De politieke poster is bezig aan een inhaalbeweging, 'wildgeplakt' op muren, of, misschien nog vaker, verspreid in digitale vorm. De boodschap is vaak belangrijker dan de vorm. Pro solidariteit, contra de bankwereld. Tegen het rijkste procent van de bevolking (allen tegen één als het ware). Tegen de manier waarop de Russische overheid homoseksuelen en lesbiennes viseert (" Don't hate, masturbate", suggereert een van de affiches op de website van Posters to Russia). Doorgaans speelt grafisch design een ondersteunende rol : een ontwerper heeft in zijn/ haar werk meestal geen maatschappelijke stem, alleen een artistieke visie. Bij politieke posters is dat anders. De uitdaging is daar niet zozeer leesbaarheid of elegantie, de boodschap komt op de eerste plaats. Als het goed zit, versmelten vorm en inhoud tot een formidabele gebalde vuist. De beste posters zijn dus ook grafisch interessant. Ze geven een nieuwe generatie maatschappijbewuste illustratoren en vormgevers de kans zich uit te drukken.
...

De politieke poster is bezig aan een inhaalbeweging, 'wildgeplakt' op muren, of, misschien nog vaker, verspreid in digitale vorm. De boodschap is vaak belangrijker dan de vorm. Pro solidariteit, contra de bankwereld. Tegen het rijkste procent van de bevolking (allen tegen één als het ware). Tegen de manier waarop de Russische overheid homoseksuelen en lesbiennes viseert (" Don't hate, masturbate", suggereert een van de affiches op de website van Posters to Russia). Doorgaans speelt grafisch design een ondersteunende rol : een ontwerper heeft in zijn/ haar werk meestal geen maatschappelijke stem, alleen een artistieke visie. Bij politieke posters is dat anders. De uitdaging is daar niet zozeer leesbaarheid of elegantie, de boodschap komt op de eerste plaats. Als het goed zit, versmelten vorm en inhoud tot een formidabele gebalde vuist. De beste posters zijn dus ook grafisch interessant. Ze geven een nieuwe generatie maatschappijbewuste illustratoren en vormgevers de kans zich uit te drukken. In ons tijdperk van bits en pixels is die plotse terugkeer van affiches (en pamfletten en andere zines) een opmerkelijk fenomeen, maar het valt wel gemakkelijk te verklaren. De sociale netwerken zijn een krachtig, maar vluchtig medium. Berichten op Facebook hebben zelden een lange levensduur. Posters zijn ook efemeer. Maar ze kunnen achteraf, wanneer de tentenkampen al lang zijn afgebroken, gemakkelijk symbool staan voor een geleden strijd : de revolutie herleid tot een spotprent in geschiedenisboeken, aan museummuren, in tv-documentaires, en dus vanzelfsprekend ook online. Voor de jongste generatie ontevredenen zijn posters nog om andere redenen aantrekkelijk. Je kunt ze gemakkelijk zelf ontwerpen, drukken en verspreiden, en dat hoeft allemaal geen fortuinen te kosten. Een computer, een printer (of, voor de diehards, een stencilmachine), en één of meerdere, zeer gedreven wildplakkers. Meer moet dat niet zijn. Een poster is een eerlijk, artisanaal product (in deze omstandigheden tenminste, gigantische reclamebillboards zijn nog iets anders). Inkt is duurzaam, papier kan worden gerecycleerd. En dat alles spreekt tot de min of meer regressieve, idealistische geest van nogal wat Indignado's. "Met posters kunnen we de idealen van Occupy gemakkelijk wereldwijd bekend maken", zegt Jesse Goldstein, de Amerikaanse student achter Occuprint, een website die als virtueel archief dient voor de affiches en pamfletten van de beweging, en die werd opgericht in samenspraak met The Occupied Wall Street Journal. Occuprint en vergelijkbare websites, zoals die van Posters to Russia, dienen als uitstalraam, maar ook als distributiekanaal. Downloaden en printen wordt aangemoedigd. Affichemakers zijn wel ambachtelijk, maar niet achterlijk. En de globalisering van de wereld heeft ook goede kanten. De politieke poster is geen nieuw fenomeen. Zie de gedrukte propaganda van de grootmachten van de vorige eeuw. Uncle Sam Wants You, kosmonauten en sovjetpioniers, verpleegsters op het front, noeste fabrieksarbeiders, jonge blonde Duitsers in ontbloot bovenlijf ( Führer wir folgen dir !). De affiches uit die periode tonen bijna zonder uitzondering heldhaftige, vastberaden personages. De boodschap is fors, maar altijd positief. In de posters uit de late jaren zestig verandert het gezichtspunt. De jeugd (ontevreden studenten, hippies, rockers, kunstenaars) neemt het medium over van officiële propagandadiensten. De culturele underground van die tijd heeft een aantal grafische helden, onder wie Victor Moscoso of Tadanori Yokoo. De eerste hoort bij de rockgeschiedenis (hij ontwierp tientallen affiches voor rockconcerten in de hippiewijk Haight-Ashbury in San Francisco), de tweede bij de theatergeschiedenis (Yokoo was huisontwerper van Tenjo Sajiki, de revolutionaire theatergroep van regisseur/schrijver Shuji Terayama). Grafische ontwerpers hielpen de woelige jaren zestig aan een eigen identiteit. De nieuwe generatie geëngageerde designers haalt inspiratie bij de sovjets en de hippies, maar nog meer bij de punkbeweging. De punks hielden van doe-het-zelf : slordig knip- en plakwerk, lettercollages, stencilmachines (de door Jamie Reid ontworpen platenhoes voor Never Mind The Bollocks van The Sex Pistols is het ultieme voorbeeld van die stijl). Doe-het-zelf blijkt ook in 2012 ontzettend populair, als is er wel een verschil. De esthetiek van punk was in grote mate het werk van amateurs. Al klopt dat niet helemaal : het modetijdschrift i-D, dat in de vroege jaren tachtig mee aan de basis lag van de grafische stijl die we tegenwoordig associëren met punk en new wave, werd geleid door de voormalige artdirector van de Britse Vogue. Maar laten we aannemen dat de meeste punks zich geen professioneel materiaal konden veroorloven. Plakletters van Letraset en stencil- of kopieermachines (toen nog uitsluitend zwart/wit) waren gewoonlijk de enige opties om zines, affiches en zelfs platenhoezen te maken. Het esthetisch amateurisme van nu is vaak niet meer dan een stijleffect. Iedereen kan tegenwoordig een keurig document uit zijn/haar laptop toveren, en dat thuis afdrukken in bijna perfecte vierkleurendruk. Maar aan keurig en/of verzorgd hebben de Indignado's en konsoorten in feite geen boodschap. Zo'n in de gauwte in elkaar geflanst typografisch rommeltje - of iets dat die indruk geeft - is veel cooler, omdat het rebellie suggereert, en jeugd, en onafhankelijkheid. Anderzijds was het de punks toch vooral om fun te doen - anarchie als pose - terwijl in 2011 veel vormgevers echt iets willen veranderen. Door hun talent te gebruiken om geëngageerde boodschappen vorm te geven, of duidelijker te maken voor een breed publiek. Soms komen zulke ontwerpers in de mainstream terecht, zoals het collectief Gorilla, dat zijn affiches op miniatuurformaat publiceert in De Groene Amsterdammer en Adformatie.The New York Times heeft een data artist in residence, Jer Thorp, die voor de krant interessante dingen doet met algoritmes en interactieve infografieken. Een verwant, bijzonder populair fenomeen zijn zelfgemaakte zines : het uitverkoren medium van jonge tekenaars en fotografen die hun werk in een fysieke vorm willen verspreiden, zonder daarvoor naar een gevestigde uitgever te moeten stappen (al heeft het genre intussen zijn eigen gevestigde uitgevers, zoals het Zwitserse Nieves). Bij die vaak goedkope, soms moeilijk te vinden uitgaven zit uitstekend, soms zelfs geniaal werk, maar ook veel rommel - precies zoals in de 'grote' wereld. Omdat 'iedereen en zijn huisdier' tegenwoordig boekjes uitgeven, komen de parels niet altijd bovendrijven. Maar soms gelukkig wel. En dat is dan weer grotendeels te danken aan de sociale netwerken en aan het idee van sharing, dat jonge creatievelingen zo belangrijk vinden (en dat bijvoorbeeld ook wordt weerspiegeld in de werkstructuur van nogal wat jonge creatieve bureaus, of in het groot aantal collectieven, ook bij de uitgevers van zines). Het met elkaar in contact brengen van gelijkgestemde zielen was nooit zo gemakkelijk. Wat betekent dat we in de nabije toekomst dus alleen maar meer collectieven kunnen verwachten, groeperingen van mensen die samen aan de verwezenlijking van een gedeelde droom willen werken, politiek, creatief, of anderszins. Dream of things that have never been but someday will be, kopt een affiche van Occupy Oakland. Dromen zijn natuurlijk van alle tijden. Maar de wij-generatie heeft wel veel meer mogelijkheden en middelen dan haar voorgangers om die dromen waar te maken. Door Jesse Brouns - Beeldselectie Sarah VanbelleBij politieke posters komt de boodschap op de eerste plaats. Als het goed zit, versmelten vorm en inhoud tot een formidabele gebalde vuist. De nieuwe generatie geëngageerde ontwerpers haalt inspiratie bij de sovjets en de hippies, maar meer nog bij de punkbeweging. Een verwant, bijzonder populair fenomeen zijn zelfgemaakte zines.