Begin de jaren zestig veroverde een onbekende, jonge Londense fotograaf stormenderhand de modewereld. David Bailey (°1938) kwam uit de verpauperde East End, was op school door het systeem al snel terzijde geschoven en fotografeerde zoals het hem uitkwam, en daardoor noodgedwongen op zijn eigen, onconventionele manier. Hij maakte foto's die vol beweging zaten, knipte soms een deel van het hoofd van de geportretteerden weg, en stootte ongewild de toenmalige koning van het genre, Cecil Beaton, bekend om zijn statige poses, van zijn voetstuk. In geen tijd veroverde de jongen uit de wild East End de harten van het establishment van de chique West End. Hij bracht een frisse wind in kringen die vastgeroest waren in tradities. Meer dan een halve eeuw later is hij de centrale gast in de Londense National Portrait Gallery. Hij kreeg er volop ruimte én carte blanche voor Stardust, een eenmanstentoonstelling zoals die alleen te beurt vielen aan beroemde voorgangers als Richard Avedon, Annie Leibovitz, Bruce Weber, David Hockney en Lucian Freud.
...

Begin de jaren zestig veroverde een onbekende, jonge Londense fotograaf stormenderhand de modewereld. David Bailey (°1938) kwam uit de verpauperde East End, was op school door het systeem al snel terzijde geschoven en fotografeerde zoals het hem uitkwam, en daardoor noodgedwongen op zijn eigen, onconventionele manier. Hij maakte foto's die vol beweging zaten, knipte soms een deel van het hoofd van de geportretteerden weg, en stootte ongewild de toenmalige koning van het genre, Cecil Beaton, bekend om zijn statige poses, van zijn voetstuk. In geen tijd veroverde de jongen uit de wild East End de harten van het establishment van de chique West End. Hij bracht een frisse wind in kringen die vastgeroest waren in tradities. Meer dan een halve eeuw later is hij de centrale gast in de Londense National Portrait Gallery. Hij kreeg er volop ruimte én carte blanche voor Stardust, een eenmanstentoonstelling zoals die alleen te beurt vielen aan beroemde voorgangers als Richard Avedon, Annie Leibovitz, Bruce Weber, David Hockney en Lucian Freud. De overzichtstentoonstelling van Baileys fotografisch werk van de jongste vijftig jaar is zonder meer indrukwekkend. Zowel qua presentatie als qua variatie. De reden is niet ver te zoeken : de gevierde fotograaf wilde zijn medewerking alleen verlenen als hij het heft zelf in handen mocht nemen. Zo kon hij een beeld van zichzelf schetsen dat breder en dieper gaat dan wij hadden verwacht. Het resultaat is een overzicht van bijna driehonderd foto's, vier vitrines (met onder meer zijn attest van parachutist) en twee verrassende bronzen beeldjes. Een collectie die het omgekeerde wil zijn van een chronografische opsomming, want ze is door de fotograaf zelf netjes opgedeeld in negentien categorieën. Sommige ervan kregen een apart kamertje toebedeeld, zodat ze in de intimiteit van een kleine ruimte alle aandacht krijgen. Daar wordt de bezoeker niet overweldigd door een lawine van indrukken zoals dat het geval is in de grote Wolfson Gallery, waar zowel de categorieën Box of Pin-Ups en Democracy (een project uit de sixties waarbij Bailey bezoekers aan zijn studio vroeg om naakt voor een wit doek te poseren) als beelden uit het vervallen East End en een hommage aan Salvador Dali, te zien zijn. Wat opvalt is de kwaliteit van de afdrukken, de scherpe contrasten, de doordachte composities. Ted O'Neill, pr-verantwoordelijke van de National Portrait Gallery, is niet verrast. "We hebben vijf jaar met Bailey gepraat en hijzelf is er drie volle jaren mee bezig geweest. Van veel foto's werden nieuwe zilvergelatinedrukken gemaakt, soms in een nieuwe compositie. Ook de opdeling in categorieën is door hem gemaakt." Dat hij een man is die alles wil controleren wordt bevestigd door journaliste Ellie Parson, een van de weinige persmensen die hem onlangs nog gesproken heeft. "Hij laat niets aan het toeval over, controleert tekst en foto's." Dat zoeken naar perfectie verrast toch wat, zeker van een man die destijds model stond voor de held van Antonioni's film Blow Up !, waarin David Hemmings als nonchalante fotograaf door het leven wandelt of rijdt in zijn open Rolls-Royce ! Baileys jeugd was in de realiteit veel prozaïscher. Hij werd in 1938 in East Londen geboren. Het gezin moest in de oorlog naar East Ham verhuizen, nadat het ouderlijk huis was gebombardeerd. Op zijn achtste werd David naar de silly class verwezen omdat hij er op school niet veel van bakte, wegens zijn dyslexie. Zelf heeft hij altijd beweerd dat hij slechts drieëndertig keer de school heeft bezocht. Op zijn vijftiende nam hij voorgoed afscheid van het onderwijs. Hij kluste her en der en probeerde een bescheiden carrière als trompettist op te bouwen. Tijdens zijn legerdienst in Singapore kocht hij een goedkope imitatie-Rolleiflex waarmee hij zijn eerste foto's maakte. Via een reclamebureau belandde hij als assistent bij fotograaf John French. Het jaar daarop verschenen zijn foto's in de Sunday Pictorial en in de populaire Daily Express en al snel werd hij door Vogue ontdekt. Dat was voornamelijk te danken aan de homoseksuele artdirector John Parsons - later zou Bailey herhaaldelijk benadrukken dat gay mannen als eerste zijn werk ontdekten en hem hebben gesteund, omdat ze volgens hem een bredere kijk hebben op de wereld dan heteroseksuele mannen. Bailey liet de kans om voor Vogue te werken niet liggen en fotografeerde in een razend tempo een unieke verzameling sterren bijeen. In 1963 brengt hij voor het eerst de toen negentienjarige Mick Jagger in beeld, met wie hij tot vandaag bevriend is. Twee jaar later leert hij Catherine Deneuve kennen met wie hij drie maanden later trouwt. Baileys invloed kan nauwelijks worden onderschat. Zijn werkritme was indrukwekkend. Hij fotografeerde in zijn carrière voor de verschillende Vogue-edities niet minder dan driehonderd covers. Terwijl hij tussendoor zijn reclamefilms regisseerde en zijn eigen boeken uitgaf. Dat hij originaliteit niet schuwde, getuigt de Box of Pin-Ups, een doos met zesendertig portretten die in beperkte oplage werd uitgebracht. Het was destijds niet meteen een succes, nu wordt er minstens 20.000 pond voor geboden. Er hangen in de National Portrait Gallery foto's in alle formaten, maar de stijl verschilt nauwelijks. Verrassend van compositie en van onderwerp is de ruimte die als thema 'Catherine Bayley' draagt en eruitziet als een negentiende-eeuws salon. Het is een soort ode aan Baileys vierde vrouw - en in bredere zin aan zijn familie, met een bonte verzameling foto's en kiekjes die inkijk geven in het leven van Bailey als vader en echtgenoot. Met een prachtig beeld van de geboorte van zijn zoon Fenton. In de categorie Artists duiken portretten op van collega's die zich maar zelden hebben laten fotograferen : Henri Cartier-Bresson, half verscholen achter zijn Leica ; Man Ray, van wie we alleen de neus en een oog herkennen ; Henri Lartigue, jongensachtig spontaan in de lens kijkend. En toch is David Bailey niet alleen fotograaf van sterren. In een andere kamer zie je polaroidportretten van zeer donkere Aboriginals die nors in de camera kijken. In 1975 trok de fotograaf een maand op met diverse stammen in Papoea-Nieuw-Guinea. In de gang naar de Wolfson Gallery hangen ontnuchterende foto's van armoede, gemaakt tijdens een reis in Soedan. Ook van Nagaland in Noord-India, waar hij twee jaar geleden was, bracht Bailey schokkende beelden mee. Dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend, blijkt dan weer uit beelden van de East End, waar de uitzichtloosheid van afdruipt. Of om het met Baileys woorden te zeggen : "Als je in die jaren uit de East End kwam, had je maar drie keuzes : je kon bokser worden, of autodief, of, met een beetje geluk, muzikant." Opmerkelijk is ook dat in zijn Box of Pin-Ups nagenoeg alleen mensen werden geportretteerd zonder achtergrond, wat hun persoonlijkheid tegen de witte achtergrond des te sterker laat uitkomen. Ook Baileys interesse voor de onderwereld is altijd latent aanwezig gebleven en komt in de tentoonstelling tot uiting in de reeks Hard Men, met portretten die op formaat 11 x 14 werden geschoten. Zijn fascinatie voor gangsters was zo intens dat hij in 1968 door de Sunday Times werd gevraagd om twee weken als embedded journalist op te trekken in de Londense onderwereld. De beelden, vooral die van de fameuze Kray-tweelingbroers, spreken voor zich. Stardust : tot 1 juni in de National Portrait Gallery, St Martin's Place in Londen. Reserveren is aangewezen, via npg.org.uk/bailey. Met Eurostar reis je in minder dan twee uur van Brussel naar hartje Londen. Vanaf 50 euro enkele reis, vanaf 88 euro retour. www.eurostar.com DOOR PIERRE DARGE & FOTO'S DAVID BAILEY