NOODKREET
...

NOODKREET"World of noise" (* * * Capitol) van Everclear wat een mooi hoesje trouwens is een visitekaartje en terzelfder tijd een overgangsplaat. Oorspronkelijk verscheen deze noodkreet van Art Alexakis en vrienden in eigen beheer. De ex-verslaafde (drugs en alkohol) was na een turbulente jeugd in Portland neergestreken, niet zo ver van Seattle (remember), had daar een trio geformeerd en z'n werk voor amper 400 dollar opgenomen in z'n kelder. De urgentie van deze songs is duidelijk, de energie die uit de powerpunk straalt, laat niets aan de verbeelding over, de teksten zijn bitter en spuwen gal, verbazing, opstandigheid en ontroering uit : het was déze plaat of een moord plegen. Capitol heeft zeer terecht de groep getekend, de indie-release laten remasteren en ze alsnog aan de wereld (minus de 3500 mensen die het originele opus hebben gekocht) gegeven. Muzikaal zijn de voorbeelden soms te manifest(Pearl Jam, jonge Talking Heads op "Your genius hands", harde Grant Lee Buffalo op het prachtige "Fire Maple Song"), maar de verwachtingen voor de nieuwe, die als het goed is op dit eigenste moment wordt opgenomen, zijn zeer hooggespannen. INTROVERT"Virginia Dare" (* * * * Brinkman) is een cd. Virginia Dare is ook een groep. Hoewel. Eigenlijk is Virginia Dare gewoon Mary O'Neill plus gasten : haar vriend Brad Johnson (ex-American Music Club, gitaar en de leuke hoestekeningetjes), Greg Freeman (bas), Paula Frazer (bas en hier en daar mooie tweede stem) en op twee tracks een drummer. Spaarzaam, sober en kaal zijn hier dus de sleutelwoorden : dit zijn vijftien treurige, introverte juweeltjes van O'Neill, die zichzelf begeleidt op autoharp (een instrument waarvan wij ons niet meer bewust waren geweest sinds "Rain on the roof" van de Lovin' Spoonful). Dit is intieme, maar delicieuze lo fi met een wat neuzelende stem : Nico meets Bettie Serveert (Virgina Dare zit trouwens op hetzelfde Brinkman-label). Als het debuten als dit blijft regenen, krijgt dé trend van 1994 een meer dan waardig vervolg. BREEKBAARHet overkomt ons maar zelden meer dat wij na beluistering van een cd kompleet ondersteboven en kapot-immobiel blijven. Het is ook steeds zeldzamer dat wij cd's horen zonder één enkele foute track. "To bring you my love" (* * * * * Island) van PJ Harvey is de regelbevestigende uitzondering. "Dry" en "Rid of me" hadden ons al zeer geïntrigeerd, omdat het zoektochten waren van een getroubleerde vrouw die in eerste instantie haar eigen demonen te lijf wou. Maar het waren hermetische platen, die zonder emotionele kleurscheuren moeilijk in één hap te verteren waren. "To bring you my love" is wij aarzelen om het woord te gebruiken, omdat we per se de associatie met grootwarenhuismuzak niet willen oproepen toegankelijker. Het indrukwekkendst is nog misschien haar stem : de verpersoonlijking van soul anno de jaren negentig. Rauw à la NickCave, hees à la Nico, dreigend à la Diamanda Galas, maar bovenal breekbaar en bluesy. "Love" zit niet alleen in de titel : het is ook hét sleutelwoord van de integrale cd. Liefde zoals in : passie, ongewenst ouderschap, overgave, demonen, moord. PJ is niet voor niets maatjes geworden met Björk en Tori Amos : van de eerste heeft ze de gedurfde muzikale experimenten overgenomen, van de tweede de tekstuele vrankheid. De titeltrack opent met een aanzwellende bas en na drie lijnen valt het woord Jesus, wat verder de duivel. Volgt het stampende "Meet Ze Monsta", waarop haar stem nog virieler is dan anders. "Working for the man" : alweer een krolse bas, bijna gefluisterd gezongen, als een donderwolk. "C'm Billy", sensueel en het niveau dat Siouxsie had kunnen bereiken indien ze bij gebrek aan inhoud niet voor de vorm had moeten opteren. "Teclo" dan, waar de geest van Galas door waart. "Long snake moan" : hard, met verwrongen vocals, een mokerslag. "Down by the water" : een indrukwekkende single. "I think I'm a mother" : Afrikaans en Björkiaans terzelfder tijd. "Send his love to me" : openend met een akoestische gitaar en zwierig door producer Youth ingegroefd. En dan "The Dancer", orgastisch gekrijs inclusief. Meesterwerk. HARDVan Halen heeft een nieuwe (soort come-back) cd uit, "Balance" (- Warner), die nauwelijks verschilt van àl hun vorige, ook al overtreft zanger Sammy Hagar zich enigszins. Van Halen is zelfs gereduceerd tot voorprogramma van Bon Jovi. Een terechte illustratie van hun status : nog steeds de top in hun genre ; alleen is het genre passé. Dat valt des te meer op als je de overdaad aan boeiende releases in de harde sektor onder ogen neemt. Een uitstekende staalkaart is bijvoorbeeld de soundtrack van "Demon Knight" (* * * Atlantic), waarop het kruim van de huidige scène acte de présence geeft (met enkele oude, maar vooral veel nieuwe tracks) en alle geledingen blootlegt : van de meer industriële richting (Ministry) tot trash, speed, grunge, death, hardcore en zelfs (via Gravediggaz) de toenemende konnektie met hiphop. Namen : Pantera, Megadeth (24 april in Deinze), Machine Head (12 april in Gent), Rollins Band, Biohazard en Sepultura. Een ander prima voorbeeld van hoe boeiend dit genre kan zijn, is te vinden op "EDC" (* * * * EPIC) van Satchel, een groep met verre Pearl Jam-konnekties (zowel qua samenwerking als qua invloeden). De cd dateert al van een aantal maanden geleden, maar is nu pas officieel in België uitgebracht. Maakt eigenlijk niets uit : tijdloze cd's blijven nu eenmaal tijdloos. Satchel neemt heavy als uitgangspunt, maar brodeert daar eindeloze variaties rond, waarbij zowel Prince, Pearl Jam, ambient, late night jazz en desolate sferen opdoemen. Focus iedere keer weer : Shawn Smith, een van de goddelijkste stemmen van de laatste jaren, die vroeg of laat (met Brad was het al bijna zover) massaal zal doorbreken. Ook "Korn" (* * * Immortal Records), het debuut van Korn, plakt aan de ribben. Zanger Jonathan Davis is overigens hét voorbeeld van street credibility : niet alleen bespeelt hij de doedelzak geef toe : niet echt evident in dit muziekgenre maar hij werkte vroeger ook als autopsie-assistent. Korn speelt bijtende crossover met veel ritme- en tempowissels en intrigerende songstrukturen, en past daarmee perfekt in het vierkantje Rage Against the Machine Faith No More Primus Helmet. Opvallend : de ouderlijke waarschuwingssticker die de Amerikaanse persing van het hoesje sierde, is in Europa verdwenen. Zijn wij ruimdenkender ? EN DAN OOK- Lindley & Kaiser : "The Sweet Sunny North" (* * * Shanachie). Gitaristen David Lindley en Henry Kaiser hebben na hun uitstap en veldwerk in Madagaskar zowaar Noorwegen gekozen als volgende exotische lokatie. Op deze cd spelen ze dan ook met lokale artiesten en begeleiden die op een goeie doorsnede van het brede palet dat Noorwegen muzikaal te bieden heeft : pastorale pracht, oubollige geitewollen-sokkenfolk en zelfs reggae (!). - Rosa Mota : "Wishful sinking" (* * Mute Records). Behoorlijk debuut van een Londens vijftal (drie boys, twee girls), dat zich laat plaatsen tussen grungy gitaarrock en pure chaos. De eigenheid ontstaat door de achtergrondstem én het fluitspel van Julie, waardoor het geheel (ook door klarinetten en basouki) bijwijlen een psychedelisch tintje krijgt. Rosa Mota speelt op 25/2 in de Botanique Brussel. - Snowboy : "The best of Snowboy & the Latin Section" (* * Acid Jazz). Swingende verzamelaar met een leuke, eigenzinnige songkeuze (van de jazz-klassieker "A Night in Tunisia" tot Sinatra's "In the wee small hours of the morning" over het tema van "The Flintstones", een track uit "West Side Story" of "Anarchy in the UK" van de Sex Pistols). KONCERTENGiant Sand (23/2 Pacific Antwerpen), Jeff Buckley & Drugstore (26/2 Botanique Brussel), Pro-Pain (26/2 VK Brussel), Israel Vibration (28/2 Hof ter Lo Borgerhout), Yulduz Usmanova (1/3 Zuiderpershuis Antwerpen), The Prodigy (2/3 Mirano Brussel en 3/3 Vooruit Gent), Jann Arden (4/3 Ab Bellevueclub Brussel), Downset & Shootyz Groove (5/3 Biebob Vosselaar), Cesaria Evora (5/3 Zuiderpershuis Antwerpen), Shane MacGowan (5/3 Vooruit Gent), Propagandhi (5/3 Lintfabriek Kontich, 6/3 Pits Kortrijk), Siouxsie & the Ban-shees (6/3 Lunateater Brussel) JACKY HUYSVirgina Dare : intiem en treurig.