De zomer, mijmert de Wim Sonneveld in mij, dat was stekelbaarsjes vangen in de beek en gaan zwemmen in het park, waar de chloorlucht en het gejoel je al van ver tegemoetkwamen en je hart van pure voorpret een dubbele salto mét schroef maakte. En 's avonds naar de braderie, die bestond uit een paar kermismolens en een oliebollenkraam en de plaatselijke kruidenier die voor de gelegenheid een strohoed op had en lotjes verkocht waarmee je een fruitmand of een salami kon winnen. Het leven was simpel toen, neuzelt mijn innerlijke Sonneveld, en de mensen waren rap content.
...

De zomer, mijmert de Wim Sonneveld in mij, dat was stekelbaarsjes vangen in de beek en gaan zwemmen in het park, waar de chloorlucht en het gejoel je al van ver tegemoetkwamen en je hart van pure voorpret een dubbele salto mét schroef maakte. En 's avonds naar de braderie, die bestond uit een paar kermismolens en een oliebollenkraam en de plaatselijke kruidenier die voor de gelegenheid een strohoed op had en lotjes verkocht waarmee je een fruitmand of een salami kon winnen. Het leven was simpel toen, neuzelt mijn innerlijke Sonneveld, en de mensen waren rap content. Tegenwoordig begint de zomer in Werchter en is het daarna elke dag braderie, alleen heet dat nu 'festival', en als er zwaar gezopen wordt 'de Gentse Feesten'. Van pamperpop tot looprek- rock, ieder met zijn hymne, ieder met zijn vlag. "Het leven moet een feest blijven", hoorde ik vorige week op de radio godbetert Renaat Landuyt beweren, een mens die je niet meteen van lichtzinnigheid verdenkt. Voor dat feest hebben we veel over. Zeemansliederen meebrullen op de Brusselse Grote Markt of simultaan Anne Teresa's postmoderne danspasjes instuderen op alle beschikbare Grote Markten, niets is ons te dol. Kleinschalig kan ook. Alfons De Cockplein, zo heet de Grote Markt van het Kiel, op de grens met Hoboken. Niet zoals in Hoboken, New Jersey, maar zoals in Hoboken, Koekenstad. Een pleintje van niets, wat zitbanken, een glijbaan en klimrek op ros gras, omringd met de oudste woonkazernes van Antwerpen. Oud genoeg om niet echt lelijk te zijn, maar wat verschoten en uitgewoond, ondanks recente renovatie. Wie hier woont, is bejaard en wit of jong en bruin. De witten zijn zoals de buurt, de verbouwingen voorbij. Hier ontbreken een paar tanden, daar zijn een paar blauwe aders ontspoord. Buiken puilen over broeksriemen, uit singletjes groeien weelderige tatoeages, als een extra paar mouwen. Bruin is er in alle schakeringen, van licht olijfkleurig met hoofddoek tot ebbenhout met kroes of vlechtjes. Op vrijdagavond is er Muziek in de Wijk. Dan staan er een podium op het plein en een paar kraampjes waar gepensioneerden beduimelde romannetjes en overjaarse huisraad venten. Er is een circusworkshop en een kinderatelier, waar ernstige jonge meisjes, de Bernadettes Soubirous van de islam, samen met leeftijdsgenoten in blote topjes het kleine grut bijsturen in de omgang met stiften en kleurkrijt. De grootste ruigaards van de wijk sleuren met vaten en tafels, zich zeer bewust van hun gewichtigheid. Onder het alziend oog van de stadswachters, no-nonsensevrouwen in no-nonsense-uniformen die hun pappenheimers kennen en resoluut ingrijpen als de gemoederen verhit raken. Op het podium staan Cubanen, Senegalezen of Oost-Europese zigeuners met rare hoedjes en gouden tanden. Mensenvariëteiten die de witten normaal gezien niet meteen aan de borst drukken, maar als ze muziek maken kan het geen kwaad. Ook al verstaat geen mens waarover ze zingen. Er wordt geklapt, er wordt gewiegd, er wordt schokkerig gedanst, bleke en bruine armen in de lucht. Looksaus druipt van vingers, stukjes shoarma vallen in het stof. Maar niemand klapt enthousiaster dan de inwijkelingen-van-één-avond : het geweten van Antwerpen, op de fiets naar deze uithoek gepeddeld voor de muziek en de goede zaak. Grijzend haar, stevige sandalen, onbespoten katoen. Het soort vrouwen dat in zijn vrije tijd djembe speelt of therapeutisch zingt. Bij het weerzien omhelzen ze elkaar innig, gezellinnen één in de strijd. "Nog zo'n paar warme zomeravonden en dat kost het Vlaams Belang een paar duizend stemmen", riep David Bovée van Think of One bij de opening van het seizoen in het Rivierenhof, nog zo'n bastion van multiculturele goodwill. Dat was toen wit en bruin eendrachtig uit de bol gingen in de fontein. Was het maar zo simpel. Maar ik wil wel mee proberen. En na het optreden een hoorntje van Gigi met zijn vele gouden kettingen. Exotisch ijs, zes smaken. Grote bollen, staat er ter verduidelijking op zijn bestelwagen. Het mag ook al eens meezitten in Antwerpen. n Linda Asselbergs