Vijf jaar geleden werd bij Johan darmkanker vastgesteld. Hij voelde zich al een tijd niet lekker, hij vermagerde zienderogen en hij had vaak buikpijn. Pas toen hij bloed in zijn stoelgang ontdekte, maakten we een afspraak bij de huisarts. Die verwees ons meteen door naar de oncoloog. Toen wisten we al dat er iets serieus mis was, maar toch...
...

Vijf jaar geleden werd bij Johan darmkanker vastgesteld. Hij voelde zich al een tijd niet lekker, hij vermagerde zienderogen en hij had vaak buikpijn. Pas toen hij bloed in zijn stoelgang ontdekte, maakten we een afspraak bij de huisarts. Die verwees ons meteen door naar de oncoloog. Toen wisten we al dat er iets serieus mis was, maar toch... "Ik heb slecht nieuws", begon de oncoloog. De rest van het gesprek kan ik me niet herinneren. En ook Johan heeft geen woord meer gehoord. Volledig van de kaart stonden we even later buiten. Wat nu ? Wat met ons gezin ? Onze zonen van elf en negen ? Er was een tumor van zeven centimeter in zijn dikke darm ontdekt. Enkele dagen later zou hij geopereerd worden. Die tumor moest er zo snel mogelijk uit. Pas dan zouden de artsen een beter zicht krijgen op de situatie. Een donderslag bij heldere hemel. Ook de jongens konden het niet geloven. Papa kanker ? Pas toen we Johan naar het ziekenhuis brachten, werd het ook voor hen realiteit. Seppe sprong huilend in mijn armen. Julius weigerde zijn vaders hand los te laten. En ik verbeet mijn tranen, wilde me sterk houden voor Johan en de kinderen. Maar iets in me zei : "Dit loopt niet goed af." Mijn voorgevoel bleek te kloppen. Er waren al uitzaaiingen in de lever en longen. Johan mocht uiteindelijk naar huis maar moest om de twee dagen terug voor chemo. Terwijl Johan zijn kuur onderging, zat ik in de wachtzaal. En ik was daar niet de enige, elke keer zag ik dezelfde mensen. We wisten perfect hoe die anderen zich voelden. Verward. Angstig. Hopend op dat ene mirakel. Al snel raakte ik aan de praat. Met Raf bijvoorbeeld. Hij wachtte telkens op zijn vrouw die ook darmkanker had. Raf bleek een lieve man. Oprecht bezorgd. En attent. Hij bracht vaak een koffietje voor me mee als hij er eentje voor zichzelf ging halen. De vrouw van Raf had nog geen uitzaaiingen. Als de chemo aansloeg, waren haar kansen reëel. Voor Johan zag het er minder rooskleurig uit. En daar hield Raf rekening mee. Hij liet me praten, luisterde, sprak bemoedigende woorden. Ik voelde me goed bij hem. Zo goed dat ik Johan over Raf vertelde. Hij was blij voor me, zei hij. Op die manier werd dat lange wachten toch iets minder onaangenaam. Na een lange chemokuur hadden we opnieuw een afspraak met de oncoloog. Alweer slecht nieuws. De chemo had geen effect. De uitzaaiingen waren al te ver gevorderd. Opnieuw verlieten we totaal verslagen zijn spreekkamer. Johan stil en verward aan mijn arm, ik met tranen in de ogen. Ook toen zat Raf in de wachtkamer. Toen hij ons zag, sprong hij meteen op. Een bemoedigend schouderklopje voor Johan, een blik van verstandhouding naar mij. "Ik wil niet meer naar het ziekenhuis", zei Johan in de auto. "Ik wil thuis blijven, bij jou en de jongens." Ik begreep hem. We installeerden een bed in de woonkamer. We nodigden vaak vrienden uit. We praatten enorm veel. Zo brachten we zijn laatste maanden door. Heel teder en liefdevol. En toen gebeurde het. Midden in de nacht. Ik zat te waken en hoorde Johan steeds zwaarder ademen. Tot die laatste zucht. Ons verhaal was voorbij. Natuurlijk was er verdriet. Maar er was ook opluchting. Johan had zoveel pijn geleden. Hij had rust nodig. En die rust kwam welgeteld zeven maanden na de diagnose. Tussen al ons verdriet door moest de begrafenis geregeld worden. De dienst was prachtig, vooral door de inbreng van de klasgenootjes van Seppe en Julius. Ze lazen voor en zongen. Ook tijdens het condoleren verliep alles rustig en sereen. Mijn lieve Johan was geliefd, dat werd me meer dan ooit duidelijk. Ik bleef maar handen schudden, bijna op automatische piloot. Tot ik oog in oog stond met Raf. "Veel sterkte, Eva", zei hij. Een korte knuffel volgde. Ik vroeg hem of hij zin had om mee aan de koffietafel aan te schuiven. Hij knikte, ik gaf hem het adres. Zo zaten we een uur later aan één en dezelfde tafel. Raf vertelde me dat het goed ging met de gezondheid van zijn vrouw. Hun relatie daarentegen had een flinke deuk gekregen. Zijn vrouw wilde scheiden. Nu ze weer beter was, wilde ze helemaal opnieuw beginnen. En alleen maar haar hart volgen. Een jaar naar het buitenland bijvoorbeeld. Zij wilde zo snel mogelijk weg, Raf wilde zijn werk niet opgeven. Hij zag er moe en triest uit. Hij wilde zijn vrouw niet kwijt, maar zij hakte uiteindelijk de knoop door. Zondagavond, drie maanden na de dood van Johan. De jongens logeerden bij hun oma. Plots ging mijn gsm, een onbekend nummer. "Met Eva ?" hoorde ik. Ik herkende meteen zijn stem : Raf. Hij had nood aan een babbel. De scheiding was een feit. Hij woonde weer alleen. Ik was geneigd hem te vragen langs te komen maar iets hield me tegen. Kon dit wel tegenover Johan ? Raf voelde mijn aarzeling. "Ik wilde je alleen maar even horen," zei hij. We hingen een uur aan de lijn. Compleet in de war ging ik slapen. Ik probeerde de tinteling in mijn lichaam te onderdrukken. De hele nacht lag ik wakker. Steeds zag ik zijn ogen voor me. En de zachte blik van Johan. Alsof hij me tot rust wilde brengen. Enkele dagen later kon ik het niet meer houden. Ik belde Raf op. Of hij zin had om samen te lunchen ? Hij zei meteen ja. Bloednerveus was ik. Wat als ik écht iets voor hem voelde ? En wat als hij mij écht leuk vond ? Raf bleek de kalmte zelve. Zoals altijd. We bleven maar praten. Ook over zijn vrouw. En over Johan. "Een fijne kerel, dat zag ik meteen", zei Raf. Geleidelijk aan ontspande ik. Het deed me goed na maanden van angst en verdriet. We maakten een afspraak voor de volgende week. Sametime, same place, weken na elkaar. Ik had het gevoel dat ik Raf alles kon zeggen. En ook hij praatte honderduit. Soms maakte hij me echt aan hetlachen. Voor het eerst sinds maanden kon ik weer lachen. Raf werd een constante in mijn leven. We zagen elkaar steeds vaker. Hij leerde ook mijn jongens kennen. "Leuke vent, die Raf", zei Julius. "Waarom komt hij niet eens bij ons eten ?" Dus kwam Raf op een avond eten. Zes maanden na de dood van Johan. De jongens hadden zo'n plezier met hem. En toen ze naar hun kamer gingen om nog wat op hun playstation te spelen, gebeurde het. Onze eerste kus. Ik schrok even. Raf moest lachen. "Geef toe, Eva", zei hij. "Dit konden we toch niet langer meer tegenhouden ?" Hij had gelijk. Maar wat met Johan ? Ook daar bleef Raf rustig bij. "Johan wil vooral dat jij weer gelukkig wordt." Ik wist dat hij gelijk had. Zo was Johan : altijd het beste willen voor zijn kinderen en voor mij. Maar toch. Ik vroeg Raf bedenktijd. Hij vertrok na nog een laatste kus. En ik bleef verliefd achter. Mijn bedenktijd heeft welgeteld drie dagen geduurd. We zijn nu bijna een jaar verder. Raf en ik zijn dolverliefd. Ook al waren sommige reacties uit mijn omgeving pijnlijk en werd ik geconfronteerd met onbegrip en zelfs haat, toch volgde ik mijn hart. Raf is mijn tweede grote liefde. Hij zal Johan nooit kunnen vervangen. Johan blijft de man van mijn leven én de vader van mijn kinderen. Maar Raf komt wel heel erg in de buurt. Ik weet zeker dat ook Johan hierboven ons zijn zegen geeft. Soms heb ik het gevoel dat Johan ons bij elkaar heeft gebracht. DOOR BARBARA CLAEYS"Ik verbeet mijn tranen voor Johan en de kinderen. Maar ik wist : dit loopt niet goed af"