De faam van de Portugese "Quinta do Vesuvio" is nauw verbonden met die van Dona Antonia Ferreira, die vorige eeuw het domein groot maakte. Zo'n vijf jaar geleden nam de Symingtongroep de quinta over en gaf de Vesuvio zijn eigenheid terug.
...

De faam van de Portugese "Quinta do Vesuvio" is nauw verbonden met die van Dona Antonia Ferreira, die vorige eeuw het domein groot maakte. Zo'n vijf jaar geleden nam de Symingtongroep de quinta over en gaf de Vesuvio zijn eigenheid terug. HERWIG VAN HOVEIn 1985, na acht opeenvolgende generaties in de portproduktie, was het befaamde domein Quinta do Porto van de Ferreira-familie, in handen gekomen van bijna 150 familiale aandeelhouders. Van wie slechts een kleine minderheid bereid was om op lange termijn in kwaliteit te investeren. De overoudgrootmoeder van de man die op dat moment het beleid voerde, Francisco Javier de Olazabal, was Dona Antonia Adelaide Ferreira, een reuzin van een weduwe, waarbij de "veuves" van Champagne in het niet verzinken. Bij haar dood in 1896 bezat ze vele duizenden hektaren wijngaard, ongeveer de helft van de Dourovallei, en werd door iedereen behandeld als een "prime minister of a small nation". Praktisch 100 jaar na haar dood werd haar Ferreira-stek, de Quinta do Porto, na hevig opbieden van multinationals, verkocht aan de Portugese wijnfirma Sogrape vooral bekend van de Mateus Rosé, hoewel ze ook 2,5 miljoen kisten betere wijn op de markt brengt zoals Bairrada, Dao, Douro. (Inmiddels brengt Sogrape in het buitenland en dus ook bij ons, meer en meer de Barca Velha op de markt, een van de beste gewone rode Dourowijnen die gemaakt werd door Nicolau de Almeida, schoonvader van Javier de Olazabal.) Om dezelfde reden meer dan 180 aandeelhouders verkochtten de Ferreira-nazaten in 1989 Antonia's "showpiece" de Quinta do Vesuvio aan de Symingtonfamilie voor ongeveer 2,5 miljoen dollar. Alles inbegrepen : het vervallen bemeubeld kasteel met wel 40 kamers, de mooiste verzameling 19de-eeuws Portugees aardewerk en een aangebouwde kapel in typisch Portugese barokstijl. Wie nu het gebouw betreedt, proeft nog altijd de geest van 100 jaar geleden : een pas verlaten betaaltoog voor het werkvolk, archieven van de quinta, gevaarlijke slangen van het domein op sterk water om jonge werknemers te waarschuwen, een kerk waar men nog de gewijde gezangen kan horen galmen. Dona Antonia Ferreira was in alle opzichten, ook in haar privé-leven, een sterke vrouw. Ze huwde in 1834 haar neef Antonio Bernardo Ferreira, zoon van haar oom die dezelfde naam droeg en die in 1823 de Quinta do Vesuvio had gekocht. Deze oom zou er 12 jaar keihard in werken maar stierf in 1835, juist drie maanden na het huwelijk van zijn zoon met Dona Antonia. De zoon echter had wat artistieke neigingen die hem niet direkt in het voetspoor van zijn ijverige vader voerden, maar wel naar Parijs waar hij volkomen onverwacht in 1844 overleed. Dona Antonia bleef achter met een dochtertje... en met Vesuvio. Op dit dochtertje had de toenmalige Portugese premier, de hertog van Saldanha, zijn zinnen gezet. Niet voor zichzelf, maar voor zijn zoon. Het moest een gearrangeerd huwelijk worden dat "voltrokken" zou worden bij volwassenheid van het kind. De hertog had echter zonder Dona Antonia gerekend. Ze wees het idee verontwaardigd af, ook toen de premier aankwam met een adeltitel voor haar, "Condessa de Vesuvio", en zeker toen hij begon te dreigen. Toen Dona Antonia hoorde dat de soldaten van de hertog 's nachts haar dochter zouden komen schaken, vluchtte ze per muilezel door de bergen naar het stadje Vigo. Daar wist haar agent, Francisco Jose da Silva Torres, haar op een boot naar Engeland te smokkelen. Ze bleef er vier jaar en kwam pas terug toen haar dochter veilig getrouwd was met een andere edelman, Conde de Azambuja, en zij zelf getrouwd met de reddende engel Francisco Jose da Silva. Van dan af werd het werk van wijlen schoonvader Bernardo op Vesuvio met volle energie voortgezet en begon Dona Antonia's suksesstory die haar tot de rijkste dame van het 19de-eeuwse Portugal zou maken. Naast het kasteelgebouw kwam er een adega, een gebouw waar grote ondiepe granieten kuipen (lagares) zijn opgesteld waarin dansende mannen op blote voeten de pas geoogste druiventrossen kneuzen. Maar in Vesuvio is alles "the biggest" : de adega is 60 m lang met 8 lagares van 25 pijpen elk (25 maal 550 liter) waarin 70 mannen kunnen "dansen". Men krijgt een wat minder idyllisch beeld als men ziet hoe in de muren boven elke lagares een wc-konstruktie moest toelaten dat de dansers hun behoeften konden doen zonder al te veel tijdverlies... In Antonia's tijd was er ook een enorme olijfolieproduktie met een watermolen als krachtbron, gevoed door een kilometerslange aquaduct. In de fylloxeratijd werden er nog tienduizend olijfbomen bijgeplant. In 1860 plaatste Dona Antonia al single quinta-wijn van Vesuvio op de Engelse markt ze was haar tijd 100 jaar voor en experimenteerde ze met moerbeibomen voor zijdeproduktie van zijderupsen. Ze genoot algemene bekendheid en waardering en was bevriend sommigen zeggen "erg" bevriend met James Forrester, de Engelse koopman die vanaf 1831 tot aan zijn ongelukkige dood in 1861, een immense invloed op de kwaliteit van de porthandel zou uitoefenen. Zijn boot kapseisde in de stroomversnellingen iets ten westen van Vesuvio nu nauwelijks voorstelbaar omdat het water van de Douro er door afdammen wel tien meter gestegen is en volkomen kalm is geworden. Hijzelf verdronk, naar verluidt door de vele gouden munten die in zijn zakken zaten. Het verhaal wil dat Dona Antonia bleef drijven door haar hoepelrok. Ze stierf in 1896, algemeen geliefd en uiterst rijk. Haar huis stond bekend om zijn gastvrijheid en de faam van de maaltijden op Vesuvio werd door Engelse kopers wereldwijd uitgedragen. Dona Antonia werd algemeen aangesproken met de troetelnaam : "Ferreirinha". Vesuvio zou nog voor volle 100 jaar in het bezit blijven van de Ferreira-familie, tot het in 1989 overgenomen wordt door de Symingtongroep : 408 hektaren waarvan 85 beplant met wijnstokken, met een oeverlengte van wel 2,5 km langs de Douro. De gehele quinta heeft de fel begeerde A-klassifikatie, wat erop duidt dat zowel aanplant als bodem, mikroklimaat en oriëntatie ideaal zijn voor port. (Eén hektare beplante A-wijngaard kost nu ongeveer 200.000 fr.) Toen de Symingtons het domein overnamen, produceerde de quinta 180 pipes port per jaar, maar er wordt driftig bijgeplant zodat men in het jaar 2000 gemiddeld 600 pijpen mag verwachten. Het afdammen van de Douro waardoor het waterpeil met 10 meter steeg, heeft vele goede wijngaarden definitief onder water gezet. "Anderzijds zijn er ook geen katastrofale vloedgolven en overstromingen meer", aldus John Symington, die hoog op de muren van het Vesuvio-gebouw nog de sporen toont van de waterellende van 1961. "Nu geraakt men per trein of over de weg op vier uren hier, in Dona Antonia's tijd betekende dezelfde tocht vier weken met de muilezel. Dam en trein hebben de Opper-Douro ontsloten. "De Symingtons hebben de eigenheid van het Vesuvio-domein hersteld in die zin dat ze opnieuw zoals in Dona Antonia's tijd een single quinta port op de markt brengen : onvermengde port die voor 100 procent van de Vesuvio-wijngaarden afkomstig is. (De meeste port is merkgebonden en wordt uit verschillende origines samengesteld. Vóór de Symingtons "verdween" alle Vesuvio-wijn in de Ferreira-merkprodukten.) Ongeveer 3000 kisten van het beste van de oogst worden jaarlijks onder het domeinetiket gebotteld en ook in de Vesuvio-kelders bewaard. Vesuvio kwam voor het eerst op de markt met het millesime 1989. Nu is de 1992 aan de orde. Er blijven in België nog kleine hoeveelheden van '89 en '90 te koop voor 1464 frank per fles. De reputatie en de zeldzaamheid van de 1992 is echter zo groot er zijn maar 24.200 flessen van dat de prijs gestegen is tot 2169 frank per fles. De kleur is voldoende gekoncentreerd, maar niet inktzwart, er is zelfs een rode nuance van rijp ; de neus heeft ook de charme van rijp, maar is tegelijk diep ingeplooid en gedrongen zoals het moet, de smaak is klassiek met grote lengte en al wat versmolten. Niet het absoluut grote jaar. De Symingtons zijn verder van plan om de quinta-gebouwen in hun volle 19de-eeuwse glorie te herstellen en hebben de lagares van een uniek zelf ontworpen koelsysteem voorzien. Ze experimenteren ook met gewone rode Dourowijn, Vale do Bomfim waarvoor, algemeen gesproken, een grote toekomst kan voorspeld worden : de Douro wordt nog de Médoc van Portugal. Hun eerste is de Reserva 1989 : een rijk en breed boeket, goed onderbouwd en toch fris met gezond, niet-Frans hout, een expressieve wat strenge smaak met goede bitter maar met wat weinig charme en vulling in het middengebied, de konstruktie is nog niet volledig, maar dat komt wel. De slagkracht van de Symingtons, zowel op commercieel als op marketing gebied, groeit snel : in 1960 hadden ze 6000 pijpen port in stock, nu meer dan 70.000 en om ze te onderhouden 18 permanente kuipers. Ze bottelen alles samen meer dan een miljoen kisten van 12 flessen per jaar. Maar ook de naakte kwaliteit beheersen ze voor 100 procent : ze maken wat ze willen. Dat proeft men duidelijk aan een ander van hun vele portmerken : Gould Campbell. (Ze bezitten ook de merken Warre, Graham, Smith Woodhouse, Dow en Quarles Harris en naast Vesuvio ook de quinta's Cavadinha, Bomfim en Malvedos.) Gould Campbell werd als portfirma opgericht in 1797 en in 1970 door de Symingtons gekocht. De druivebasis is gevormd door een reeks kleinere quinta's in de Opper-Douro waar de rendementen laag zijn : ongeveer één pijp of een flinke 500 liter per 1000 wijnstokken. De wijn is voor moderne vintage-normen wat dun en zachtaardig : van de jaren '80 is alleen de 1983 goed te noemen : een flinke kleur zoals men moet verwachten en een gestrekte wijnneus met evenwichtige brave vulling in de mond. De 1985 is te dun, de 1980 wat gewoon, de 1977 is charmerend fijn en de 1975 is eigenlijk al wat versleten. In 1991 (de wijn wordt vanaf dan in België ingevoerd) is er een ommekeer : een inktkleur zoals die moet zijn en een diepe neus van gekoncentreerde rijpe wijn met een lange, maar toch wat zachtaardige smaak om in de stijl te blijven. Een vriendelijke en minder strenge Graham. "We zijn blij dat we verbeteren, " is John Symingtons lakonieke kommentaar. Invoer Gould Campbell : Madas in Antwerpen, invoer Vesuvio : Manpaey in Groot-Bijgaarden. Dona Antonia Ferreira : een wijn-weduwe waar de Franse "veuves" bij verbleken.Met de Symingtons (foto rechts : John) krijgt de Quinta do Vesuvio zijn vroegere glorie terug.Voor de rode Dourowijn, zoals de Vale do Bomfim, wordt een grote toekomst voorspeld.