Het is jammer dat Madame Grès vooral zal herinnerd worden door de mysterieuze omstandigheden rond haar dood. Terwijl iedereen dacht dat ze zich in een rusthuis bevond, bleek ze te zijn overleden op 23 november '93. Haar dochter Anne had dat feit een jaar lang geheim gehouden. "Ik wilde haar beschermen", zei ze. "Er hebben al zoveel mensen van haar geprofiteerd en dat zou na haar dood alleen maar erger worden." Die bittere uitspraak laat zich makkelijk verklaren. Madame Grès, een groot technisch en koppig talent met w...

Het is jammer dat Madame Grès vooral zal herinnerd worden door de mysterieuze omstandigheden rond haar dood. Terwijl iedereen dacht dat ze zich in een rusthuis bevond, bleek ze te zijn overleden op 23 november '93. Haar dochter Anne had dat feit een jaar lang geheim gehouden. "Ik wilde haar beschermen", zei ze. "Er hebben al zoveel mensen van haar geprofiteerd en dat zou na haar dood alleen maar erger worden." Die bittere uitspraak laat zich makkelijk verklaren. Madame Grès, een groot technisch en koppig talent met weinig zakelijk inzicht, moet haar huis verkopen in '84, aan Bernard Tapie, of all people. Drie jaar later wordt het faillissement uitgesproken en de hele inboedel wordt verkocht, tot en met de prachtige witte salons in de rue de la Paix. Niemand toont zich solidair. Alleen Hubert de Givenchy en Pierre Cardin helpen. In 1988 neemt een Japanse firma de naam over, maar de ziel van het huis is dan al lang verdwenen en mevrouw Grès is een trieste dame die zelfs geen bezoek meer wil. Ze wordt geboren in Parijs in 1903 als Germaine Krebs, maar sticht haar couturehuis in 1934 onder de naam Alix Barton. In 1942 tijdens de Duitse bezetting, heropent ze als Madame Grès, een anagram van de voornaam van haar echtgenoot Serge Czerefkov, de Russische schilder. Tijdens de oorlog schopt ze schandaal door uitsluitend jurken in de Franse driekleur te produceren, en ze moet uiteindelijk vluchten. Met de steun van Harper's Bazaar hoofdredactrice Carmel Snow en society-schoonheid Madame Martine de Hoz wordt haar salon het glamoureuze centrum van de Parijse naoorlogse jaren. Marlene Dietrich, Grace van Monaco, Nancy Mitford en de Hertogin d'Orléans zijn vaste klanten. Madames jurken zijn wonderen der techniek; virtuoos gedrapeerde zijde, wol of jersey; wat stijl betreft de perfecte kruising tussen het antieke Griekenland en het moderne Hollywood. Ze lijken eenvoudig elegant, maar vragen makkelijk zo'n driehonderd uur handwerk en zeventig meter textiel. Grès' lievelingskleur is wit - "Wit is rust. Rust en orde." - maar ze werkt net zo graag met kleurige Indische stoffen. Madame houdt niet van machines. "Machines hebben de mens vooruitgang gebracht, maar ze hebben zijn ziel afgenomen", zegt ze. Die houding betekent jammer genoeg haar ondergang. Steeds minder vrouwen zijn bereid om voor dat peperdure handwerk te betalen. Sinds haar dood werden er heel wat expo's georganiseerd en een nieuwe generatie ontdekt Grès. Christie's veilt honderd couturejurken (prijzen kunnen oplopen tot een half miljoen frank) en beschouwt dit als een passend eerbetoon aan een van Parijs' grootste talenten. Madame Grès, veiling van honderd couturestukken, 17 september, Christie's, King Street, Londen.ONDER REDACTIE VAN LENE KEMPS