Het mannenseizoen begon in Londen, waar Burberry Prorsum nog altijd dient als de locomotief voor een sliert shows van relatief jonge, veeleer obscure wildebrassen, met of zonder toekomst. Christopher Bailey, sinds kort niet alleen huisontwerper maar ook CEO van het merk, liet zich inspireren door schrijver Bruce Chatwin, met prints van oude boekomslagen en opvallend veel denim.
...

Het mannenseizoen begon in Londen, waar Burberry Prorsum nog altijd dient als de locomotief voor een sliert shows van relatief jonge, veeleer obscure wildebrassen, met of zonder toekomst. Christopher Bailey, sinds kort niet alleen huisontwerper maar ook CEO van het merk, liet zich inspireren door schrijver Bruce Chatwin, met prints van oude boekomslagen en opvallend veel denim. Dit seizoen trok het Italiaanse Moschino naar Engeland voor het mannendebuut van zijn in Los Angeles gevestigde artistiek directeur, Jeremy Scott. Een vrolijke collectie met een bijzonder hoog popgehalte, uitgedrukt met smileys, vlaggen en persiflages van de logo's en codes van huizen als Chanel, Vuitton en Hermès. Moschino zelf werd herdoopt tot Fauxschino. Je kunt maar beter lachen met luxe.Na Londen trok de modekaravaan naar Firenze, voor de modebeurs Pitti. Daar werd dit seizoen hoofdzakelijk teruggekeken. Precies zestig jaar geleden vonden in de witte zaal van het Palazzo Pitti de eerste Italiaanse modeshows plaats, en om dat te vieren werd onder de noemer Hometown of Fashion een aantal bijzondere evenementen gehouden (een concert van Andrea Bocelli, tentoonstellingen in de statige hoofdkwartieren van een handvol lokale merken, waaronder Pucci en Salvatore Ferragamo, de boeiende documentaire over Napolitaanse klerenmakers). Maar over heden en toekomst van de mannenmode werd er amper gerept. De eregast van Pitti was dit keer Z Zegna. De nevenlijn van Ermenegildo Zegna werd samengesmolten met Zegna Sport en oogt plots een stuk minder avontuurlijk. Kleine, fijne shows waren er van Au jour le jour, een jong Italiaans label (schooljongens in korte broek, prints en lovertjes) en Marcelo Burlon County of Milan, een veredeld streetwear-merk van een voormalige deejay. In Milaan kwamen de hoogtepunten van enkele relatief jonge merken op de officiële kalender. Andrea Pompilio, MSGM en N°21 debuteerden de voorbije twee jaar in Firenze en zoeken nu succes in het noorden. Pompilio speelde met plissé en broderie anglaise, Massimo Giorgetti van MSGM met palmbomen en vlaggen. Er waren ruitjes, bloemen en logo-sweatshirts voor de tweede, zeer bevallige mannencollectie van N°21, het label van een oude rot in het vak, Alessandro Dell'aqua (sinds kort ook artistiek directeur van Rochas in Parijs). Twee ietwat ingeslapen pakkenmerken stoften eindelijk hun imago op, Corneliani met een frisse openluchtshow (jonge modellen in luxe T-shirts), en Canali, thans geleid door Andrea Pompilio. Gucci (marine) en Dolce e Gabbana (toreadors) speelden in Milaan grotendeels op automatische piloot. Philipp Plein trakteerde zijn gasten op een waterballet, een gastoptreden van rapper Theophilus England op een jetski, en een performance van een duo acrobaten, eveneens op jet-ski's, dat alles in een oud zwembad aan de Porta Romana. Er was ook een defilé, maar dat leek bijkomstig. Giorgio Armani titelde zijn collectie Echoes of Armani, wat klonk als een voortijdig in memoriam. Maar neen, Armani hernam zijn greatest hits, en keek toe hoe zijn invloed - losse constructie - ook bij andere merken was te zien. Met name bij Ermenegildo Zegna, dat sinds de komst van Stefano Pilato een enorme boost heeft gekregen, en van alle traditionele pakkenmerken het meest toekomstgericht lijkt. Calvin Klein Collection, een Amerikaans buitenbeentje in Milaan, had een uitstekend seizoen. In het stoere, sportieve segment doet niemand beter (en het castingteam van ontwerper Italo Zucchelli blijft onovertroffen). Versace blijft fantastische, ongegeneerd kitscherige shows opzetten, dit keer met antieke vechtersbazen in lendendoeken, een bord van Versace Casa onder de arm waar je eigenlijk een discus zou verwachten. Fijn om naar te kijken, maar ook wel een beetje repetitief, om niet te zeggen irrelevant. In het echte leven ben ik nog nooit zo'n Versace-hunk tegen het lijf gelopen. Misschien is het gewoon geen goed moment voor verandering, of iets nieuws. Miuccia Prada, nog altijd de belangrijkste trendsetter in de mode, vertrouwde het vakblad Women's Wear Daily toe dat het "geen moment is voor crazy" (misschien omdat de resultaten van het merk net een dipje namen). Prada bracht een luxeversie van het normcore-fenomeen, met heel gewone, sobere, om niet te zeggen lelijke kleren, met een al te duidelijke echo van de seventies. Net als bij Burberry was er opvallend veel denim te zien bij Prada. De gewone man draagt nu eenmaal graag een spijkerbroek. Ook Fendi koos in Milaan voor normaal - als je een jeansjasje met een kraag van lichtblauw geschoren bont normaal kunt noemen. In Parijs gaf Kris Van Assche zijn modellen riemen van stonewashed denim voor de twintigste, uitstekende collectie van zijn eigen lijn, die sinds kort, in zijn eigen woorden, luider schreeuwt (en dat is goed nieuws). Bij Dior Homme zette Van Assche zijn exploratie van jeans verder. Sjofel, zoals in het silhouet met een baggy, verweerde broek, een gestreepte marinetop en een kanariegele mantel, of ietwat geaffecteerd, in een reeks met bic beschreven denimstukken. Waar Van Assche naartoe wil met Dior Homme is niet altijd even duidelijk (ik vermoed, op basis van de genodigden op de eerste rij, naar China), maar precies daardoor blijft het een merk om in de gaten te houden. De Parijse mannenmode kreeg de voorbije seizoenen een tweede leven dank zij een leger jonge merken die hun Parijse roots vrolijk uitspelen, zoals Kitsuné, Ami, Melinda Gloss, Officine Générale, Monsieur Lacenaire en Pigalle. De show van Ami, in een school, met een cast van authentieke middelbareschoolkids, was aanstekelijk. Kenzo, een historisch merk dat het op de jeugd heeft gemunt, showde langs de Seine, op een zondagochtend in de gietende regen. De collectie toonde volgens ontwerpers Huberto Leon en Carol Lim hoe Amerikaanse toeristen naar Parijs kijken - kort samengevat : verwonderd - en mengde grote stippen met macaronpastels en scootertenues. An American in Paris voor de eenentwintigste eeuw, met een luide elektronische beat in de plaats van Gene Kelly. De meest Parijse ontwerper van allemaal is Christophe Lemaire. Hij showde voor het eerst zijn door workwear geïnspireerde mannengarderobe, in een zaaltje met pakweg vijftig toeschouwers. Een mooi, stil moment. Bij Hermès, de elegante grootvader van de Parijse kids, staat komende zomer in het teken van prints. Hier en daar stonden balletdansers model voor collecties. In Milaan had Tomas Maier van Bottega Veneta het over Noerejev en Baryshnikov. In Parijs citeerde Rick Owens Nijinski en Dries Van Noten op zijn beurt Noerejev : de gotische letter R die los bij de uitnodiging zat gevoegd en op een aantal kleren was geborduurd, verwees volgens Van Noten naar Rudolf, de voornaam van de danser. De modellen droegen slippers en beenwarmers. De muziek, gecomponeerd door Thierry De Mey en Peter Vermeersch, was geleend van Rosas danst Rosas, misschien het bekendste werk van Anne Teresa De Keers-maeker. Het was een opvallend sensuele collectie, met meer naakte torso's dan ik ooit bij Van Noten gezien heb. Raf Simons liet alle toeschouwers rechtop staan aan weerszijden van een door plakband gemarkeerd, in alle richtingen kronkelend pad, en dompelde de zaal onder in een mysterieuze rode gloed. Ik moest denken aan Enter the Void, de cultfilm van Gaspar Noé over een Amerikaanse junkie in Tokio. Ook Simons combineerde een psychedelische drugstrip met Japans erfgoed - en versierde oversized matrozenkappen met fotoprints. Thom Browne, de Amerikaanse designer die het mannenpak deed krimpen, stuurde intergalactische soldaten over de catwalk. Ze toonden een zekere verwantschap met Klaus Nomi, een popfenomeen van de vroege jaren tachtig, en hun pakken in de stijl van Oskar Schlemmers Triadische Ballet (een Bauhaus-klassieker) hadden opvallend prominente gulpen. Bij Browne krijg je als toeschouwer altijd de indruk dat er magische paddenstoelen door de zaal zijn verstoven. Eveneens psychedelisch : Walter Van Beirendonck, die de prijs krijgt voor het meest begerenswaardige short van het seizoen, in een barokke brokaatstof. Niet psychedelisch, want te netjes : Kim Jones voor Louis Vuitton. Maar een collectie geïnspireerd door Rajasthan - daar ruik je toch vanzelf de patchoeli bij ? Hyperpsychedelisch : Saint Laurent Paris, een extravagante parade van Californische hippies, in outfits die soms letterlijk gecalqueerd leken van oude platenhoezen van The Seeds, The Electric Prunes of The 13th Floor Elevators. Magiërshoeden, glittercapes in regenboogkleuren, maar ook ruig leder. Ik moest denken aan de hit van The Seeds : You're Pushin' too Hard.De soundtrack bij Dior werd geleverd door een hedendaags psych-rock groepje, The Mystic Braves. De show van het kleine merk No Edition kreeg de vorm van een concert van een Berlijnse psych-band, Suns of Thyme, en bij het Japanse Undercover speelde Thom Yorke van Radiohead deejay in de showroom. Voor zijn collectie recycleerde Jun Takashi platenhoezen, teksten en grafische elementen van de Amerikaanse cultband Television. Saint Laurent is een briljante verkleedpartij, maar het blijft toch vooral mode als theater, terwijl Undercover authentieker lijkt, minder luxe dan rock-'n-roll. DOOR JESSE BROUNS & FOTO'S IMAXTREE