Een duistere vrijdagnamiddag. Raf Simons aan de telefoon, een half uur vroeger dan voorzien. De ontwerper boldert over de baan naar Parijs. Antwerpen in de achteruitkijkspiegel, Dior in het vizier.
...

Een duistere vrijdagnamiddag. Raf Simons aan de telefoon, een half uur vroeger dan voorzien. De ontwerper boldert over de baan naar Parijs. Antwerpen in de achteruitkijkspiegel, Dior in het vizier. ?Ik wilde eerst geen auto met chauffeur", zegt hij. ?Dus nam ik de trein, maar dat bleek geen goede oplossing. En toen besloot ik om gewoon zelf te rijden. Ik heb een garage gehuurd vlak bij Dior, heel praktisch. Maar dan zeg je : ik vertrek om vijf uur. En uiteindelijk vertrek je pas om negen uur. Dan is je hoofd niet fris meer. En dan wordt het gevaarlijk." Dus toch een chauffeur. Tot grote opluchting van zijn nieuwe werkgever. ?Ik voel me sindsdien veel meer ontspannen. Ik kan gemakkelijker tijd vrijmaken, bijvoorbeeld voor een onverwacht interview, zoals nu. Soms ben ik gewoon uitgeput. Dan slaap ik de hele rit." Vandaag klinkt hij klaarwakker. Ons gesprek duurt bijna drie uur, met een korte onderbreking wanneer de ontwerper en zijn chauffeur door de politie worden tegengehouden aan de poorten van Parijs. Raf Simons : Oudejaarsavond breng ik altijd door met Olivier (Rizzo) en Willy (Vanderperre), afwisselend bij hen thuis of bij mij. Dat is al jaren een traditie. Op 1 januari slaap ik uit. Ik kijk de hele dag televisie en 's avonds ga ik eten bij mijn goede vriendin Suzy, nog zo'n traditie. De periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar is mijn enige vrije moment in het jaar. Dat zijn lazy days, en ik geniet daarvan. Op dat moment ging ik er nog van uit dat ik bij Jil zou blijven tot in september. In mijn hoofd was het dus geenszins een laatste collectie. Ik wou spelen met clichés, wat ik doorgaans tracht te vermijden. De reacties waren minder unaniem dan gewoonlijk, van heel lovend tot heel negatief. Dat mag soms in een ontwerperscarrière. Het kan in elk geval geen kwaad. Soms is er een deel autobiografie, soms niet. Vaker in mijn eigen collecties. Ik ga niet antwoorden op de vraag waarom dat zo is. Ik weet het niet. En ik keer inderdaad af en toe terug naar mijn beginperiode. Misschien reageer ik daarmee op grote verande- ringen, zoals nu met Dior. Dan is het logisch dat je even stilstaat bij de weg die je hebt afgelegd. Waar kom ik vandaan ? Hoe ben ik geëvolueerd ? Ik wil dat verleden ook vasthouden. Ik heb nu zin om opnieuw meer te experimenteren met mijn eigen label. Maar dan wel op mijn manier : met kleren. Er wordt op dit moment honderduit geëxperimenteerd met beeldvorming in mannenmode. Maar de realiteit is heel anders. Dit is niet het uitdagendste moment in de mannenmode. Ik vind mannenmode is complexer dan vrouwenmode. Omdat mannen veel minder openstaan voor vernieuwing. Terwijl er eigenlijk geen regels zijn. Een man in een pak is subliem, zeker in een situatie waar je het niet verwacht. Maar het idee dat je een pak moet dragen is verouderd. Zelf voel ik me niet op mijn gemak in een pak. Ik vind dat niet comfortabel. En comfort is cruciaal in de mannenmode. Een broekske, een hemdje, een truitje. Nu eens schoenen, dan sneakers. Mijn mantels zijn soms al wat meer high fashion. Ik draag heel graag Prada. Daar zit een edge aan, er is over nagedacht. Maar daarnaast zitten die kleren ook echt goed. Als ik op het werk mijn mantel uittrek, zie ik er heel normaal uit. En thuis loop ik rond in een jogging. Eigenlijk wil ik liever geen vragen meer beantwoorden over wat er gebeurd is bij Jil Sander. Dat hoofdstuk is afgesloten. Het was geen happy, happy avontuur, maar ik heb er ook sublieme momenten meegemaakt. En er werken nog altijd mensen die me na aan het hart liggen. Dat begrijp ik goed, maar ik heb die collectie niet ontworpen in de context van een mogelijk vertrek naar Dior. Ik was al langer gefas-cineerd door couture, dat blijkt ook duidelijk uit mijn vier laatste collecties voor Jil. Ik heb nooit een opleiding gehad als modeontwerper, me nooit echt verdiept in de geschiedenis van de mode. Ik ben er destijds gewoon ingerold. Jil Sander is een merk met een beperkte vormentaal, en ik bedoel dat niet negatief. Ik had als ontwerper behoefte om het merk te laten evolueren. Ik ben een jumper. Ik spring van het ene naar het andere. Helmut Lang, Ann Demeulemeester, Rick Owens, dat zijn repeaters. Die hebben een esthetiek die altijd terugkeert, en evolueren binnen die stijl. Miuccia Prada, Marc Jacobs en Rei Kawakubo zijn jumpers. Hun opeenvolgende collecties hebben vaak niets met elkaar te maken. Dat geldt ook voor mij. Bij Jil wou ik met historische invloeden werken, met etnische elementen. Nieuwe zaken proberen. Op een bepaald moment heb ik me verdiept in de geschiedenis van de couturehuizen. In de mode van Christian Dior vond ik een enorme puurheid terug. Zijn aanpak was eenvoudig en universeel. Maar binnen die eenvoud lag een waaier van mogelijkheden. Dat sprak mij aan. De dag dat het bij Jil Sander ophield, was niet de dag dat ik bij Dior heb getekend. Voerde ik op dat moment gesprekken met Dior ? Ja. Voerde ik alleen met Dior gesprekken ? Neen. Ik neem niemand die geruchten kwalijk. Roddels kunnen soms ook in je voordeel spelen. Ze worden soms met opzet de wereld in gestuurd. Wat veel mensen niet beseffen, is dat ontwerpers op een bepaald niveau voortdurend praten met andere merken. Ik denk dat ik tijdens mijn periode bij Jil twaalf, dertien keer gesprekken heb gehad met andere bedrijven. En dan heb ik het alleen over opportuniteiten waarvan ik dacht : hm, misschien. Een snuggere zakenman denkt ver vooruit. Die wil zoveel mogelijk ontwerpers leren kennen. En als ontwerper denk je natuurlijk ook aan je eigen toekomst. Als mijnheer Arnault (de CEO van luxegroep LVMH) je uitnodigt voor een gesprek, dan ga je niet zeggen : I'm not interested. Dan heb je dat gesprek. En zes maanden later zit je nog een keer samen. Zo leer je elkaar kennen. Ik ben met Dior beginnen praten in september of oktober van vorig jaar. Ik zou nog even bij Jil Sander blijven, en dus was het voor geen van beide partijen opportuun om op dat moment al verder te gaan. Maar toen het ophield bij Jil is alles erg snel gegaan. Ik kreeg de volgende ochtend al telefoon. En ik heb geen moment getwijfeld. Ons vader zegt : dat is een transfer, net zoals in het voetbal. Ik ben eind april aan de slag gegaan bij Dior. Dat was vrij laat, en voor mij ook wel beangstigend. Het was hard, maar wel haalbaar. En iedereen wist dat, behalve ikzelf. Bij Dior zijn ze het gewoon om snel te werken. Dat kan ook niet anders. Tegelijk hangt er een heel intieme sfeer. Het is geen fabriek. Maar je vindt er wel alles onder hetzelfde dak. Je hoeft nooit naar buiten. Dat is efficiënt, en ook aangenaam. Dior is op een bepaalde manier nog heel old school. Toen ik bij Jil begon, heb ik me het volgende voorgenomen : als ik zin heb in sinaasappels, dan doe ik sinaasappels. Ik ben tenslotte maar één persoon. Het half/half-gegeven in beide collecties (stukken met een verschillende voor- en achterkant) ging over juxtapositie. Bij Raf Simons ging het over de tegenstelling tussen mannelijk en vrouwelijk, tussen grunge en de hardcore tailoring uit mijn beginjaren. Bij Dior ging het over het contrast tussen verleden en toekomst, het radicalisme van de jeugd versus de vaste waarden van couture, telkens met de esthetiek die erbij hoort. Ik heb geprobeerd om die klassieke couturejurken open te breken, en ze te transformeren tot iets moderns. Ik vind dat kleren draagbaar moeten zijn. Niemand voelt zich comfortabel met een sleep van 35 kilogram. Ik heb soms het gevoel dat ik het me vroeger onnodig moeilijk heb gemaakt door conceptueel te willen doen zonder daarbij mijn aanpak uit te leggen. Mensen moeten je mode ook kunnen begrijpen. Bij Dior gaat het over vorm en vrouwelijkheid, over natuur. Dat zijn eenvoudige gegevens, die iedereen om het even waar kan verstaan. Zo bereik je vanzelf een groter publiek. Ik heb veel meegemaakt met mijn bedrijf. Het is een tijd niet gemakkelijk geweest. We hebben hard gewerkt om het vertrouwen van onze klanten terug te winnen. Nu gaat het weer uitstekend, en dat is natuurlijk zalig. Je eigen bedrijf is als een baby. Een huis als Dior is niet van jou. En zo'n opdracht duurt ook niet eeuwig. Dat mag je nooit vergeten. Bij Dior ben ik niet meer dan een schakel in de machine. Ik vind dat fascinerend. Ik heb augustus doorgebracht in een huis in Puglia. Ik hou van plekken met veel natuur. Ik ga graag naar Puglia, of naar LA, maar dan niet om te shoppen. Ik houd van het licht daar, het klimaat, de woestijn. Er was dit keer iets meer tijd, en ik was zelf enthousiast over het resultaat, de reacties. Het blijft aftasten. Ik wil het merk graag een jongere mentaliteit geven. Zo'n typische rodeloperjurk moet ook iets kunnen betekenen in de realiteit van het dagelijkse leven. Ik wil kleren maken die relevant zijn voor nu. Het is mij niet alleen te doen om show en spektakel. Dior moet weer leven. Ook op straat. Zij het misschien niet op elke hoek. Je kunt een dergelijk groot bedrijf niet van het ene op het andere moment binnenstebuiten keren. Dat gaat niet, en het is ook niet de bedoeling. Je kunt ook niet alles doen. Je moet realistisch blijven. De winkels zien eruit zoals ze eruitzien. Je kunt die niet allemaal in een handomdraai gaan transformeren. Maar je kunt wel nieuwe concepten ontwikkelen voor de vitrines. Daar werken we nu aan. Dior is een machine die rolt en rolt. Dat bedrijf gaat niet over de kop als het misloopt met de ontwerper. Voor mij is dat op een bepaalde manier een geruststellende gedachte. Als ontwerper vertrek je van je kleren. Die vormen je belangrijkste boodschap naar vrouwen. Vrouwen staan, in tegenstelling tot de meeste mannen, open voor vernieuwing, voor verandering. Een ander verhaal, een nieuwe energie. En dat geeft mij een goed gevoel. De grootste uitdaging is de snelheid, de speed. Ik heb nooit het gevoel dat ik klaar ben. Mijn werk is nooit af. En dat vind ik jammer. Het is aangenaam om vast te stellen dat alles goed verlopen is, en om daar dan even op te teren. En dat daar dan iets later weer een nieuwe, frisse dynamiek op volgt. Maar dat bestaat niet meer. Het kàn op deze manier. En ik ben ook niet uitermate gefrustreerd door die aanhoudende druk. Anders was ik er niet aan begonnen. Met de kerstdagen kom ik nauwelijks buiten. Ik ben dan net een hamster. Ik maak het in die pe- riode graag gezellig. Een kerstboom, versieringen. Ik denk er zelfs niet aan om dan op reis te gaan. Mijn ouders komen langs op kerstdag. Het is bij ons geen traditie om op kerstavond bij mijn familie te gaan eten. Ook omdat ik alleen ben. Het is een beetje raar om op je eentje bij je ouders te gaan zitten.DOOR JESSE BROUNS?In de mode van Christian Dior vond ik een enorme puurheid. Maar binnen die eenvoud lag een waaier van mogelijkheden" ?Ik vind mannenmode is complexer dan vrouwenmode. Omdat mannen veel minder openstaan voor vernieuwing" ?Ik heb geprobeerd om die klassieke couturejurken open te breken, en ze te transformeren tot iets moderns. Ik vind dat kleren draagbaar moeten zijn"