je je 's morgens vroeg op blote voeten in het bedauwde gras waagde. De naam van het gehucht ontsnapt me, maar het was ergens in de Périgord Vert, de salade des gésiers in de lokale auberge herinner ik me des te beter. Niets gebeurde er, absoluut niets en zo wilden we het ook. Beetje lezen, lekker eten, un petit tour en met een glaasje bergerac binnen handbereik, soezerig door je wimpers loeren naar de mieren die op de wasdraad de 4 x 100 centimeter estafette dribbelden. En toen gebeurde het. Terwijl Gilbert met Nathalie un chocolat chaud zat te drinken chez Pouchkine, vloog in New York het World Trade Center in brand en overal stortten er vliegtuigen neer. Zo onwezenlijk leek het, naast dat beekje, met dat koor van onverstoorbaar tsjirpende krekels op de achtergrond, dat ik eerst dacht dat het om te lachen was : een herdenking van Orson Welles' War of the Worlds radiostunt wellicht. Maar de wereldontvanger loog niet : over de oceaan woedde de war of the worlds in volle hevigheid. En op het scherm van de aftandse zwart-wittelevisie in het huisje vloog keer op keer United 175 in de South Tower, terwijl op de klankband iemand Oh my God, oh my God schreeuwde. We stonden erbij en keken ernaar, sprakeloos: niets zou ooit nog hetzelfde zijn. Niet zo bij de boulanger in het dichtstbijzijnde dorp evenwel en al helemaal niet aan de kassa van de Champion. Daar was la fête des prunes het onderwerp van gesprek en le prix des carburants. Je hebt gelijk, Koen : er zijn van die plekken waar er nooit wat gebeurt, zelfs als elders de wereld vergaat. Ben er alleen nog niet uit of ik dat een geruststelling vind.