Ik ben van de generatie Colette. Je suis Colette, als het ware. Toen ik in 1993 naar Parijs verhuisde, moesten de jaren negentig daar eigenlijk nog beginnen. Op het gebied van mode viel er in de zelfverklaarde hoofdstad van de mode weinig te beleven.
...

Ik ben van de generatie Colette. Je suis Colette, als het ware. Toen ik in 1993 naar Parijs verhuisde, moesten de jaren negentig daar eigenlijk nog beginnen. Op het gebied van mode viel er in de zelfverklaarde hoofdstad van de mode weinig te beleven. Of toch niet voor de jongeman die ik toen was. De grootwarenhuizen waren oubollig, met krakende vloeren en een ondermaats aanbod; Louis Vuitton verkocht nog geen kleren, alleen handtassen en portefeuilles; L'Eclaireur en Maria Luisa verkochten serieuze ontwerpersmode, zoals Stijl of Louis in België, maar minder cool of avontuurlijk (ik voelde me meer op mijn gemak bij de mannenwinkel van A.P.C. in rue de Fleurus en bij Flower, een piepklein, door een Japanner gerund winkeltje dat onder andere de eerste collecties van Raf Simons verkocht; beide zaken zijn al lang verdwenen). Op dat moment in Parijs, tijdens de laatste stuiptrekkingen van het Mitterrand- regime, was mode uit de mode. Met de komst van Colette, in maart 1997, veranderde alles. Ik las over de opening van een nieuwe 'conceptstore' in een van de eerste nummers van het Britse tijdschrift Wallpaper. Het artikel ging vergezeld van een illustratie van Jean-Philippe Delhomme, die ik niet veel eerder had geïnterviewd. Ongeveer een week later zat ik in de kelder van Colette met Sarah, die met haar moeder Colette Rousseaux de winkel was begonnen. Sarah was jong, heel schuchter, en vastberaden. Colette was een openbaring. Voor mij (ik vond er de Jack-lamp van Tom Dixon, en een jas van Junya Watanabe die ik nog altijd draag, en boeken waarvoor je tevoren naar New York of Tokio moest reizen), voor Parijs, en snel ook voor de rest van de wereld. 1997 was het jaar van Daft Punk (Around The World) en Air (Sexy Boy, in 1998). Ongeveer tezelfdertijd lieten Hedi Slimane en Nicolas Ghesquière voor het eerst van zich horen, respectievelijk bij Yves Saint Laurent Rive Gauche (Slimane ontwierp er, tussen 1996 en 2000, de mannenlijn) en Balenciaga (waar Ghesquière in 1997 promoveerde van de afdeling rouwkledij voor de Japanse markt). Achteraf beschouwd, heeft Parijs de jaren negentig gewoon overgeslagen: de eenentwintigste eeuw begon twintig jaar geleden, op nummer 213 van rue Saint-Honoré. De cijfers zijn spectaculair. Tussen 20 maart 1997 en 20 maart 2017 verkocht Colette 8600 verschillende merken; installeerde het team 2080 vitrines; organizeerde het drieduizend evenementen (book releases, persconferenties, vernissages, product launches, tijdens de modeweken soms alles tegelijk), en driehonderd tentoonstellingen; in de water-bar in de kelder werden 140.000 flesjes Coca-Cola geopend. De kassa's van Colette spuwden op twintig jaar tijd 2.460.000 kassabonnetjes uit. Het sturen van Colette vergde toewijding, energie, en volharding, van moeder, dochter, en hun honderdvijftig werknemers. Evenals een flinke dosis perfectionisme. Ik herinner me een door Colette georganiseerde trip naar Culture Club in Gent, in een geprivatiseerde Thalys, waarvoor Sarah me uitgenodigd had. Alles aan die reis was tot in de puntjes georganiseerd, van de uitnodiging en de tot club verbouwde treinwagons, over het evenement zelf (met een optreden van Vive La Fête), tot het ontbijt tijdens de terugreis, met granola van bij Rose Bakery. Sarah kwam ik sinds die eerste afspraak overal en voortdurend tegen, maar toch vooral op defilés van kleine, obscure ontwerpers, waar bijvoorbeeld een moderedactrice van Vogue zich nooit zou wagen. Colette was belangrijk voor Parijs (het is de Eiffeltoren van de retailsector), maar ook voor de textielindustrie. Elk merk dat zichzelf respecteert, wou bij Colette liggen. De vitrines, die elke week werden heringericht, dienden vaak als driedimensionale advertenties voor brands met profileringszucht (een belangrijke bron van inkomsten voor de zaak). Niet alleen modemerken: Apple lanceerde zijn connected horloge bij Colette, en zowel IKEA als H&M gingen samenwerkingen aan. Tegelijk was Colette belangrijk voor jonge ontwerpers en obscure streetwearlabels. Ten slotte was Colette ook belangrijk voor modeliefhebbers, van alle slag. Je kon er kijken naar onbetaalbare jurken, maar je vond er ook gadgets van een euro. En alle essentiële tijdschriften. Het was een plek waar je, zelfs in dit digitale tijdperk, dingen kon ontdekken. Nu de stijlsupermarkt sluit, omdat aan alle goede zaken een eind komt (en omdat Colette Rousseaux met pensioen wil), rijst de vraag wie de fakkel overneemt. Het pand van Colette, achthonderd vierkante meter verspreid over drie verdiepingen en een mezzanine, wordt wellicht een flagshipstore van Yves Saint Laurent. Daarmee wordt de transformatie van rue Saint Honoré voortgezet. De grauwe appendix van de veel meer opgesteven rue du Faubourg-Saint-Honoré was tot in de jaren negentig een soort no-go zone voor luxemerken. Het succes van Colette heeft de buurt aantrekkelijk gemaakt. Na Balenciaga, Missoni, A.P.C., AMI, Vanessa Seward en Zadig & Voltaire worden binnenkort Chanel en Louis Vuitton verwacht. Het nieuwe vlaggenschip van Vuitton, op de hoek met Place Vendôme, wordt gigantisch. Met de recente heropening van hotels Le Crillon en Ritz, en de nakende uitbreiding van Hotel Costes, wordt Saint-Honoré helemaal een speeltuin voor de one percent. Op 20 december, wanneer Colette de deuren sluit, riskeert de buurt haar ziel te verliezen, en de mode haar belangrijkste supporter. www.colette.fr Tekst Jesse BrounsHet was een plek waar je, zelfs in dit digitale tijdperk, dingen kon ontdekken