Het blijft hard werken, als het stof wat is nedergedaald na de verhuizing en al je spullen een nieuwe plek moeten krijgen.
...

Het blijft hard werken, als het stof wat is nedergedaald na de verhuizing en al je spullen een nieuwe plek moeten krijgen. Je vindt, bijvoorbeeld, kerstversiering waar the ghost of christmas past nog aan kleeft. Je vindt röntgenfoto's die de skeletstructuur tonen van een geliefde die niet meer bij je is. Hoewel van elk praktisch nut verstoken, kan ik mijzelf er niet toe brengen zoiets weg te gooien. Röntgenfoto's zijn eigenaardig, ze zijn als het ware een soort superporno : zo onthullend dat er niets opwindends meer aan is. Zouden er mensen zijn die kicken op röntgenfoto's van sexy vrouwen ? Ik betwijfel het eigenlijk. Dergelijke afwijking komt in elk geval niet voor in het ABC van perversies dat ik in mijn boekenkast aantref en waarin je lemma's tegenkomt als 'Brandnetelseks', 'Frotteren' en 'Kleptofilie' - dat laatste voor wie van stelen onnoemelijk geil wordt. De boekenkast opruimen, dat ook is een noodzakelijke bezigheid. Met prachtwerkjes als De wereldpoëzie in 1001 weergaloze gedichten kan ik tegenwoordig vlot komaf maken. Als ik er de voorbije tien jaar niet in heb gekeken, is de kans klein dat ik daar in de toekomst alsnog de aandrang toe zal voelen. Moeilijker ligt dat met zelfhulpboeken. Ergens diep vanbinnen blijf je toch hopen een betere, meer geslaagde versie van jezelf te kunnen worden. Maar gelukkig begint het stof om mij heen dus wat neder te dalen. Des avonds zit ik alweer eens op mijn eentje gelukzalig in de driezit. Ik kijk dan naar documentaires over de Tweede Wereldoorlog, om vooral niet te vergeten waartoe de slechtgehumeurde mens in staat is. Ik behoor tot een soort die er niet voor terugdeinst vliegtuigen vol bommen te laden en op hun flank widow maker te schrijven, vergezeld van een grappige tekening. Hoe wreed kun je zijn zeg ? Bij wijze van tegengif kijk ik graag naar die uitzendingen over Extreme engineering, om de mooie dingen te bewonderen - wolkenkrabbers, tunnels en ijzingwekkende hangbruggen - waartoe de mensheid ook in staat is. Ook zie ik graag die uitzendingen over mannen die in veertigtonners over krakend ijs rijden. Altijd zijn ze bang. Altijd fluisteren ze dat ze het ijs vervaarlijk horen kraken. Nooit echter zag ik er een door het ijs zakken en naar de donkere, bevroren diepten tuimelen. Soms zet ik 's avonds de televisie gewoon uit, en bewonder ik minutenlang het spel van licht en schaduw op de oude tuinmuren. Soms komt dan de maan op en zie ik de Zee der Stilte, dat donkere oog waarin Neil Armstrong ooit landde met zijn kompanen. Twaalf mannen zijn er op de maan geweest, waarvan de meesten achteraf vreemd gedrag begonnen te vertonen. Twaalf mannen en geen vrouw. Vierentwintig testikels, maar geen eierstokje. Mijn leven is een vuilnisbelt waarin kolossale diamanten flonkeren. Als er zulke zinnen in mij opkomen, is het tijd om de buitenlucht op te zoeken. Ik spring dan in mijn wagen en rij langs het water, onder het spoorwegviaduct naar het benzinestation waar vroeger stond te lezen : Pomp van het Volk. Die naam is thans verdwenen. Ik tank dan diesel, soms wel 54 liter. Terwijl ik sta te tanken, daagt het mij plotseling - inzichten komen onverhoeds als een kopvalling - waarom ik mij tijdens het tanken altijd enigszins lullig gevoeld heb. Tanken lijkt op plassen. Beide activiteiten hebben te maken met de overheveling van vloeistoffen, tijdens welk tijdrovend proces de overhevelaar geïmmobiliseerd is. Hij heeft weinig andere opties dan dommig om zich heen te staan kijken, met die blik van honden die op heterdaad betrapt zijn. Ik vind tanken onprettig, maar ook weer niet zo onprettig als het dekbedovertrek verversen. Meestal rijd ik na het tanken weer naar huis, om daar een boek te openen en een zin tegen te komen als de volgende: If you're brave enough to say goodbye, life will reward you with a new hello.Ze is van Paulo fucking Coelho. jean.paul.mulders@knack.be JEAN-PAUL MULDERSMijn leven is een vuilnisbelt waarin kolossale diamanten flonkeren. Als er zulke zinnen in mij opkomen, is het tijd om de buitenlucht op te zoeken