Rechtvaardigheid, het is de enige deugd die wezenlijk goed is. Hangt de goedheid van moed af van datgene waarvoor die moed gebruikt wordt, rechtvaardigheid is áltijd en overal goed. Misschien is net dat de reden waarom de mensheid er al sinds dag één zijn tanden op stuk bijt. Want is de vraag naar de ultieme rechtvaardigheid niet de centrale vraag van élke filosofie, religie of ideologie ? Plato liet al meer dan twee millennia geleden Socrates in zowat elke dialoog moeilijk doen over het juiste begrip van rechtvaardigheid. Hij schreef zelfs een gedicht over rechtvaardigheid, want wat anders is de wereldberoemde Apologie van Socrates ? Rechtvaardigheid blijft ook daarna het hoofdmenu in de filosofische geschiedenis, en steekt extra de kop op in de achttiende eeuw bij Immanuel Kant en vooral, vorige eeuw nog, bij John Rawls. Religies, zoals het christendom, stelden dan weer heuse handboeken samen over rechtvaardigheid. Elke ideologie (het socialisme bij uitstek, de zelfverklaarde huisideologie van rechtvaardigheid) pretendeert het meest rechtvaardige samenlevingsmodel aan te hangen. En wat willen bewegingen als het feminisme meer dan een rechtvaardig evenwicht tussen man en vrouw ?
...