Op een zomerse dag was ze met haar moeder in het buurtzwembad van Union City, een grauwe voorstad van New York, toen haar aandacht getrokken werd door een man met felblauwe ogen. Hij dartelde zo uitgelaten met zijn zoontjes (later bleken het niet zijn zoontjes te zijn, maar die van de vriendin met wie hij samenwoonde), dat de kleine Margaux onweerstaanbaar naar hem toe werd gezogen en vroeg : "Mag ik met je spelen ?" Hij zei : "Natuurlijk", tilde haar op en zwaaide haar in de rondte, lachend als een groot kind. Toen hij haar weer neerzette, was de hele wereld uit balans, schrijft Margaux Fragoso.
...

Op een zomerse dag was ze met haar moeder in het buurtzwembad van Union City, een grauwe voorstad van New York, toen haar aandacht getrokken werd door een man met felblauwe ogen. Hij dartelde zo uitgelaten met zijn zoontjes (later bleken het niet zijn zoontjes te zijn, maar die van de vriendin met wie hij samenwoonde), dat de kleine Margaux onweerstaanbaar naar hem toe werd gezogen en vroeg : "Mag ik met je spelen ?" Hij zei : "Natuurlijk", tilde haar op en zwaaide haar in de rondte, lachend als een groot kind. Toen hij haar weer neerzette, was de hele wereld uit balans, schrijft Margaux Fragoso. Ze was op slag verliefd. Zij was zeven, hij eenenvijftig. Vijftien jaar later eindigt hun verhouding met Peters onverwachte zelfmoord. Meteen na zijn dood begon ze te schrijven aan wat haar literaire debuut zou worden : Tijger, tijger, een boek dat een unieke kijk geeft in het hart en de ziel van een pedofiel en die van zijn slachtoffer. "Ik heb onze relatie beschreven zoals ik me die herinner, met de goede en de slechte dingen, de leuke spelletjes en de vieze." De kleine Margaux was meteen in de ban van Peter : hij was wel oud, maar zo energiek en opgewekt dat hij niet oud leek. Haar moeder en zijzelf brachten uren en dagen bij hem door, liever dan thuis, waar het meubilair nog altijd in verpakkingsplastic zat om het netjes te houden. Peters huis leek op een wildernis met parkieten die vrij rondvlogen, met een grote aanhankelijke hond, met hamsters en konijnen waar Margaux voor mocht zorgen. Het was een droom, een sprookjeswereld zonder regels of voorschriften, maar heel geleidelijk slopen er bedenkelijke elementen in hun spelletjes. Het begon met kietelen, en met rondrennen in haar onderbroekje, "want dieren in de jungle dragen ook geen kleren", en elk gevonden puzzelstukje werd beloond met een kusje. Dat kussen hoefde voor haar niet, zeker tongzoenen niet, maar ze kon er moeilijk aan ontkomen omdat hij altijd zo lief was. Ze was acht toen hij voor zijn tweeënvijftigste verjaardag een bijzonder geschenk bedacht, "om hun uitzonderlijke liefde te bezegelen". Hij vroeg haar om zijn 'babymaker' te kussen. Vol walging weigerde ze, maar een poosje later kwam het er toch van : "Ik heb die dure groente voor ons zieke konijn gekocht omdat je beloofd hebt dat je alles zou doen wat ik wilde." Margaux herinnerde zich niets van die belofte, maar gaf hem zijn zin. Vanaf die dag bevredigde ze hem met haar handen en mond. Hij noemde het 'massage'. Margaux Fragoso is nu eenendertig. Ze is het niet gewend om openlijk met onbekenden over haar verleden te praten. Tot nu toe deed ze dat uitsluitend met therapeuten. Op de tafel staat een doos tissues, want ze is bang dat ze elk moment in tranen uitbarst. Tijdens ons gesprek zit ze stijf en bewegingloos, haar handen in de schoot. Haar rode blouse is hoog dichtgeknoopt, haar zwarte kokerrok reikt tot halverwege de kuit. Ze praat monotoon, haar blik gericht op een vast punt op het tapijt. Haar ademhaling is luid en langzaam, als van iemand in een diepe slaap. Als ze onverwacht glimlacht, is het of de zon door de wolken breekt en alleen op hààr schijnt, op de manier zoals ze Peter beschrijft op gelukkige momenten : sprankelend en stralend als met een aureool. Het is niet zo dat ik sindsdien niet meer getraumatiseerd ben, maar het schrijven was in zekere mate therapeutisch want ik heb pijnlijke waarheden onder ogen moeten zien. Peter was de enige op de hele wereld op wie ik altijd kon rekenen. Zijn warmte, aandacht en complimentjes stonden in schril contrast met thuis, en met de school, waar ik gepest werd en geen vriendjes had. Peter was mijn beste vriend, mijn speelkameraad, maar ook een vaderfiguur, mijn redder, een toevluchtsoord, maar hij heeft me gemanipuleerd en misbruikt. In de eerste versie van Tijger, tijger kwam geen enkele seksscène voor. Ik kon mezelf er niet toe brengen die te beschrijven. Maar ik kon er niet meer omheen, om de gruwelijke dingen die hij heeft gedaan. Later wilde ik de seks er weer uit. Maar van de mensen die me begeleidden, moést het erin. "Waar is anders de horror ?" vroegen ze. "Zonder de seksscènes is het een zuivere romance." De eerste versie was niet meer dan een poging om het verleden van me af te schrijven, om te proberen het te verwerken. Ik hoopte inzicht te krijgen in wat er gebeurd was, maar ik was vooral in rouw en in shock. Ook als ik niet aan het boek werkte en het manuscript lag op een plank in de kast, voelde ik op vaste uren hoe de wanhoop toesloeg. Om klokslag twee uur 's middags, het tijdstip dat hij me kwam ophalen voor een autoritje. Om vijf uur omdat ik hem dan voorlas. Om zeven uur 's avonds omdat hij me dan vasthield en over mijn buik wreef. De hele wereld te zijn voor iemand. Alles te betekenen voor een ander. Vijftien jaar lang schreef hij me elke ochtend een brief die begon met Dear Princess. Er zijn ook zeven videobanden met niets anders dan Margaux, Margaux en nog eens Margaux. En twintig albums met foto's van mij alleen, van mij met de hond of met mijn moeder. Ik was zijn religie, zijn obsessie. Ze had veel meer aan hem dan aan mijn vader. Mijn moeder sleepte zich van inzinking naar ziekenhuisopname en hield een Feitenboek bij over rampen op radio en tv, en ze voerde eindeloze gespreken met anonieme hulplijnen. Peter luisterde naar haar. Hij steunde haar. Hij ging met haar naar de dokter. Hij ging bij haar op bezoek in het ziekenhuis. Dat deed mijn vader allemaal niet. Mijn vader hield niet van haar. En alles was mijn schuld. Ik hoor het hem nog zeggen : " You make your mother sick. You make her sick." Als kind wist ik niet dat ik niet verantwoordelijk was voor haar toestand, en ik was uiterst voorzichtig om het niet nog erger te maken. Mijn vader hield van me, maar ik zou zijn visie op het ouderschap niet aanbevelen want hij heeft veel schade aangericht. Ach. Hij is ook een product van zijn opvoeding en zijn afkomst. Mijn vader geloofde niet in romantische liefde. Volgens hem kon liefde uitsluitend bestaan tussen bloedverwanten. Tussen ouders en kinderen, tussen broers en zussen, maar niet tussen man en vrouw. In zijn ogen kon je beter dood zijn dan verkracht. Een unfaire manier om vrouwen te onderdrukken : een vrouw moet zuiver zijn en mag geen seks hebben. Ik moest mijn eer bewaren want een onteerde vrouw is waardeloos. Ik heb heel lang gedacht dat ik beter dood kon zijn. Op een bepaalde manier ben ik ook dood. Een deel van me is gestorven. Een stuk van me zal altijd beschadigd blijven. Ik heb ook zelfmoordpogingen achter de rug. Toen ik negen was, probeerde ik mezelf te verdrinken in de badkuip. En op mijn zestiende werd ik op het nippertje gered nadat ik met papa's whisky alle medicijnen van mijn moeder had geslikt, en alle huis-tuin-en-keukenmiddeltjes die ik kon vinden, tot en met de inhoud van de tube tandpasta. Ik voelde me zo schuldig en ik kon nergens heen. Ik moest mama beschermen. Mijn vader zei altijd : "Jij moet sterk zijn, want je moeder is het niet." Pedo's hebben dat meteen in de gaten. Ze zijn heel erg slim. Dat is het complexe. Een pedofiel wordt afgeschilderd als een monster, als de baarlijke duivel zelf. Maar dat is een karikatuur, een mythe, iets dat niet bestaat. Was het maar zo simpel, dat slechte mensen alleen maar slechte dingen doen, dan zou je ze van mijlenver herkennen. Helaas. Ze zijn vriendelijk, behulpzaam en voorkomend. Als er iéts opvalt, dan is het hun charme. Peter had zo'n sterke aantrekkingskracht dat in de speeltuin àlle kleine meisjes op hem af zwermden. Hij was lief, begaan, zorgzaam. Zijn goede kwaliteiten waren echt, maar hij bleef een kleine jongen. Hij was zoals ik, maar dan groter. Hij kon dingen die ik niet kon, met de auto en de motor rijden, bijvoorbeeld. Het verraderlijke is dat de verbeeldingskracht van pedofielen die van kinderen overstijgt, waardoor ze een werkelijkheid weten te creëren waar kinderen niet eens van kunnen dromen. Peter liet me geloven dat het mijn keuze was, hij dwong me nooit. Hij zei : "We doen alleen maar wat jij wilt. Alleen als jij het wilt." Pas tijdens het schrijven van het boek werd ik me bewust van de manipulatie. Ik was ervan overtuigd dat ik die beslissingen zelf had genomen, en ik voelde dat ik daardoor mijn eer kwijt was, mijn vader had verraden en ons gezin ruïneerde. Van mijn zelfrespect bleef geen spaander heel. Ik kreeg eetproblemen, kon geen voedsel meer binnenhouden en kwijnde weg. Ik was een raar kind geworden en ik vertoonde gek gedrag, maakte spastische sprongetjes, huppelde zonder het te willen. Mijn lichaam sprak. Ik niet, want ik was mijn stem kwijt, soms letterlijk. Ik dacht dat ik net als mijn moeder geestesziek werd, want ik had de symptomen al. In mijn boek spreek ik met de stem van het kind dat ik was, en een kind voelt die woede niet. Ik herinner me vooral hoe heerlijk ik het vond in zijn magische wereld. Ik herinner me zoveel haarscherpe details, alsof ik foto's heb genomen. Voor Tijger, tijger heb ik dezelfde wandelingen gemaakt als destijds met Peter. Ik bezocht dezelfde eethuisjes en ging terug naar onze geheime plekjes. Het was zo triest... Alle betovering viel weg. Wat overbleef was de rauwe werkelijkheid. Nu ik volwassen ben weet ik rationeel dat Peter me heeft gemanipuleerd en misbruikt. Als ik me op dat boosaardige concentreer, ben ik kwaad, heel kwaad. Maar ik wil niet constant met woede en wraakgevoelens leven. Het blijft ambivalent : ik was een kind, en ik vertrouwde hem blind. Peter hield van mij, maar hij was ook een roofdier dat zijn kans afwachtte. Maar het kind dat al die mooie dingen over hem wilde geloven, is er nog steeds. Hij was in het verleden veroordeeld voor misbruik van twee van zijn pleegkinderen. Onterecht, zei hij. Ook zijn eigen dochters beschuldigden hem. Leugens, volgens hem. Toen de politie hem op het spoor kwam en sociale werkers mij aan de tand voelden, smeekte Peter me om niets te vertellen. Nog liever dood dan weer in de gevangenis, zei hij. In zijn zelfmoordbrieven drukte hij schuld en spijt uit. Hij haatte zichzelf om wat hij gedaan had, hij smeekte om vergiffenis. Soms denk ik dat het uit schuldgevoel is dat hij zelfmoord pleegde. Ik zal nooit begrijpen hoe één persoon zoveel goedheid én slechtheid in zich kan hebben. Voor eeuwig blijf ik met een hoop vragen achter : hoe berekend was Peter ? Hoe sluw ? Tegen alle adviezen in, ben ik naar zijn lichaam gaan kijken in het mortuarium. Ik moést en zou hem zien. Hoewel het weerzinwekkend was, ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Nu weet ik het tenminste zeker : hij is weg, het is voorbij, hij is er niet meer. Voor mij geen oom op de achtergrond die kerst- en verjaardagskaartjes stuurt, zoals dat vaak het geval is. Soms denk ik dat het zijn laatste cadeau was : voorgoed uit mijn leven verdwijnen door zichzelf te vernietigen. Maar misschien beroofde hij zich van het leven omdat hij simpelweg geen kant meer opkon. Ik ben overdonderd door dat onverhoopte succes, maar ook verbaasd over de uiteenlopende reacties. Sommige mensen zijn geschoffeerd. Ik begrijp dat niet. Als ze daar al niet tegen kunnen. Ze kunnen het boek toch dichtklappen en opzijleggen ? Hoe zouden ze dan reageren als hun kind iets dergelijks overkomt ? Ik geloof dat mijn boek waardevolle informatie bevat voor ouders, sociale werkers, hulpverleners, leraren, artsen... Voor iedereen die in aanraking komt met kinderen. En ik hoop oprecht dat mijn boek helpt om het onbespreekbare bespreekbaar te maken. Sinds pedofilie zo vaak aan de orde is, rust er een nieuw en zeer zwaar taboe op. Ik mag niet praten over mijn affectie voor de man die me misbruikte. Anderen voelen haat en woede, en verwachten van mij hetzelfde. Ik mag vooral niet zeggen dat ik van hem hield. Ik beschouwde hem als mijn redder, en ik vraag me af hoe mijn leven geweest zou zijn zonder Peter. Margaux Fragoso, 'Tijger, tijger', De Bezige Bij, 416 blz., 19,90 euro. DOOR GRIET SCHRAUWEN - FOTO WOUTER VAN VAERENBERGH"IK HEB ONZE RELATIE BESCHREVEN ZOALS IK ME DIE HERINNER, MET DE GOEDE EN DE SLECHTE DINGEN, DE LEUKE SPELLETJES EN DE VIEZE." "IK MAG NIET PRATEN OVER MIJN AFFECTIE VOOR DE MAN DIE ME MISBRUIKTE. ANDEREN VOELEN HAAT EN WOEDE, EN VERWACHTEN VAN MIJ HETZELFDE." "IK ZAL NOOIT BEGRIJPEN HOE ÉÉN PERSOON ZOVEEL GOEDHEID ÉN SLECHTHEID IN ZICH KAN HEBBEN."