'Het beste modeblad aller tijden', 'de voorloper van elke stijlbijbel' : het zijn maar enkele omschrijvingen van Dutch Magazine. In de tweede helft van de jaren negentig was het maandblad een referentie voor spraakmakende, vaak seksueel of androgyn getinte producties die fotografen en stylisten elders niet verkocht kregen. Van porn chic en online zines voor een nichepubliek was toen nog geen sprake. Dutch Magazine beïnvloedde dan ook een hele generatie creatievelingen, die het blad zelfs nu nog graag in herinnering brengen.
...

'Het beste modeblad aller tijden', 'de voorloper van elke stijlbijbel' : het zijn maar enkele omschrijvingen van Dutch Magazine. In de tweede helft van de jaren negentig was het maandblad een referentie voor spraakmakende, vaak seksueel of androgyn getinte producties die fotografen en stylisten elders niet verkocht kregen. Van porn chic en online zines voor een nichepubliek was toen nog geen sprake. Dutch Magazine beïnvloedde dan ook een hele generatie creatievelingen, die het blad zelfs nu nog graag in herinnering brengen. Toenmalig hoofdredacteur Matthias Vriens woonde en werkte destijds in Parijs. In '99, nog voor het laatste nummer van de persen rolde, werd de Nederlandse wonderboy creatief directeur van Giorgio Armani. Nadien bekleedde hij een soortgelijke functie onder Tom Ford bij de Gucci Group. Een van zijn meesterzetten daar was de herlancering van Yves Saint Laurents succesparfum Opium, met als gezicht de voluptueuze Sophie Dahl. De flirt met 's werelds grootste modehuizen duurde niet lang : in beide gevallen gaf Vriens er na enkele maanden de brui aan. De Nederlander verhuisde naar New York en later Venice Beach aan de Amerikaanse westkust, waar hij met succes magazine- en reclameopdrachten combineerde. Drie jaar geleden huwde hij met collega-fotograaf Donovan McGrath, een Texaan met wie hij in mei Bl33n (spreek uit 'blien') lanceerde : een webplatform dat het duo toelaat om vrank en vrij zijn ding te doen. Het wordt deels gefinancierd met de verkoop van speelse uniseks T-shirts, die onder meer bij Colette in Parijs te vinden zijn. Ook mannenondergoed en sweatshirts liggen op de tekentafel. "Zowel Armani als Ford hebben mij veel geleerd", zegt de nu 48-jarige Vriens. "Ze vormden een nuttige leerschool. Maar met beiden had ik ook hoogoplopende discussies. Ze vonden mijn visie veel te radicaal en progressief. Zulke grote bedrijven kunnen ook moeilijk de vrijheid bieden die ik als mens en kunstenaar nodig heb. Achteraf bekeken moet ik gek geweest zijn om te denken dat mijn toekomst daar lag." Matthias Vriens-McGrath : Je moet weten dat ik bij Giorgio Armani voor de eerste keer in mijn leven een degelijk salaris ontving. In het begin maakten we Dutch Magazine letterlijk in mijn keuken in Parijs. Ook later hadden we nooit ergens geld voor. We konden amper de telefoonrekeningen betalen. Weggaan was moeilijk, maar ik was gewoon op. Ik heb het blad jarenlang niet meer kunnen bekijken. Ik besef wel dat we met Dutch Magazine veel goede en vernieuwende dingen gedaan hebben. We deden waar we zin in hadden en bepaalden zelf de regels van het spel. Het was sexy en sensueel, maar ook elegant en intelligent. We waren Einstein niet maar we schopten niet gratuit tegen de schenen. Dutch Magazine toonde aan dat het op de magazinemarkt niet alleen om oplagecijfers gaat. Dat adverteerders ook aangesproken kunnen worden door je imago en uitstraling. Daar deden anderen achteraf hun voordeel mee. Noem het maar een manier om mijn artistieke honger te stillen. Mijn nood aan creatieve vrijheid ook, want provoceren zit haast in mijn DNA. Ik kan perfect meegaan in de werking van grote titels, maar tegelijk frustreert het Amerikaanse sterrensysteem me ook. Er met een model op uittrekken zoals Helmut Newton dat in de jaren zeventig en tachtig deed : dat is gewoon ondenkbaar nu. Bij shoots horen nu een stylist, een make-upartiest en voor alles en iedereen assistenten. En uiteindelijk beslist het management wat kan en wat niet. Er staan gewoon te veel koks in de keuken. Politieke statements zijn al helemaal uit den boze. Daarvoor zijn redacties al te zeer commerciële instrumenten geworden. Naakt interesseert me vooral als metafoor voor vrijheid. Andere media wagen zich daar amper nog aan, net omdat de tijdgeest zo veranderd is. Mensen zijn van zoveel dingen bang geworden dat ze veel sneller op hun achterste poten gaan staan. Het is nu veel moeilijker om taboes te doorbreken dan in de jaren '90. Vooral in de Verenigde Staten levert dat een heel dubbelzinnige situatie op. Nergens bloeit de porno-industrie meer dan hier, maar o wee als de tepel van een vrouwelijke borst door een T-shirt priemt. Zulke foto's lokken altijd een lading boze brieven uit. Ik denk trouwens niet dat ik hier nog lang wil wonen. In het begin hield ik de boot af en leken bladen me waardevoller dan websites. Van dat vooroordeel ben ik af. Veel materiaal dat online verschijnt, is spuuglelijk. Toch zijn er ook veel sterke dingen. Blogs puilen uit van de interessante beelden, ook van amateurs. Mensen kunnen haast in real time dingen online zetten, zonder iemand om goedkeuring te moeten vragen. Veel beelden kun je dan ook nergens anders zien. Al ligt de lat wel hoog tegenwoordig. Mensen zijn online zo snel afgeleid dat een hapering in de openingspagina al volstaat om weg te klikken. Fotografen die hun aandacht willen vasthouden, moeten gewoon meer moeite doen. Info : www.bl33n.com.DOOR WIM DENOLF