Zo ben ook ik door de Gotthardtunnel gereden, zeventien klamme kilometers, een mens moet alles eens geprobeerd hebben in zijn leven zeggen sommigen, hoewel ik dat een cliché als een huis vind en het kind in mij zich afvraagt of dat alles proberen zich uitstrekt tot, om maar iets te noemen, het zuigen op toiletblokjes van een bekend merk.
...

Zo ben ook ik door de Gotthardtunnel gereden, zeventien klamme kilometers, een mens moet alles eens geprobeerd hebben in zijn leven zeggen sommigen, hoewel ik dat een cliché als een huis vind en het kind in mij zich afvraagt of dat alles proberen zich uitstrekt tot, om maar iets te noemen, het zuigen op toiletblokjes van een bekend merk. Ik zit op het terras met uitzicht op het Grote Meer, in het gezelschap van het Weergaloze Maar Niet Altijd Even Lichtzinnige Meisje, wat buitenissig veel hoofdletters zijn voor één zin. Het hotel is voortreffelijk, we lijken teruggeflitst naar de late negentiende eeuw, toen de glorieuze verschijning van de Dethleffs caravan ("een vriend van de familie") nog in de verre toekomst lag. We hebben geluk en blijven gespaard van hardop parende buren, van nachtelijke discodreunen en haarslierten in afvoerputjes van Duitsers die allang weer de terugrit hebben aangevat naar Chemnitz of Darmstadt. Gespaard van klepperende slippers en behaarde tenen en wat verder nog allemaal met vakantiepret valt te associëren, door de duivel verzonnen in zijn beste momenten, waarbij je soms de indruk krijgt dat het goede en het mooie in de wereld veruit outnumbered is door het lelijke. Na de pasta alla vongole, in een wereld die ruikt zoals mijn kinderjaren, toen we dichter stonden bij de struiken en brouwseltjes maakten van blaadjes en aarde en speeksel, fietsen het Meisje en ik over een noodbrug van ijzer. Aan het traliewerk zijn, als metallieke vruchtjes, honderden hangslotjes bevestigd. Ze hebben diverse maten en kleuren en op de meeste ervan staan initialen, soms met een plus ertussen, soms met een ampersand, soms met hartjes of woorden die in kinderlijk handschrift van liefde getuigen - sommige deerlijk verweerd, andere in roestvrijer kwaliteit. Aan sommige van de hangsloten zijn kleinere hangslotjes bevestigd, wellicht omdat hun eigenaars zich hebben voortgeplant. Ik ken het gebruik niet en aarzel wat ik ervan moet vinden : Romeo en Julia, of Johnny en Marina ? Het lijkt zoiets als geldstukjes in een fontein gooien omdat je dan met zekerheid zal terugkomen. Je gelooft het niet echt maar durft het toch niet onbeproefd te laten. Alle houvast is welkom, in een wereld die wankelt. In het hotel verbreek ik mijn gelofte offline te blijven tijdens de vakantie, en koop 24 uur internettoegang om het raadsel van de hangsloten te doorgronden. Een beetje tot mijn teleurstelling blijkt het geen eeuwenoud gebruik, zoals de harten die sinds mensenheugenis gekerfd worden in de basten van bomen, maar een nieuwbakken traditie. De oorsprong schijnt een niet al te voortreffelijk geschreven roman te zijn van de Italiaanse schrijver Federico Moccia. Daarin belooft een verliefd koppeltje elkaar eeuwige trouw door een hangslot vast te maken aan de oudste brug in Rome en het sleuteltje vervolgens in de Tiber te werpen. Het boek werd verfilmd en groeide bij jongeren uit tot een cultroman. Volgens sommigen ligt daar de oorsprong van de liefdesslotjes, volgens anderen bestonden ze al langer en heeft Moccia het fenomeen zelf ook maar opgepikt. Feit is dat de slotjes onstuitbaar oprukten en inmiddels gesignaleerd zijn in onder meer Spanje, Duitsland, Oekraïne, Letland, Uruguay en zelfs aan Brooklyn Bridge. In het nuchtere Vlaanderen heb ik er vooralsnog geen gezien - wellicht zou het hier prompt als sluikstorten worden beboet - maar in diverse landen groeiden de slotjes uit tot een plaag van romantiek. Stadsbesturen stuurden er ploegen op uit, gewapend met kniptangen om ze te verwijderen omdat bruggen onder hun gewicht dreigden te bezwijken. Er is zelfs een site waarop je virtuele slotjes aan bruggen kunt bevestigen - maar dat is het soort droogzwemmen waar ik voor pas. De schoenmaker van het nabijgelegen Italiaanse dorpje blijkt, als goede middenstander, volop hangslotjes in voorraad te hebben. Ze komen in diverse formaten en luisteren naar de in de gegeven omstandigheden enigszins koddige merknaam Potent. Ik leg er eentje op de toonbank, en heb de neiging nog iets extra aan te schaffen om geen achterdocht te wekken. Als de man mij monsterend opneemt, voel ik een betraptheid die ik lang niet meer heb gevoeld. Het zal wel waar zijn, dat deze hangslotjes vooral gekocht worden door erg jonge mensen. Pas later in je leven kom je erachter dat liefde niet altijd een aaibaar dier is, dat er liefdes bestaan met angels en weerhaken, liefdes als voetklemmen en liefdes als wolfijzers. Liefdes die je de kop kunnen kosten en die je je vijand niet zou toewensen. Ik glimlach echter, mompel grazie en wandel naar buiten - als één die eenvoudig van plan is zijn fiets te gaan sluiten. - jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders