Dag op dag vijftig jaar na de lancering van de Fiat 500 verwelkomde de Piëmontese hoofdstad de renaissance van een icoon met een feest dat volgens insiders twaalf miljoen euro heeft gekost. Die grandeur kan er alleen op wijzen dat het onder Sergio Marchionne herboren Fiat rotsvast gelooft in de remake van een auto met een instapprijs van ongeveer 10.000 euro. Dat geloof is natuurlijk gestoeld op het succes van de nieuwe Mini, een dure kleine auto waarop in ons land gemiddeld nog eens voor 2500 euro aan opties wordt besteld : een droom voor een ambitieuze constructeur.
...

Dag op dag vijftig jaar na de lancering van de Fiat 500 verwelkomde de Piëmontese hoofdstad de renaissance van een icoon met een feest dat volgens insiders twaalf miljoen euro heeft gekost. Die grandeur kan er alleen op wijzen dat het onder Sergio Marchionne herboren Fiat rotsvast gelooft in de remake van een auto met een instapprijs van ongeveer 10.000 euro. Dat geloof is natuurlijk gestoeld op het succes van de nieuwe Mini, een dure kleine auto waarop in ons land gemiddeld nog eens voor 2500 euro aan opties wordt besteld : een droom voor een ambitieuze constructeur. Net zoals de Mini is de Cinquecento serieus gegroeid : hij werd 58 cm langer, maar ook breder en hoger. Bij dit alles behield hij het zeer herkenbare profiel van zijn voorganger, waarvan er tussen 1957 en 1975 bijna 3,9 miljoen stuks werden verkocht. De Cinquecento, zeggen de Italianen, heeft het land op vier wielen gezet, net zoals de Verspa dat eerder deed voor twee wielen. Opmerkelijk : net als bij de nieuwe Kever werd de structuur overhoop gegooid, de motor verhuist van achteren naar voren. Bij het ontwerpen van de 500, die een wagen van ons wil zijn, werden de Italianen uitgenodigd zelf ideeën te spuien via de website www.500wantsyou.com. Ondanks de vele bezoekers leverde dat geen spectaculaire resultaten op, wel een reeks voorspelbare elektronische gadgets zoals een draagbare navigatie en andere iPod-connecties. Dat Fiat gelooft in de personalisering van de auto, mag blijken uit de vele keuzemogelijkheden bij aankoop. Naast de drie zuinige en propere motoren (twee benzinemotoren van 1.2 en 1.4 liter, en een 1.3 Multijet turbodiesel), zijn er 4 uitrustingsniveaus, 12 kleuren (waarvan 6 zogenaamde vintage), 15 soorten binnenbekleding, 9 velgen, 100 accessoires en nog eens 19 stickers. Dat levert samen 549.936 combinaties op, zodat het zeer de vraag is of men ooit twee identieke exemplaren naast elkaar zullen parkeren. De Cinquecento scoort ook hoog op het gebied van de veiligheid en krijgt zeven airbags, ABS en ESP mee, evenals ASR (antislipregeling) - maar niet op alle modellen. Niet kwaad voor een auto van 3,55 meter lengte. Tijdens de korte kennismaking viel de degelijkheid van de afwerking op, het grote stuur, de versnellingspook die aan het dashboard vastzit en de toerenteller die in de snelheidsmeter draait. Om nog te zwijgen over het enthousiasme van de Italianen die we onderweg ontmoetten. Een half uurtje rijden met de 1.3 Multijet turbodiesel in de buurt van Turijn leverde wat tegenstrijdige ervaringen op. De in Polen gebouwde kleine voelt stevig aan, rijdt trefzeker, schakelt vlot en is geruisloos, maar helt stevig over in de snelle bochten en mist wat pit onder de 3000 toeren/minuut. De plaatsen achterin zijn bruikbaar voor korte afstanden, maar niet voor wie last heeft van claustrofobie. Kortom, de nieuwe Cinquecento is een opmerkelijke verschijning, zeker door zijn geschiedenis. Het allermooiste is voorlopig nog de slogan : You Are, We Car.