Weinigen weten Piëmont liggen, laat staan de Langhe. Behalve wijnliefhebbers of gastronomen, met een voorkeur voor truffels. Toch is het gebied meer dan een bezoek waard, en op een zomerdag staan we in Pollenzo voor de ingang van de Albergo dell'Agenzia di Pollenzo, een statig gebouw dat tegenwoordig als luxehotel fungeert maar vooral een beetje de tempel is van de slowfoodbeweging. En dat klinkt een eenvoudige jongen als muziek in de oren. Voor de entree wacht Roberta Ferrero, een vrouw met een tomeloze energie. Roberta heeft een paar jaar in Afrika doorgebracht, maar is uiteindelijk naar haar geboortegrond teruggekeerd en draagt haar enthousiasme uit via een zelf ontworpen Vespatour.
...

Weinigen weten Piëmont liggen, laat staan de Langhe. Behalve wijnliefhebbers of gastronomen, met een voorkeur voor truffels. Toch is het gebied meer dan een bezoek waard, en op een zomerdag staan we in Pollenzo voor de ingang van de Albergo dell'Agenzia di Pollenzo, een statig gebouw dat tegenwoordig als luxehotel fungeert maar vooral een beetje de tempel is van de slowfoodbeweging. En dat klinkt een eenvoudige jongen als muziek in de oren. Voor de entree wacht Roberta Ferrero, een vrouw met een tomeloze energie. Roberta heeft een paar jaar in Afrika doorgebracht, maar is uiteindelijk naar haar geboortegrond teruggekeerd en draagt haar enthousiasme uit via een zelf ontworpen Vespatour. We eten bij wijze van inleiding in La Soffita, waar ze bij een goed glas wijn over de Piemontesi vertelt. Die blijken niet van opschepperij te houden, zijn een beetje klassiek van smaak, en gaan voor het understatement. Voor de rest zijn ze absoluut betrouwbaar en hulpvaardig. Iedere klant van Roberta krijgt een Vespa, een helm en een roadbook mee, waarop drie parcoursen staan uitgetekend die de naam dragen van een lokale wijn. Ze starten allemaal in Alba en zijn tussen de 60 en de 102 kilometer lang. Ideaal voor een slowexperience met tijd om te stoppen voor een glas, enkele kiekjes, zelfs voor een bezoek aan een wijnbouwer. 's Anderendaags geven we de Vespa de sporen en herkennen meteen het gevoel van vrijheid, al is het niet altijd eenvoudig om rijdend het roadbook te lezen. Eens buiten de hoofdstad van de witte truffel wordt het rustiger en neemt de Vespa met sprekend gemak de hellingen. Het rijden zelf zorgt voor een koele wind. De Langhe worden vaak met Toscane vergeleken, maar de dorpen en heuvels liggen wel dichter bij elkaar. De onstabiele lucht na de hittegolf blijkt ook wat weerbarstig en in Serralunga blijf ik een paar uur geblokkeerd door een stortvlaag die maar blijft duren, terwijl de kastelein zuchtend naar de nattigheid en de omgewaaide stoelen en parasols kijkt. Na de regenvlaag kleurt het landschap weer open, rij ik door vlagen van mekaar snel opvolgende geuren van champignons, bosplanten en kruiden die ik niet kan benoemen, soms zoet als wijn. Tegen de achtergrond tekenen zich de silhouetten van torens en kleine kastelen af, en her en der ontdek ik een verlaten schuur die ik met een beetje opknapwerk tot een prachtig atelier zou kunnen verbouwen. Het loopt al tegen zevenen als ik de afdaling naar het stadje Barolo aanvat, waar ik neerstrijk aan een piepklein tafeltje in een piepkleine enoteca waar de hele commedia dell'arte al in volle gang is. Met als voornaamste personages een praatgrage playboy met de onvermijdelijke zonnebril die met brede gebaren zijn verhaal doet, en daarop meteen aan de reorganisatie van stoelen en tafels begint, en ook nog een stuk of wat mooie vrouwen en de immer bezige uitbater. We zijn met niet meer dan een dozijn gasten en het spektakel wordt doorgespoeld met een Pio Cesare 2002. Later, als ik aan mijn vierde of vijfde verrukkelijke Piëmontse hapje toe ben, loopt een lokale wijnbouwer langs die ongevraagd de glazen volschenkt en enkele belangstellenden meteen naar zijn kleine auto vergezelt om er zijn waar te slijten. Het is al middernacht als ik de poort van de Albergo dell'Agenzia binnenrij. 's Anderendaags schuif ik na een succulente americain aan tafel met Fermino Buttignol, een vriendelijk uitziende vijftiger, compleet in het wit, die er als een turnleraar of kinesist uitziet. Alleen runt Fermino ook de Albergo en stond hij met Carlo Petrini en twee andere gelijkgezinden in 1982 aan de wieg van de slowfoodbeweging. "De lokale restaurants hadden toen niet eens een wijnkaart, de klant kreeg een menu en een glas wijn neergezet, veel keuze had hij niet. Terwijl dit deel van het land de beste grondstoffen bezat. Die miskenning was een stimulans om het discours over de herwaardering van onze producten op gang te trekken, en dat was in die dagen niet veel minder dan een revolutie. In 1989 verscheen het Manifesto Slow Food, en de naam alleen al was een beetje misleidend, omdat we geen antibeweging wilden zijn. We trokken niet ten strijde tegen de fastfood, we wilden de link tussen de landbouwers en hun land valoriseren, en dat werd met de komst van de gemanipuleerde gewassen een steeds dringender noodzaak. Omdat we overal tradities verloren zagen gaan, teeltwijzen zowel als dierenrassen of lokale gerechten. En daarmee ook smaken en geuren die slechts weinigen zich nog herinnerden. Kortom, we waren de eersten die zich serieus met de cultuur van het eten gingen bezighouden, van het veld tot in het bord. En eigenlijk ging het ook nog om een veel ruimer grande idea, want we wilden niets minder dan een aspect van het leven recupereren, het slowlife." De idee heeft wereldwijd school gemaakt, in Pollenzo ontstond de Universiteit van de Gastronomische Wetenschappen, en over twee jaar komt er een tweede faculteit in de Veneto. Later gaf de discussie aanleiding tot het ontstaan van de idee van de Terra Madre, die de aarde wil redden, zich bekommert om de diversiteit van de gewassen, en vooral het aantal tussenpersonen wil verminderen zodat de producent dichter bij de klant komt te staan en zijn inkomen een beetje menswaardiger wordt. 's Anderendaags maak ik een ommetje langs La Morra, één van de elf steden waar barolo verbouwd wordt, een keurig nest met hellende, gekasseide straatjes die culmineren in een prachtig uitkijkpunt over de regio met zijn talrijke valleien en barokke kerkjes. Na de koffie bezoek ik de langwerpige markt van Cherasco, dat een zekere faam te verdedigen heeft op het gebied van de escargotteelt. Al blijken de koffiedrinkers op het terras van de Osteria Umberto vooral een ijzersterk geheugen te bezitten. Want welhaast iedereen heeft het voortdurend over het bezoek van Napoleon, en vooral dat hij hier enige uren zoet is geweest. Kuierend door Cherasco ontdek ik het restaurant La Torre, waar de uitbater me het menu uit het hoofd opzegt en ik uiteindelijk de heerlijkste ravioli in jaren proef, nadat ik eerst een flandipomodoro naar binnen heb gewerkt. Maar dan dringt de tijd en rij ik prinsheerlijk met de Vespa over de hellingen, zwerf van terras naar terras, op zoek naar koelte. Als ik in een bos beland, rij ik wat langzamer om de koelte over mij te laten komen. Montaldo ligt er uitgestorven bij, maar ik vind een achterafterrasje met een waardin die maar vier woorden schijnt te kennen : mamma mia che calore. Ze blijft die zin een paar keer herhalen en ik moet dreigen om zelf achter de toog te gaan staan vooraleer ze tot de actie overgaat en me een ristretto tapt en een extra grote fles spuitwater uit de ijskast haalt. Op het terras laat ik de lichte bries over me heen komen, zie enkele kleine, bewegingloze wolkjes tegen het blauw van de hemel staan, en bedenk dat ik in de herfst moet terugkeren. Agostino is een stralende vijftiger die Kira heeft meegebracht, een tweeënhalf jaar jonge teef die haar opleiding als truffelzoeker er bijna heeft opzitten. "Ik verkies vrouwtjes," zegt de voorzitter van de truffelzoekersvereniging lachend, "omdat mannetjes zich te veel laten afleiden." We lopen het bos in naar één van de vele plekken waar Agostino op jacht gaat. "De plaatsen waar truffels gevonden worden, zijn zeer geheim. Ze worden vaak van generatie op generatie doorgegeven, al was dat bij mij niet het geval. Ik heb de hele kennis van mijn schoonvader meegekregen, nu 25 jaar geleden. Ieder trufolao houdt natuurlijk ook een geheim dagboek bij waarin zijn vondsten en de vindplekken nauwkeurig worden genoteerd. Al is dat nooit een garantie op succes, omdat de klimatologische condities altijd weer anders zijn. Een vuistregel is wel dat je in de jaren van de goede wijn weinig truffels vindt, en omgekeerd. Maar de geheimen van de microklimaatsituaties blijven vaak ongrijpbaar : de truffel is een ondergrondse champignon die naast de wortels van eiken of hazelaars groeit, soms tot een meter diep. Hij is letterlijk de vrucht van het lijden van de boom, omdat hij bepaalde minerale zouten aan de bodem onttrekt. Maar zijn uiteindelijke omvang hangt af van het vochtgehalte, en in tegenstelling tot de zwarte truffel kun je de witte niet kweken." Terwijl Kira een exemplaar opgraaft, vernemen we dat in Alba, de Langhe en de Roero zo'n 1100 truffelzoekers actief zijn die een deel van hun opbrengst privé verkopen. De rest (vermoedelijk dertig à veertig procent) gaat naar de markt in Alba, waar wekelijks zo'n vijftien à twintig kilo witte truffels verhandeld wordt. Op de vier kleinere markten wordt nog eens vijf à tien kilo per week verkocht. "De opleiding bestaat er vooral in om de hond te laten stoppen bij het zoeken, zodat hij de truffel niet zelf opeet", merkt Agostino op, terwijl hij Kira als beloning drie koekjes toestopt. Zelf heeft hij ooit een witte truffel van 600 gram gevonden en een 81-jarige collega wist er zelfs eentje van 1,2 kilo op te graven. Niet mis als men bedenkt dat de prijs van één kilo witte truffels in het rampjaar 2003 tot 4000 euro klom. Helemaal verwonderlijk is dat niet, de witte truffel wordt immers alleen in Italië, in Istrië en een beetje in Dalmatië gevonden. En de houdbaarheid overschrijdt de week niet. We rijden weer met de 'wesp' en genieten van onze vrijheid. De barbarescotour ligt ten oosten van Alba, in een erg heuvelende streek met prachtige vergezichten. Maar we wijken van de weg af, de Alta Langhe in, om op zoek te gaan naar Silvio Pistone, die in een vorig leven tegelzetter was. Vijftien jaar geleden kocht hij een huis op de buiten omdat hij iets in de natuur wilde gaan doen. En omdat hij een passie voor kazen had. "Ik ken de streek, kwam er vaak op vakantie als kind, maar veel geld was er niet. Dus kocht ik dit huis en restaureerde het eigenhandig, drie jaar lang leefden we op een werf, moesten het doen met één kamer en één tafel."Intussen was Silvio langs geweest bij de protagonisti van de slowfoodbeweging en die contacten versterkten zijn passie voor het natuurlijke buitenleven. Terwijl in regeringskringen steeds meer stemmen opgingen om alles te pasteuriseren, koos Silvio voor een schapenkaas die van rauwe melk gemaakt zou worden. "Je kunt op een artificiële manier het melkvolume verhogen, maar dat is niet mijn ding. Ik ging resoluut voor natuurlijk, koos de beste grasvelden uit en moet het op mijn manier met 1,5 à 2 liter melk per dag en per dier stellen, en dan nog niet eens het hele jaar rond, terwijl een koe tot 40 liter kan geven." Silvio bezit vijftig schapen die twee keer per dag gemolken worden, maar hij is een tevreden man. Doordat hij rauwe melk gebruikt, blijven alle nutritieve bestanddelen behouden. "De problemen beginnen met het toevoegen van additieven, pasteurisatie doodt alle leven in de melk. Ik verkies mijn manier, ook al brengt die me minder op dan toen ik tegelzetter was, maar ik voel me nu zoveel beter in mijn hoofd en ik heb de markt een smaak teruggegeven die ze niet meer kende."Met een pakje schapenkaas van bij Silvio rij ik naar Alba, schuif aan op een terras om ijs te proeven en van de koffie te genieten. Want de tijd dringt alweer : Roberta komt al aangelopen, verwacht haar Vespa terug, heeft duizend-en-een verhalen en vooral een half dozijn nieuwe leergierige klanten die zich aandienen voor de volgende Vespa experience. Algemeen Weekend Knack reisde met Kalitumbatravel, dat een vierdaags pakket aanbiedt. Voor een verblijf met vier overnachtingen op basis van kamer en ontbijt, drie dagen huur van de Vespa (twee personen op één Vespa) met helm en onbeperkt aantal kilometers, het roadbook, een basisverzekering brand/diefstal en een verzekering tegen derden wordt 360 euro per persoon aangerekend in een charmehotel met drie sterren, en 510 euro in de Albergo dell'Agenzia. Een tweede Vespa kost 180 euro extra. Reis Alba ligt 65 km ten zuidoosten van Turijn, dat door SN Brussels tot drie keer per dag wordt aangevlogen. Met de auto: 985 km van Brussel. Periode De beste periode is van de lente tot eind november. Liefhebbers van witte truffels verkiezen oktober tot december en vinden de truffelmarkt in Alba elke zaterdag en zondag van oktober. Info www.kalitumbatravel.com/nl/pikipiki. htm, Italiaanse dienst voor toerisme, Louizalaan 176, 1050 Brussel, 02 647 11 54, www.enit.it Door Pierre Darge I Foto's PPI