"Of hij geen linkse tafelspringer was?" vroeg de toenmalige personeelsdirecteur toen ik met hem en Pol Moyaert aan tafel zat voor een sollicitatiegesprek in het voorjaar van 1989.
...

"Of hij geen linkse tafelspringer was?" vroeg de toenmalige personeelsdirecteur toen ik met hem en Pol Moyaert aan tafel zat voor een sollicitatiegesprek in het voorjaar van 1989. Pol, een tafelspringer? De meest bedaarde, rustige man die ik heb leren kennen. Iemand die conflicten niet uit de weg ging, maar ze met de grootste elegantie wist op te lossen, zonder ooit iemand te kwetsen.Links. Een man met een groot gevoel voor sociale rechtvaardigheid, jazeker. 1 mei was een feest voor hem. Hij was geboren op de Antwerpse Dam. Jaren had hij bij de Vooruit gewerkt, waar de mannen uit den atelier hem berispten omdat hij, de intellectueel, in een blauwe werkmansbroek aan de steen stond met hen. Maar dat was toen mode, en mode en vooral stijl waren voor Pol altijd heel belangrijk. Later stond hij mee aan de wieg van De Morgen. Maar bij een van de vele dreigende faillissementen besloot hij ermee te kappen en hij ging werken voor de Culturele Centrale van de socialisten. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Eens journalist, altijd journalist. Dat hij zo graag bij Weekend Knack wilde werken, schreef hij me naar aanleiding van een jobadvertentie die we geplaatst hadden. Ik kende hem vanuit de verte. Wist wel dat hij een vakman was. Wát voor een vakman, dat heb ik de jaren daarna ten volle geleerd.In de loop van de tijd zijn we een soort tweeling geworden, een hecht werkkoppel, een geolied team. Als Weekend Knack werd wat het nu is, dan is het zijn verdienste dat hij altijd de chaotische creativiteit die hier heerste en heerst op een volgehouden manier gestimuleerd heeft en op een bedaarde wijze in goede banen geleid. Hij was het aanspreekpunt van iedereen op de redactie, zijn bureau was een plek van rust en reflectie. Geen detail ontsnapte aan zijn alziende controle. Perfect was maar net goed genoeg voor Pol.Ooit, jaren geleden, zei hij me dat hij wou dat op zijn afscheidsplechtigheid - ergens ver weg - het lied van Bram Vermeulen zou worden gespeeld: "Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde." Pol wist de stenen in de rivier zo te schikken dat ze door de stroming van het water en door het contact met elkaar optimaal werden gepolijst. Daarvoor zal iedereen van deze redactie hem altijd innig dankbaar zijn, om zijn aandacht voor ieder van ons.Toen hij twee jaar geleden de jobstijding kreeg dat hij kanker had, incasseerde hij dat met een grote waardigheid en een onmetelijke strijdlust. Met diepe wijsheid en een onwaarschijnlijke kracht die hij putte uit zijn filosofische overtuiging, binnen dewelke de mens in zijn totale vrijheid het hoogste is, wist hij tot de ultieme dagen schoonheid in het leven te vinden en te geven.Mijn dierbaarste herinnering aan die laatste twee jaar zijn de wandelingen met hem langs een winterse grijze Noordzee. Ik heb het gevoel dat ik op die momenten de zee van hem cadeau heb gekregen. Zoals hij mij zoveel andere dingen gaf, dingen die ontastbaar zijn, maar een leven grondig veranderen.De zee heeft Pol getroost in die moeilijke jaren. De zee die hij altijd weer opzocht, vaak in zijn eentje op winterse weekdagen. Als ieder ander drukdruk bezig was in Gent of in Brussel, mediteerde hij langs de vloedlijn. Luisterde hij naar zichzelf. Tot op het laatste met een groot evenwicht en een onmetelijke elegantie tegenover het leven. Hij leefde in een zeldzaam licht dat slechts weinigen vermogen te ontdekken.Tessa Vermeiren,