Museumcoördinator

Het verleden kan nu iets betekenen. Van jongs af aan zit dat idee er bij mij ingeprent. Ik groeide op tussen de oorlogskerkhoven van de Eerste Wereldoorlog. Dat fascineerde me als kind. In atlassen zocht ik toen op waar al die dode soldaten vandaan kwamen.

Verbijstering. Het is de enige manier om om te gaan met de zeshonderdduizend oorlogsdoden die hier in de Westhoek liggen. Sommigen uiten hun verontwaardiging op een emotionele, artistieke manier. Anderen rationaliseren of leggen zich gewoon neer bij de gruwel. Op zijn minst wil ik toch weten hóé het is kunnen gebeuren.

Braindrain is een fenomeen waar de Westhoek al in de jaren zeventig mee had te kampen. Ik koos de omgekeerde richting en kwam na zeven jaar studeren in Leuven terug naar Reningelst. Ik heb de streek herontdekt en woon nu in het ouderlijke huis.

Economie studeren deed ik vanuit een politieke belangstelling. Die keuze had heel sterk te maken met de tijdgeest van toen : de jaren zeventig en de grote oliecrisis. Professioneel was ik als bankdirecteur jarenlang bezig met sparen en beleggen. Maar mijn hart lag bij muziek, omdat ik voelde dat dat een soort loutering kon brengen. Daarom stampte ik in 1992 de Vredesconcerten Passendale uit de grond. Meehelpen aan de oprichting van het In Flanders Fields Museum eind jaren negentig was niet meer dan een logische stap.

In 2000 kregen we de Museumprijs van de Raad van Europa. Meer en meer geloof ik dat dat een statement was. De Europese gedachte komt voort uit wat er tijdens de afgelopen eeuw is gebeurd. We wonen in een continent waar de voorbije tweeduizend jaar werd gevochten. Laat het ons nu eens anders proberen, leek de Raad te willen zeggen.

Ieper wordt overspoeld door oorlogsbezoekers, vaak schoolgroepen met Britse jongeren. We kunnen alleen maar hopen dat niet enkel de militaire heldendaad wordt bezongen. In het museum houden we ons ver af van het oorlogje spelen als een lekkere bezigheid. Oorlog krijgt hier geen mooi, antiek patina. Wel staat oorlog bij ons voor een verschrikkelijke tragedie in de levens van mensen.

Dit mag geen vrijblijvend verhaal zijn. In het museum vertellen we een heel lokaal en uniek verhaal, maar tegelijk ook heel universeel en herkenbaar : oorlog en vrede, Eros en Thanatos, leven en dood. Kijk bijvoorbeeld naar de oorlog in Irak. Ik heb de indruk dat bezoekers troost halen uit wat ze hier beleven.

Mondelinge getuigen zijn er niet meer. Materiële getuigenissen worden dus steeds belangrijker. Het landschap is de drager van de geschiedenis. Heel authentiek en organisch. Daarom was ik zo gekant tegen het doortrekken van de A19, de autoweg die Pilkem Ridge zou doorsnijden. Gelukkig is er nu oog voor alternatieve oplossingen.

Het beste moet nog komen. Ik zit op die kritische leeftijd van vijftig. Als ik nog iets anders wil doen, moet het nu. Dat het hier altijd over de menselijke tragedie gaat, valt me soms zwaar. Anderzijds liggen hier nog zoveel uitdagingen. Jaarlijks ontvangen we 200.000 bezoekers, het museum barst letterlijk uit zijn voegen. Tegen 2012 wordt een nieuwe vleugel gebouwd die gewijd zal zijn aan het landschap.

Een wereldreiziger zal ik wellicht nooit worden. Maar ik heb heel veel gereisd hier, in de geschiedenis. En er valt zoveel te ontdekken in Europa.

Voor een groot deel haal ik mijn betekenis uit de geschiedenis van mijn eigen streek. Twee jaar geleden dacht ik dat ik nooit elders zou kunnen wonen. Nu ben ik niet langer zo verknocht aan de Westhoek. Vorig jaar verloor ik immers mijn partner, de moeder van mijn kinderen. Dat maakt het allemaal wat diffuser, alles móét nu iets minder.

De appel valt niet ver van de boom. Liefde voor boeken kreeg ik mee van mijn vader en grootvader. Ook mijn kinderen zijn gepassioneerd door taal en muziek, elk op hun eigen manier. Ik hoop voor mezelf de komende jaren wat meer tijd te vinden om te schrijven, want dat doe ik het liefst.

Piet Chielens (51) is coördinator van het In Flanders Fields Museum in Ieper. Op zondag 11 november staat Ieper in het teken van Wapenstilstand. Info : www.inflandersfields.be

Door Joke Vermeersch / Foto Saskia Vanderstichele