Met 1998, zeker in Médoc, moet men goed uitkijken: cabernet sauvignon, de basisdruif aan de Médoc-zijde van de Gironde, is dat jaar nooit echt rijp geworden. De groeistilstand tijdens de droge en hete augustusmaand is met cabernet niet ingehaald. Voor merlot was dat wel het geval. Daarbij werd de cabernet nog geteisterd door bakken regen in september, toen de merlot al was binnengehaald. De meeste merlotwijnen zijn dus volrond fruitig, ook in de diepte, met een vlezige smaak. Ze zijn aan te raden op voorwaarde dat de prijs redelijk is. Médoc-wijnen daarentegen zijn rasperig hard, met grote kleurconcentratie van de concentreermachine, maar met ongedekte tannines op het einde. Dat komt nooit goed.
...