Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens
...

Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens Oké, de geschiedenis heeft haar rechten. De studenten die in het jaar 2030 een thesis willen maken over de tweede feministische golf, zullen aan het pas verschenen boek van Renée van Mechelen (uitgegeven bij Van Halewyck) een nuttig naslagwerk hebben. Maar of de jonge vrouwen van vandáág zich door deze lectuur aangesproken voelen, laat staan geneigd zullen zijn tot enig engagement, valt te betwijfelen. De meerderheid. Een minderheid (is een saaiere titel denkbaar ?) zou best wel eens een averechts effect kunnen hebben. De auteur hoopt dat ze met dit boek jongeren kan warm maken voor het feminisme. De kans is echter groter dat die er balend van dit gezeur hard van weglopen. Wéér zo'n bijenkoningin aan het woord zeker ? Eén van die vrouwen die wel de vruchten wil plukken en daarna alleen maar misprijzend kan natrappen ? Toch niet. Zelfs iemand die feminisme nooit een vies woord heeft gevonden, wordt moedeloos bij het lezen van dit boek. Wie heeft er een boodschap aan die opsomming van feiten en feitjes, van organisaties en comités en werkgroepen die elkaar in de loop der jaren opvolgden dan wel ten onder gingen ? Wie begrijpt er iets meer van het werkelijke hoe en waarom, van de malaise of het succes van de vrouwenbeweging door van alle Vrouwendagen een beknopt verslag te lezen of te weten wie er wanneer voorzitster van het Vrouwen Overleg Komitee was ? Wiens haren rijzen niet ten berge bij het lezen van uitgemolken zinnen als ?Vrouwen aan de top zijn nog altijd witte raven?, of ?Er is dringend behoefte aan een andere cultuur, waarin mannelijke waarden niet meer domineren? ? Aan open deuren ontbreekt het hier niet. Misschien zou het al een stap vooruit zijn als de aloude boodschap in een verpakking van de jaren '90 zou worden aangeboden. En dan dat zorgvuldig, nauwgezet vermelden van alle vrouwen die zich voor de goede zaak hebben ingezet, erover wakend dat geen enkele pionierster wordt vergeten. Als dit boek bedoeld was als een geschenk aan de vriendinnen van weleer, als een herinnering aan hun heroïsche tijden, dan is het waarschijnlijk in zijn opzet geslaagd. En daar is op zich geen bezwaar tegen. Natuurlijk hebben Rita, Lily, Monika en de anderen recht op hun plaats in de geschiedenis en op waardering. Maar is de frustratie of het gevoel van miskenning dan zo groot dat ze op deze manier nog een pluimpje moeten toegeworpen krijgen ? Dit gedoe van ?wij, goeie-feministes-onder-elkaar? krijgt iets lachwekkends. Alsof vrouwen van onder de vijftig uitgenodigd worden om te zeggen : ?Ja, anciennes, wij belijden : uw daden benne groot.? Hoezeer de auteur ook naar objectiviteit heeft gestreefd en hoe bescheiden ze ook blijft over haar eigen inbreng, je kan je niet van de indruk ontdoen dat op bijna elke bladzijde een verongelijkte ma aan het woord is die haar nakomelingen vermanend toespreekt : ?En wéten jullie wel wat we allemaal voor jullie gedaan hebben ? Beséffen jullie wel dat wij bloed, zweet en tranen hebben gestort voor jullie luxe en comfort ?? Ja ma, wij weten het. We zijn u dankbaar. We kunnen ons nu laten aborteren, we kunnen scheiden, we kunnen ons te pletter hollen tussen kroost en werk. Dankuwel. Maar vandaag hebben wij andere zorgen. Wij volgen hormonenkuren om zwanger te kúnnen worden. Wij kunnen 's avonds niet naar een gezellige vrouwenpraatgroep, maar moeten nog wat studeren om professioneel bij te blijven. Wij geloven niet meer in zusterlijke solidariteit, maar hebben geleerd dat er zoiets als concurrentie bestaat. We komen niet meer op straat voor het recht op longkanker, want we denken dat de fitnesszaal ons welzijn meer ten goede komt. En in plaats van zorgeloos met een ander het bed in te duiken, weten we nu dat er altijd waakzaamheid geboden is, ook al slikken we vanaf ons veertiende de pil. Wordt het niet eens stilletjesaan tijd om op zoek te gaan naar wat er misliep in die vrouwenbeweging ? Om uit te leggen welke fundamentele fouten er werden gemaakt in denken en in doen ? Zou het kunnen dat sommige visies achteraf bekeken onjuist, kortzichtig of simplistisch zijn omdat het leven iets complexer in mekaar zit dan gedacht ? Zou het kunnen dat er hier en daar nogal wat emotionele en relationele problemen opdoken ? Dat er wel eens geklungeld werd ? Zouden jongeren niet meer hebben aan levende verhalen, waarin er naast euforie ook plaats is voor kommer en kwel ? Aan getuigenissen van vrouwen die erbij betrokken waren, als voortrekster of als meeloopster, maar die de vuile was niet negeren ? P.S. See you op de Vrouwendag op 11 november !