In Parijs woonden we in een groot Haussmanniaans appartement met hoge plafonds en vensters waardoor veel licht naar binnenviel", vertelt Marianne. "En toch trokken we er weg. De drukte, weet je wel, en voor de kinderen is het hier veel leuker."
...

In Parijs woonden we in een groot Haussmanniaans appartement met hoge plafonds en vensters waardoor veel licht naar binnenviel", vertelt Marianne. "En toch trokken we er weg. De drukte, weet je wel, en voor de kinderen is het hier veel leuker." Marianne en Franck Evennou kwamen toevallig terecht in Senlis, een pittoresk stadje op ongeveer een uur rijden ten noorden van Parijs. "Senlis was een ontdekking," vervolgt Marianne, "want we zochten iets landelijks, niet ver van Parijs. Dus namen we een Michelin-kaart, trokken een grote cirkel rond de hoofdstad en zo vonden we Senlis, dat we helemaal niet kenden. Het is een van de zeldzame middeleeuwse centra rond Parijs, want de meeste werden verwoest in een oorlog of werden lang geleden gemoderniseerd. Het is dankzij André Malraux, destijds minister van Cultuur, dat Senlis uitstekend is bewaard. Je mag hier geen huis afbreken, hooguit een bouwval die dan moet worden heropgebouwd met oude materialen, zonder een of andere moderne aanvulling. Daar hebben wij geen enkel probleem mee." Senlis ziet er wat zuiders uit. Dat komt door de schilderachtige, bijna Bourgondische architectuur en de warme kleur van de lokale natuursteen, een tint die je overal in dit huis terugvindt. Marianne en Franck kozen voor deze kleine, maar eeuwenoude woning, omdat ze compact is, gezelligheid uitstraalt, met die robuuste muren en balken. Het pand werd helemaal opgeknapt en ingericht als een vakantiehuis. "Dus niet te serieus of pretentieus," zegt Franck, "maar een beetje landelijk, met grappige knipoogjes. Zoals de keuken met deurtjes waarop telkens de inhoud van de kast staat." Zelf vertoeft hij het liefst achterin de tuin, in een bijna volledig uit glas opgetrokken paviljoen. Het gebouwtje lijkt oud, maar het staat er pas sinds kort. In dit atelier tekent, ontwerpt en boetseert beeldhouwer Franck Evennou. Hij begon ooit in het atelier van beeldhouwer Leslie Kaye, maar ging al snel zijn eigen weg. Behalve beeldhouwen, ontwerpt Evennou ook: kasten, stoelen, deurklinken, luchters, juwelen en gebruiksvoorwerpen. Voor een Chinees restaurant in Shanghai tekende hij het tafelzilver. Voor de Franse ambassades in Beiroet en Peking maakte hij grote bronzen deuren. Ook glasfabrikant Daum vroeg hem enkele exclusieve ontwerpen. Voorts werkt hij samen met een paar vaste kunstgalerieën die vooral aan verzamelaars verkopen. De tekeningen en gipsen modellen komen in dit atelier in Senlis tot stand, daarna worden ze in de gieterij in brons uitgevoerd. Met zijn frivole en soms wat surrealistische stijl neemt Evennou een aparte plaats in. "Natuurlijk heeft Frankrijk en Parijs in het bijzonder een eigen markt. Je moet weten dat er in Parijs voor elke stijl een publiek bestaat, van conceptueel tot figuratief. Hier komen dus alle mogelijke talenten aan de bak", verklaart Franck Evennou. "Hoewel de kunst die de staat aankoopt conceptueel is, valt het op dat er in Frankrijk een traditie bestaat van beeldhouwers die zich ook bezighouden met decoratieve kunst. De scheiding tussen grote kunst en de kleine is dus niet zo scherp. Het is trouwens een traditie die allang meegaat." Evennou bestempelt zichzelf als klassiek, maar niet saai. Het huis en het atelier baden in een opwekkende sfeer. Het atelier is luchtig en speels van inrichting. "Ik wilde niet zomaar een werkruimte, maar iets dat op een negentiende-eeuws kunstenaarsatelier gelijkt, met veel glas en ijzer. De grote zuilen kochten we in een curiosazaak in het zuiden, en de trap vonden we via onze vrienden Barbara en René Stoeltie, die komt uit Amsterdam. Helemaal boven heb ik mijn tekenbureautje van waaruit ik een beeldig zicht heb op de tuin. Wat kan een mens nog meer wensen?" Dat atelier kan in een handomdraai worden omgebouwd tot een gastenverblijf, best handig voor een gezin met een uitgebreide vriendenkring. De interieurdecoratie is landelijk van inspiratie, maar wordt nooit vervelend of burgerlijk. Bijna overal zijn er geschilderde plinten die stilistisch een beetje botsen met het deftige salonmeubilair. Vooral de voorste kamer van de woning, de inkom eigenlijk, is een juweel. Bovendien sluipt hier in de namiddag de zon binnen, goed voor een stevige portie licht. Dat beschijnt perfect de kroonluchter en de prachtig geboetseerde bustes op de schouw. "Deze ontwerpen hoeven niet in brons te worden uitgevoerd, want ik heb ze louter voor mezelf gemaakt. Ze zijn een beetje à la Daumier geboetseerd. Bustes zijn zeer leuk om te maken. Vergeet niet dat er vroeger enorm veel van waren. Voor de fotografie bestond, kon iemand zich enkel door een buste of op een schilderij laten vereeuwigen." Hoewel Franck en Marianne geen interieurs decoreren, hebben ze in Senlis toch een mooie zaak ingericht: Le Comptoir Senlisien (2, Impasse de la Chaufferette) waar zijn stoelen en lichtarmaturen te bewonderen en te koop zijn. In dit ouderwets lijkende etablissement - volledig door hen ontworpen - geniet je van een heerlijk bakje troost en koop je de fijnste épicerie. Ter afronding: het schilderachtige Senlis is best een weekendverblijf waard.Piet Swimberghe / foto's Jan Verlinde