De stad Porto is een lappendeken van middeleeuwse burgerwoningen, kleurrijke vissershuisjes en paleizen. Overgoten met azulejo's en gemixt met moderne architectuur. Tel daarbij de slentersteegjes, de BBQ's op straat, de geur van de zee en geroosterde vis, de kunstgalerijen en hier en daar een surfer met zongedroogde haren. Oké, het is er een paar graden kouder dan in Lissabon maar dat is zowat het enige negatieve punt. Zelfs op druilerige dagen, niet ongewoon aan de noordkust, verveelt de stad nooit.
...

De stad Porto is een lappendeken van middeleeuwse burgerwoningen, kleurrijke vissershuisjes en paleizen. Overgoten met azulejo's en gemixt met moderne architectuur. Tel daarbij de slentersteegjes, de BBQ's op straat, de geur van de zee en geroosterde vis, de kunstgalerijen en hier en daar een surfer met zongedroogde haren. Oké, het is er een paar graden kouder dan in Lissabon maar dat is zowat het enige negatieve punt. Zelfs op druilerige dagen, niet ongewoon aan de noordkust, verveelt de stad nooit. U merkt het al : ik ben fan van Porto. De stad heeft namelijk twee geheime extra lagen. De eerste bevindt zich in de lucht: Porto is een architectuurstad. Ze heeft niet het imago van een Bilbao (met het Guggenheim van Gehry) of een Valencia (overal Calatrava), maar na dit artikel zult u uw mening bijstellen. De tweede laag bevindt zich in de zee. Porto heeft een surfstrand op zo'n tien minuten rijden van het centrum. "Halleluja !", denkt een surfende architectuurjournaliste zoals ik dan. Mijn uitvalsbasis is Surfivor, een basic surfhostel tussen de stad en het surfstrand. Boek hier geen verblijf als u van luxe of 100 % geluidsdichte muren houdt of pal in het centrum wilt zitten. Boek wél als u graag minglet met locals, op uw budget let of een kamer met uitzicht op zee wilt. Tiago, de uitbater, is een surfende architect. Halleluja bis ! Vóór zijn gezin werkte hij in het architectenbureau van Eduardo Souto de Moura (64), een Portugese minimalistische meester. En ook een beetje in het bureau van Alvaro Siza Vieira (83), die andere Portugese meester. De twee delen namelijk een kantoor. Bovengenoemde namen zijn Portugals beroemdste architecten, beiden winnaar van de Pritzker Prize, de Nobelprijs voor architectuur. Siza was Moura's mentor en ze wonen en werken allebei nog in Porto. Ze bouwen beiden monumentaal maar zonder franjes. Geometrisch maar zonder de omgeving te schofferen. De aanwezigheid van de twee meesters geeft de stad een modernistische/minimalistische laag die je in Lissabon niet vindt. Zoals de site van het Serralves Museum met het felroze Casa de Serralves, een art-decomonument uit de eerste helft van de vorige eeuw. Een typisch voorbeeld van Streamline-architectuur, met elementen die aan een boot doen denken. Ernaast staat een moderne vleugel, het Museum voor Hedendaagse Kunst van Alvaro Siza uit 1999. De architectuur speelt met uitstulpingen en stukjes verdwenen gevel. De stijlen clashen niet maar gaan perfect samen. De Moura bouwde dan weer een metrostation net naast toeristische trekpleister Capela de Santa Catarina, een 18de-eeuwse kerk volledig bekleed met narratieve felblauwe azulejo's. Slechts een smal steegje scheidt de kerk van het moderne station met de spierwitte gevel zonder ramen. Al zit er ruim tweehonderd jaar tussen de bouwdata, toch lijken de twee haast naadloos verbonden. Architectuurfans krijgen in Porto nekpijn van omhoog te staren. Deze drie staan in alle reisgidsen en mag je niet missen : het Coliseu do Porto, de Ponte Dom Luís I en het Casa da Musica. Wie goed rondkijkt, ziet nog meer architecturale snoepjes. Casa d'Oro bijvoorbeeld, een modernistische betonnen paalwoning aan de oevers van de Douro. Het gebouw deed dienst als werkplaats voor de architect van de Arrábidabrug. Vandaag ligt er een Italiaans restaurant waar je op elk van de drie verdiepingen een andere kaart krijgt. Je eet er met uitzicht op de brug en de Atlantische Oceaan. Boven in openlucht, beneden achter glas, zwevend boven het water. Geen enkel restaurant in Porto heeft zo'n magisch uitzicht. De moeiteloze mix tussen stijlen, tussen oud en nieuw, typeert de héle stad. Er is het oude centrum met zijn Igrejas (fotograferen) en de toeristische promenade Ribeira (flaneren). Daar kuier je zoals het cliché van de citytripper voorschrijft. Met de wind van de Douro in je haren, omgeven door de kleurrijke gevels van de oeverhuisjes. En oké, in je ooghoeken zie je de ene toeristische bar na de andere, maar het uitzicht op de magistrale brug Pont Luís I maakt alles goed. Een tip : wandel naar de overkant van de brug, ontdek waar al die postkaarten gefotografeerd werden en kraak er een fles porto. Smaakt goed bij een bola de Berlim, het bakkersdessert zoals wij het kennen, maar in een portie groot genoeg voor drie. Koop hem bij Confeitaria Serrana, waar Monica Oliveira al jaren haar vaders recepten bewaakt. Koop de fles niet bij het bekende Sandeman, maar bij Porto in a Bottle. Célia Lino en Marco Ferreira richtten de shop enkele jaren geleden op, om aan te tonen dat ook onafhankelijke merken porto maken. De stad is een voedingsbodem voor ondernemers die het anders durven te doen. Vernieuwen, maar met respect voor tradities. Dat zie je in de resem designhotels in de middeleeuwse burgerhuizen. Of in de vele restaurants die er zijn bijgekomen. Jonge koks gieten oude recepten in tapasvorm, petiscos in het Portugees. Toen de haven in de jaren zeventig van het centrum naar iets verderop verhuisde, moest downtown Porto daarvan bekomen. Het herstel ging traag, mee door de economische crisis die het hele land trof. Maar jonge durvers - architecten, designers, restaurateurs, kunstenaars, winkeliers - gaven het centrum eigenhandig weer de energie die het verloren had. Neem nu de straten rond de Clérigos-toren (een 18de-eeuws barok monument dat je kunt beklimmen voor het obligate uitzicht over de stad). Vergelijk het met Oudburg in Gent : cocktailbars, designwinkels en nachtleven. Of de buurt rond Rua de Miguel Bombarda, met haar kunstgalerijen. Er hangt een communityspirit die je in weinig andere Europese steden terugvindt. Alsof iedereen iedereen kent. Porto is haast een dorp. Als je goed doorwandelt en plant, heb je het op één dag gezien. Zodat je op dag twee kunt gaan surfen. Porto staat niet bekend als surfstad, maar ze is het wél. Het surfstrand is vanuit het centrum vlot te bereiken met bus 500, die ook langs Casa d'Oro passeert, die modernistische zwevende kubus boven het water. Matosinhos, zo heet de plek, zal op het eerste gezicht teleurstellen. Want je ziet lelijke appartementsgebouwen en hier en daar een fabriekstoren. Maar geef het een tweede kans. Haal die bola de Berlim boven (die je nog maar half op had) en laat je meevoeren door de surfvibes. Het strand is zo lang dat hier zowel locals als scholen komen surfen. Gevorderde skills bewonderen ? Plof neer of duik erin aan de linkerkant. Leerlingen zien vallen en weer opstaan ? Ga voor het midden of helemaal rechts. Honger gekregen ? Op vijf minuten wandelen ligt de Rua Heróis de França, een straat vol familierestaurants. De zaken hebben allemaal een no-nonsense-inrichting, inclusief tl-verlichting, en serveren maar één ingrediënt : vis. Je kunt er niet naast lopen, de geur van gegrilde vis wijst de weg. Alle restaurants hebben namelijk een barbecue op straat staan. Op eentje na, Salta o Muro. Vraag tien inwoners naar het beste restaurant in de straat en ze antwoorden allemaal "alle restaurants zijn er even lekker maar Salta o Muro is het lekkerst". Omdat senior Moreira en zijn vrouw Dona al meer dan dertig jaar in de potten roeren. En omdat het vroeger een tasca was : de vis werd met de boot aangevoerd tot op de kade achter aan het restaurant. Vandaag komt de vis van de markt vijftig meter verder, maar de recepten zijn nog altijd die van vroeger : vis met patatjes. Wandel daarna terug naar het strand voor het schouwspel van de ondergaande zon. Let rechts op de witte cruiseterminal van architectenbureau Luís Pedro Silva, een ontwerp uit 2015. De toegangspoort voor passagiers van cruiseschepen is een weinig bekend gebouw maar absoluut onderschat. Met zijn ronde vormen als een gestileerde toef slagroom doet het sterk denken aan het Guggenheim in Bilbao. Had ik het niet gezegd ? Lijkt Lissabon u de ideale citytripbestemming, maar schrikken de grootte en de chaos van de stad u wat af ? Een zomer lang rapporteert Knack Weekend vanuit de kleinere zustersteden van Europa. Plaatsen die in beweging zijn en bovendien een intiemere versie vormen van de drukbezochte steden. Tekst & foto's Veerle HelsenDe stad is een voedingsbodem voor ondernemers die het anders durven te doen. Vernieuwen maar met respect voor tradities