Ik ontmoet Olivier Chatenet in de kantoren van Ramosport. Zijn echtgenote Michèle is aan de overkant van de straat nog druk bezig in het ontwerpatelier van E2, de codenaam waarmee het duo zichzelf als luis in de pels van de mode nestelde. Een reactie op de kater overgehouden aan het verlies van hun eerste merk, Mariot Chanet. Het klassieke verhaal : de investeerders gaan lopen met de rechten van de merknaam en de ontwerpers blijven met lege handen achter. Het duo besluit daarop einde jaren negentig terug op zichzelf te beginnen en zweert vanaf dan volledig onafhankelijk te blijven. Een belofte die ze houden, ook nu vandaag het succes boven hun hoofd groeit. Zo blijven ze op kleine schaal werken. Meer zelfs, hun naam is niet terug te vinden in het telefoonboek. Alleen via een netwerk van gelijkstemden vinden geïnteresseerden hun weg naar het kleine atelier van E2.
...

Ik ontmoet Olivier Chatenet in de kantoren van Ramosport. Zijn echtgenote Michèle is aan de overkant van de straat nog druk bezig in het ontwerpatelier van E2, de codenaam waarmee het duo zichzelf als luis in de pels van de mode nestelde. Een reactie op de kater overgehouden aan het verlies van hun eerste merk, Mariot Chanet. Het klassieke verhaal : de investeerders gaan lopen met de rechten van de merknaam en de ontwerpers blijven met lege handen achter. Het duo besluit daarop einde jaren negentig terug op zichzelf te beginnen en zweert vanaf dan volledig onafhankelijk te blijven. Een belofte die ze houden, ook nu vandaag het succes boven hun hoofd groeit. Zo blijven ze op kleine schaal werken. Meer zelfs, hun naam is niet terug te vinden in het telefoonboek. Alleen via een netwerk van gelijkstemden vinden geïnteresseerden hun weg naar het kleine atelier van E2. Het toeval wil dat Ramosport, de regenjasfabrikant en al honderd jaar een matriarchaal familiebedrijf, zich enkele jaren geleden in dezelfde straat van de Marais vestigde. Zaakvoerder Muriel Mesguich kende hen nog uit de tijd van Mariot Chantet en vroeg hen een gelimiteerde collectie voor Ramosport te ontwerpen. De 21 genummerde trenchcoats waren binnen de 24 uur uitverkocht bij Colette in Parijs. Sindsdien lopen Muriel en de Chatenets bij elkaar de deur plat. Een geanimeerd driehoeksgesprek waarbij Michèle en Muriel elkaar aflossen. Olivier Chatenet : De twee extremen zijn complementair. Wat we voor Ramosport doen, ligt helemaal in het verlengde van ons persoonlijk werk, maar dan voor een specifiek product, de impermeabel. We wilden vooral aantonen hoe een industrieel product ook zeldzaam kan zijn. Olivier : Dat gegeven bestaat inderdaad al langer, maar is vandaag geloofwaardiger omwille van de polarisatie : enerzijds een toenemende drang naar exclusiviteit en anderzijds meer massmarket. Tussen de twee is er geen plaats meer. Het idee van goedkoop schrikt niet langer af, het is niet langer per definitie pejoratief. Muriel Mesguich : Luxe is schaarste. Muriel : Inderdaad, we vieren niet voor niets ons honderdjarig bestaan. In 1905 is mijn overgrootmoeder begonnen met de productie van stoffen en in 1955 heeft mijn moeder het bedrijf gelanceerd in de prêt-à-porter, iets wat in die tijd erg avant-gardistisch was. Ze begon te werken met stylisten en de pers, wat op dat moment totaal nieuw was. Dus als modemerk bestaan we vijftig jaar. Een dubbele verjaardag. Muriel : In de tijd van mijn moeder was de job veel meer gerelateerd aan het creatieve, de tijdgeest was veel vrijer. Olivier : Ja, als ik zie wat er in die tijd werd ontworpen. Ongelooflijk. De collectie van Berretta voor Ramosport, met die brede schouders... Muriel : We hebben ook risico's genomen, maar toen was het gemakkelijker. De concurrentie was nog niet zo bikkelhard. Vandaag kan de kleinste misstap een vrije val betekenen. Olivier : De kwantiteit schaadt de kwaliteit. En het probleem vandaag is dat er te veel van alles is. In zekere zin is dat op zich ook existentieel omdat alleen de besten zullen overwinnen. Maar zullen de besten niet gewoon diegenen zijn die vandaag de meeste macht hebben ? Dat is een beetje het probleem. En een gevaar voor het creatieve. In de jaren zeventig en tachtig maakten het product en het talent het verschil. Vandaag is talent nog maar één onderdeel van heel de mix. Talent was toen voldoende expliciet en spectaculair om te slagen. Vandaag is het de kunst om de tijdgeest goed aan te voelen en te bieden wat mensen willen. Olivier : Inderdaad. Muriel : Dat, en zijn samenwerking met zakenman Domenico de Sole. Net als Galliano en Arnaud. Talent volstaat niet meer. Je moet ook een zakelijk instinct hebben. Muriel : We waren in de tijd avant-gardistisch vanuit een spontane beslissing om met ontwerpers te werken. Mijn moeder kon toen niet vermoeden dat dat idee de volgende vijftig jaar de mode zouden domineren. Het is bij ons niet zoals bij grote luxeconglomeraten, waar grote strategieën worden bedacht op basis van allerhande analyses. Olivier : Revolutie heeft nu ook een andere betekenis gekregen. Er is geen nieuw territorium in te nemen. Alles is globalistisch geworden. De revolutie zit erin dat de luxeconsument nu ook fantasietjes koopt bij Zara en H&M. Muriel : Daarom ben ik ervan overtuigd dat het werk van Michèle en Olivier, of meer bescheiden gezegd het werk op zich, steeds belangrijker wordt. Er is een nood aan individualisering, als reactie op het globalisme. Zich kleden is een vorm van creativiteit. Zelfs de aankoop. De apotheose is wat Michèle en Olivier doen, zij bieden een uniekheid die zelfs niet in de haute couture terug te vinden is. Mensen hebben daar nood aan. Ik liep gisteren nog in de rue de Rivoli ( de Parijse variant van de Brusselse Nieuwstraat of de Antwerpse Meir), overal liggen dezelfde producten. De massamarkt creëert een overdosis aan uniformiteit waardoor mensen zin krijgen in iets persoonlijk. Olivier : Het bevestigt in ieder geval de trend. En zij zullen een groter publiek kunnen bedienen. Muriel : En vrouwen beginnen vandaag weer te breien. Michèle : Er is toch nog een groot verschil met wat wij doen. Vroeger waren we ontwerpers, nu beschouwen we ons als de deejays de la mode. Olivier : Deejay is een goed woord aangezien we ook aan sampling doen. Michèle : Met dat verschil dat we iets toevoegen aan wat al bestaat. In de zin dat we de authenticiteit van het oude kledingstuk respecteren en erkennen. Bij sampling gebeurt dat niet. Olivier : Inderdaad, we laten het oorspronkelijke etiket erin en plaatsen daarnaast ons label. Dat is ook maar normaal omdat we vertrekken vanuit iets waar al aan gewerkt is. En we hebben daar nog nooit problemen mee gehad. Zelfs niet met een merk als Chanel dat juridisch toch erg agressief optreedt als er gebruik wordt gemaakt van de naam. Olivier : We zijn ver verwijderd van wat er op de catwalk wordt getoond. Ik weet niet meer wat vandaag de trends zijn. Ik kijk nog wel, om te begrijpen wat er gebeurt. Maar het is vaak zo lelijk. Olivier : Het is geen kwestie van goede of slechte smaak, maar bestaat er nog wel zoiets als smaak ? In de zin van een optie, een invalshoek, een opinie op de massa. Zijn er nog ontwerpers die durven zeggen : ik geloof erin en ik ga ervoor. Alles is zo vluchtig. Maar dat is normaal. Angst domineert. Iedereen heeft schrik omdat de busi- ness zo hard is geworden. Niets is nog zeker. De mensen met geld bepalen alles. De grootste adverteerders krijgen de meeste redactionele aandacht en zetten de trend. Olivier : Miucca Prada is de uitzondering. Zij heeft een mening. Er leeft een ziel in dat huis. En de manier waarop ze erin slaagt om artisanale effecten te creëren op industriële wijze. Ongelooflijk, die technische competentie. Michèle : Ze heeft een enorme invloed gehad op de evolutie van prêt-à-porter. Olivier : En de manier waarop kleding gemaakt en geassembleerd wordt. Michèle : Ze heeft de prêt-à-porter uit haar industriële context gehaald, er terug een vleugje luxe aan gegeven door aandacht te geven aan artisanale details, waardoor kleding opnieuw een gevoeligheid krijgt. Omdat niet alles op dezelfde manier gemaakt wordt. Olivier : Neen, die democratisering is inderdaad geen slechte zaak. Het maakt ook deel uit van de revolutie die vandaag aan de gang is. Het idee dat goedkoop niet minderwaardig hoeft te zijn, is nieuw. In het verhaal van toegankelijkheid is dat een erg goede zaak. Dat iedereen zich een mooi kledingstuk kan permitteren, is alleen maar toe te juichen. Michèle : La Redoute gaat ook wel iets anders te werk dan H&M of Mango. In plaats van stylisten in dienst te nemen om ontwerpers te kopiëren, hebben ze ons gevraagd een creatieve collectie te ontwerpen. We zijn nu aan het derde seizoen toe, en de samenwerking verloopt echt prima. Zij zijn erg tevreden en wij ook omdat we aan de massamarkt een goed gefabriceerd product kunnen aanbieden, met een authentiek ontwerp. Olivier : Het is complementair met wat wij doen. Twaalf miljoen catalogi tegenover de exclusieve stukken die we onder de naam van E2 maken. We hadden zin om iets te doen in het niet-dure segment, lang voordat Lagerfeld en H&M er mee begonnen. Omdat we echt genoeg hebben van luxe. Echte luxe bestaat niet meer. Luxe is niet vijftigduizend Dior-handtassen verkopen in één week. n Pascale Baelden"Het idee van goedkoop schrikt niet meer af, het is niet langer per definitie pejoratief.""De revolutie zit hierin : de luxeconsument koopt nu ook fantasietjes bij Zara en H&M.""Vroeger waren we ontwerpers, nu beschouwen we ons als de 'deejays de la mode'."