Anderhalf jaar na de lancering van de vijfde generatie van de Golf pakt Volkswagen uit met de Golf Plus. Die op een paar millimeter na even lang en breed is als zijn broertje maar wel 9,5 centimeter hoger, en dat heeft verstrekkende gevolgen. De passagiers zitten vooraan 7,5 cm en achteraan 8,5 cm hoger, terwijl die laatsten door het toegenomen interieurvolume ook nog extra beenruimte krijgen, en dat is een kleine krachttoer bij een gelijk g...

Anderhalf jaar na de lancering van de vijfde generatie van de Golf pakt Volkswagen uit met de Golf Plus. Die op een paar millimeter na even lang en breed is als zijn broertje maar wel 9,5 centimeter hoger, en dat heeft verstrekkende gevolgen. De passagiers zitten vooraan 7,5 cm en achteraan 8,5 cm hoger, terwijl die laatsten door het toegenomen interieurvolume ook nog extra beenruimte krijgen, en dat is een kleine krachttoer bij een gelijk gebleven wielbasis. Daarnaast kan de achterbank over 16 cm verschoven worden, zodat de gebruiker kan kiezen tussen extra ruimte binnenin of een grotere koffer. De helling van de rugleuning kan ook nog eens over 22 graden kantelen en bij het dichtklappen van de achterstoelen ontstaat een vlakke laadruimte. Ook de passagiersstoel vooraan kan worden dichtgeklapt, voor het vervoer van voorwerpen tot 2 meter lengte, maar dat is wel een optie. De koffer zelf kreeg een dubbele vloer mee, terwijl het dashboard grondig werd herdacht en nu vrij imposant oogt. Dat zorgt voor extra opbergvakken, die we ook onder de voorstoelen vinden, onder de centrale armsteun en in het dak, waar liefst vier minivakjes werden geïncorporeerd. Het centrale deel van de rugleuning achteraan kan naar voren worden geklapt als armsteun met geïntegreerde bekerhouders. Al hangt één en ander wel vast aan de zogenaamde Opbergmodule, die 163 euro extra kost. Door zijn nieuwe design torst de Golf Plus 105 kilogram extra mee, terwijl zijn grotere frontale oppervlak de stroomlijn negatief beïnvloedt. Op papier is dat zeker een nadeel, in de praktijk viel dat wel mee. De Golf Plus komt er aan met vier verschillende motoren (2 benzines, 2 turbodiesels), voor de kennismaking kozen we voor de 2.0 TDi, met een flinke 136 pk onder de voet en vooral een heel fraai koppel van 320 Nm tussen 1750 en 2500 toeren. Voeg daar een manuele zesbak bij en men komt tot een zeer harmonieuze en uitermate pittige combinatie, ondanks het toegenomen gewicht en de slechtere stroomlijn. De wegligging wordt nauwelijks beïnvloed door de toegenomen hoogte, alleen helt de wagen een ietsje meer over. Het rijcomfort is stevig, de zithouding uitstekend, de afwerking van het geheel tot in de puntjes verzorgd. Terwijl het verbruik bijna vergelijkbaar is : wie een beetje uitkijkt, komt rond met 6 liter voor 100 km. Maar we onthouden vooral dat deze zeer praktische want flink moduleerbare Plus bij gelijke motorisatie slechts een goede 600 euro duurder is dan zijn wat bravere broer.Pierre Darge