"Toen ik acht was, begon ik Dr. Doolittle te lezen", gaat Dan Storper meteen naar de bron. "Zo'n dokter die rondreisde en met de dieren kon praten, dat sprak me wel aan. Door de wijde wereld trekken leek me het opwindendste wat er bestond. Ik had ook een tante die archeologe was, daardoor vaak op pad moest en uitheemse kunst verzamelde. Haar verhalen spraken tot mijn verbeelding. Toen ik zestien was, mocht ik mee naar Mexico. Dankzij de voorspraak van mijn tante kreeg ik een zomerbaantje op een site. Tussen de graafsessies door maakten we trips. Ik werd verliefd op het handwerk en de cultuur van de indianen. Toen wist ik zeker dat ik een beroep wilde waarvoor ik veel op reis zou moeten. Ik leerde Spaans en volgde Latijns-Amerikaanse studies. Als tennisleraar had ik wat geld gespaard. Met die zuurverdiende centjes trok ik na mijn studies richting Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia. Daar kocht ik maskers, textielen en kunstwerken om ze, al toerend door het noordoosten van de States, verder te verpatsen."
...

"Toen ik acht was, begon ik Dr. Doolittle te lezen", gaat Dan Storper meteen naar de bron. "Zo'n dokter die rondreisde en met de dieren kon praten, dat sprak me wel aan. Door de wijde wereld trekken leek me het opwindendste wat er bestond. Ik had ook een tante die archeologe was, daardoor vaak op pad moest en uitheemse kunst verzamelde. Haar verhalen spraken tot mijn verbeelding. Toen ik zestien was, mocht ik mee naar Mexico. Dankzij de voorspraak van mijn tante kreeg ik een zomerbaantje op een site. Tussen de graafsessies door maakten we trips. Ik werd verliefd op het handwerk en de cultuur van de indianen. Toen wist ik zeker dat ik een beroep wilde waarvoor ik veel op reis zou moeten. Ik leerde Spaans en volgde Latijns-Amerikaanse studies. Als tennisleraar had ik wat geld gespaard. Met die zuurverdiende centjes trok ik na mijn studies richting Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia. Daar kocht ik maskers, textielen en kunstwerken om ze, al toerend door het noordoosten van de States, verder te verpatsen." Na een jaar wilde Dan Storper een iets stabielere broodwinning. Hij deed in New York een winkel open: Putumayo, genaamd naar een rivier in Colombia. "Ik zat aan de oever van de rivier", herinnert hij zich scherp. "De Andes rees in de verte majestueus op en ik keek naar de tropische vogels, terwijl indianen iets verderop carnaval vierden. De wereld leek een en al vrede. Ik waande me even in het paradijs." Storper had in het prille begin moeite om het hoofd boven water te houden. Hij merkte echter dat de Zuid-Amerikaanse kleren beter verkochten dan de folkloristische artikelen. Het signaal om resoluut de mode in te stappen. De Amerikaan ontwikkelde z'n eigen, uiteraard etnisch geïnspireerde kledinglijn en leverde aan andere boetieks. Hollywood-sterren als Diane Keaton, Jane Fonda, Ali McGraw, Cyndi Lauper, Bill Murray en Mia Farrow werden vaste Putumayo-klanten. Andie MacDowell werd zelfs model voor het merk. In '90 was Storper toevallig getuige van een concert van de Afrikaanse band Kotoja, wanneer hij in het Golden Gate Park in San Francisco een luchtje ging scheppen. Hij zag vijfhonderd mensen van verschillende leeftijden en nationaliteiten uit hun dak gaan en wilde dansjes plegen. Het gaf een klik in z'n hoofd. "Net als die ervaring aan de Putumayo was dit een magisch moment. Ik zag dat die muziek de mensen goed deed voelen. Groot was dan ook mijn verbijstering toen ik enkele dagen later een van mijn shops in New York binnenwandelde en trashmetal door de boxen hoorde gieren. Ik werd kwaad. Dit klopte niet. De geest van Putumayo was daar niet mee gediend." De man dweilde platenwinkels af op zoek naar geschiktere achtergronddeuntjes. Zo kwam hij terecht bij singer-songwriters en vooral world. Storper compileerde zelf tapes om in de winkels af te spelen. "Meteen de eerste dag al leek het alsof zowel de klanten als het personeel er blijer en meer ontspannen bijliepen. Om de haverklap kwamen mensen vragen: wie zingt dat? Ik stelde vast dat er veel interesse was voor wereldmuziek, maar dat het hen te weinig aangeboden werd. Mensen zetten moeilijk de eerste stap. Maar de meesten die ermee in aanraking komen, zijn er meteen aan verslingerd." De zakenman in Storper zag het potentieel hiervan in. Hij verdeelde de cassettes over de zeshonderd boetieks die ook kleding van hem afnamen. Met Richard Foos, directeur van het platenlabel Rhino Records, maakte hij vervolgens een akkoord om cd's te maken. Op enkele jaren tijd sprokkelden ze een mooie catalogus bij elkaar: compilaties van uiteenlopende genres als reggae, Ierse folk en Arabische muziek, thema-cd's (het leuke Music from the Coffee Lands) en groepsalbums van onder andere Laura Love, Kotoja en Touré Kunda. Allemaal in hoesjes gestoken, uitgevoerd in een naïef aandoende huisstijl. "De ontmoeting met kunstenares Nicola Heindl was ook weer zo'n toeval. Ik had in Londen een kaartje gekocht en aan de muur van m'n kantoor gehangen. Op een dag kwam de ontwerpster die het interieur en de etalages van mijn shops decoreerde binnen en keek naar het kaartje. 'Vind je dit mooi?', vroeg ze. Bleek het getekend te zijn door een vriendin van haar. 'Ze komt morgen naar New York. Wil ik je aan haar voorstellen?' Dat was net op het moment dat ik met de idee speelde om de cd-reeks te starten. Ik vond Nicola geknipt voor het artwork. Putumayo wil tegelijk traditioneel en hedendaags zijn. Zij heeft het talent om die filosofie visueel te vertalen. Ik wil met haar trouwens kinderboeken gaan maken." De Putumayo-cd's worden nu al als didactisch materiaal in scholen aangewend om de leerlingen kennis te laten maken met andere culturen. Storper is gebeten door de One World-gedachte en gaf een van z'n verzamelaars dan ook die titel mee. "We moeten realistisch blijven: ik kan me geen maatschappij voorstellen zonder racisme", geeft hij niettemin toe. "Angst voor het vreemde is nu eenmaal menselijk. Maar misschien bezit muziek de eigenschap om hen comfortabeler te doen voelen bij mensen en culturen die ze niet goed kennen. Een xenofoob kan volgens mij evengoed geraakt worden door de schoonheid van een Afrikaans liedje. Op Women of the World heb ik bewust een Israëlitisch en een Arabisch nummer achter elkaar geplaatst. En op Caïro to Casablanca zingt een Algerijn een joodse song. Ik wil aan een betere wereld bouwen, ja. Daarom schenk ik een deel van de opbrengsten aan ontwikkelingshulp. Op die manier kunnen we die mensen iets teruggeven. Want hoe je het ook draait of keert, we nemen met die cd's een stukje van hun cultuur." Hoe verklaart hij het groeiende succes van world? Is het escapisme? "Ik kom zelf uit een vrij saai middle class-milieu, niet ver van New York. Daar gebeurde niets spannends. Wellicht was dat de reden waarom ik al op jonge leeftijd wilde proeven van alles wat buiten dat grijze, enge wereldje lag. Wereldmuziek kruidt het leven. Als ik op een miezerige, stresserende dag in mijn kantoor zit, zet ik muziek uit de Caraïben op. Een simpel middeltje dat helpt. Ik zou het inderdaad escapisme durven noemen. Intelligent escapisme." De cd's van Putumayo worden in België gedistribueerd door VIA Records.Peter Van Dyck / Foto Guy Kokken