Pierre Josse is niet alleen hoofdredakteur van de reisgidsenserie Le Guide du Routard. Hij onderwees in gevangenissen en werkte als graficus bij Frankrijks beste drukkerij van kunstboeken. Ontmoeting met een duizendpoot.
...

Pierre Josse is niet alleen hoofdredakteur van de reisgidsenserie Le Guide du Routard. Hij onderwees in gevangenissen en werkte als graficus bij Frankrijks beste drukkerij van kunstboeken. Ontmoeting met een duizendpoot. PIERRE DARGEWie Pierre Josse voor een gesprek wil strikken, moet een lange aanloop nemen. De schrijvende globetrotter is vijf maanden per jaar onderweg en onderstreept graag dat hij nooit achter zijn bureau zit. Ter gelegenheid van de Reismarkt keerde hij uit Syrië terug en verbleef één nacht in het Brugse Hotel du Sablon waar hij stipt op de afspraak verscheen. Toch verrassend voor een man met een zéér kronkelige levenswandel. Pierre Josse : Ik leef volgens mijn eigen impulsen en als het entoesiasme afneemt, zet ik nieuwe bakens uit, leef ik naar een nieuw beroep toe. Ooit was ik een gevierde heer in de marketing en publiciteit, kompleet met das en kort haar. Goed betaald ook, een yuppie avant-la-lettre. Maar gaandeweg verloor ik mijn entoesiasme. Dat ontging mijn baas niet en op een dag deelde hij mij mee : On ne peut pas vous garder. We gingen als vrienden uiteen, hij opgelucht, ik met een pak centen onder de arm en de gelegenheid om op mijn 26ste naar de universiteit te gaan om er een licentie Angelsaksische Filologie te halen. Ik werkte ook vijf jaar bij Frankrijks beste drukker, Draeger want ik zocht naar uitdagingen en naar de perfektie. Toen we een boek met schilderwerk van Salvador Dali drukten, legden we toiletpapier tussen de rol om de fijnste nuances te kunnen weergeven. Nadat ik er wegens de ekonomische situatie aan de deur werd gezet, betaalde de staat me een jaar om te studeren. Dat zat dus weer lekker. Maar voor alles ben ik altijd blijven reizen. Heel jong reisde ik naar alle grote konfrontaties tussen werknemers en werkgevers, maakte alle grote stakingen mee. In '68 kapte ik suikerriet met de arbeiders in Cuba, tijdens mijn drukkersjaren vertegenwoordigde ik het syndikaat op alle grote samenkomsten in Europa. Maar als de arbeidersstrijd in Milaan gestreden was, stapte ik het museum binnen om Botticelli's te gaan bekijken. J'articulais tout ce qui me plaisait. Toch was u niet altijd onderweg... Josse : Na mijn yuppie-avontuur rolde ik even het onderwijs binnen. Ik had altijd al naar mijn moeder opgekeken, ze was mijn model al reiziger en als pedagoge. Maar omdat ik mijn sociale geëngageerdheid trouw wilde blijven, solliciteerde ik naar een betrekking bij moeilijk opvoedbare kinderen. Drie weken na mijn aanvraag bood men mij een betrekking aan waarvan men dacht dat ik ze meteen zou weigeren : in de gevangenis van Fleury-Mérogis. Ik dacht ook gevangenen zijn mijn broeders en aanvaardde meteen de uitdaging die me toeliet mijn ideeën over het gevangeniswezen aan de praktijk te toetsen. Dat liep twee jaar goed, daarna werd ik de deur gewezen. Mijn politiek en pedagogisch gedrag bleek onverenigbaar met wat men zich van mijn werk had voorgesteld. Ik was zoals gewoonlijk doorgegaan tot op het bot, daarna was het breken of barsten. In 1978 vroeg de direkteur van de Guide Bleu bij wie ik als korrektor werkte om me over een nieuwe reeks te buigen, les Guides du Routard. Toen ik naar Griekenland op vakantie trok, korrigeerde ik ter plaatse voor mijn plezier de gids. Het resultaat bleek de verwachtingen te overtreffen en sinds 1980 sta ik aan de zijde van stichter Philippe Gloaguen. Het lijkt een hele klus om zo'n gids ineen te draaien ? Josse : In het begin waren we met zijn twee, nu verdelen we een land met drie of vier, voor de Verenigde Staten waren we met vijven. Omdat we nu gerodeerd zijn, beschikken we niet alleen over een uitstekende dokumentatiedienst, maar vooral over een net van lokale informanten die toch wel de ruggegraat van het geheel zijn. Toen me gevraagd werd om de gids over Chili te schrijven, liep ik de Chileense gemeenschap in Parijs plat en vroeg daar om de adressenboekjes in te kijken. In Concepcion ging ik met een ingenieur op stap, in Arica was de lokale pastoor mijn kontaktpersoon en gids doorheen de lokale bidonvilles. Ter plaatse blijken diegenen van wie ik de naam heb opgekregen niet altijd de beste informanten, maar ze kennen wel andere lui die perfekt in die rol passen. Op die manier kwam ik bij een patron van een grote favela in Rio terecht die me niet alleen informatie verstrekte, maar ook bescherming bood. Maar ik ben ook altijd op zoek naar gastronomie-chroniqueurs van kranten en naar taxichauffeurs omdat die in het volle leven staan en alles weten. En ik ondervraag iedereen. Op de redaktie zitten we nu met een harde kern van vijf, zes man die een land exploreren terwijl de herdrukken door losse medewerkers up to date worden gehouden. Niet eenvoudig om bij al dat reizen het entoesiasme hoog te houden... Josse : Ik mopper niet, omdat dit beroep het enige is dat ik ken waarin men betaald wordt om te reizen. En onder ons gezegd is de gids niet het uiteindelijk doel, het gaat meer om de ontdekking, om mijn persoonlijke geestelijke verrijking. Je moet altijd eerst jezelf plezieren en wat geeft meer plezier dan de ontdekking ? Als het me een beetje te veel wordt, plooi ik me even terug op mijn eigen Frankrijk, dat ik nog maar pas begin te ontdekken. Om sociale en politieke redenen sta ik zeer skeptisch tegenover mijn land, ik ben op het randje af francofoob. En tot mijn eigen verwondering en plezier ontdekte ik dat er zoiets als la France profonde bestaat, een stuk Frankrijk dat buitengewoon vrijgevig en gastvrij is, zowat het tegengestelde van de verschrikkelijke Parijse mikrokosmos die we kennen. In dat verre Frankrijk leven tradities van solidariteit, gastvrijheid en convivialité verder. Om nog te zwijgen van de kulturele, artistieke en architekturale schatten die er voor het grijpen liggen. Al heb ik niet het gevoel dat ik er ook zelf zou kunnen wonen omdat ik vreselijk gebonden ben aan die oude maîtresse die Parijs toch blijft. Ik haat Parijs uit de grond van mijn hart mais je l'ai dans la peau. En ik wil de stad ten onder zien gaan. U reist uit principe alleen. Josse : Precies en dat is een persoonlijke keuze. Ik ken kollega's die graag hun vrouw of een vriend bij zich hebben, ik voel die behoefte niet. Bovendien besef ik heel goed dat die eenzaamheid het me mogelijk gemaakt heeft dingen te beleven die je met twee niet kan. Voor je het weet ben je een institutie, men bekijkt je anders, doet je niet dezelfde voorstellen. Ik wil autonoom zijn, desnoods om de vijftig meter halt houden om de beste hoek te vinden van waaruit ik een canyon kan bekijken. En voor alles wil ik aan niemand rekenschap moeten afleggen. Alleen bent u ook een gemakkelijke prooi. Josse : Dat moet niet worden overdreven. Er is twee keer geprobeerd me te vermoorden, ik ben een paar keer overvallen en uitgeschud. Eén keer in het Mexicaanse Guadalajara ben ik door een bende overvallen en uit de bus gestampt. Dat lijkt op het eerste gezicht erg, maar de gevolgen waren eigenlijk wonderlijk. Ik bezat niets meer en dat zet je aan het denken, dan kun je jezelf bewijzen hoe inventief je bent, hoe je jezelf uit netelige situaties kan redden. Op het kommissariaat stond ik oog in oog met twee naiëve, idiote politiemannen, zeg maar Laurel en Hardy, die zich voorstelden dat ze de dieven zouden pakken. Ik zag het nutteloze van hun pogingen snel in en raadde ze aan me liever een cel in de gevangenis te reserveren voor de nacht, want de lokale hôteliers wilden me geen krediet geven tot maandag. Daar bracht ik het weekend door. Met de deur op een kier was ik getuige van hoe zo'n kommissariaat tijdens het weekend werkt : lui die gemarteld werden, dronkaards die in elkaar geslagen werden, kadavers van honden die worden binnengebracht. Ik leende 's maandags wat geld bij American Express, maar omdat we toen zo'n klein bedrijf waren, moest ik nu extra zuinig zijn, de bus nemen naar Atlanta en bij het Leger des Heils slapen. Ik ontmoette er de merkwaardigste mensen die ik zonder die overval nooit zou hebben gekend, want wie gaat nu uit vrije wil naar het Leger des Heils... Om maar te zeggen dat wat aanvankelijk een malheur leek, me honderdvoudig in rijke ervaringen werd terugbetaald. Al geef ik graag toe dat ik een optimist ben. Wat noemt u dan goede ervaringen ? Josse : De momenten waarop het me gegeven werd de sociale verhoudingen tussen de lokale kultuur en religieuze rituelen te begrijpen, de momenten waarop ik in situaties terechtkwam waardoor de essentie van een maatschappij me ineens duidelijk werd. In Brazilië zag ik op het strand van Ipanema de mooiste vrouwekontjes, maar dat betekende niets tegenover de grote schok die ik onderging bij de ontdekking van de Afro-Braziliaanse religies, de Condomblé, de Shango, de Macumba. Ik beleefde er hallucinante nachten die me voor het leven getekend hebben en waar ik vijftien jaar later nog koude rillingen van krijg. Of ik denk aan Ierse nachten toen ik met de lokalen republikeinse liederen zong. Met lui die in Londonderry en Belfast tegen de bezetting en tegen Thatcher vochten, mensen van wie de hele familie achter de tralies stak, vrouwen die in vijftien jaar hun man niet hadden gezien, moeders van wie de zonen tot een eeuw gevangenis waren veroordeeld. Daar zag ik de hoop, de wil om door te gaan, de zekerheid die alleen bestaat bij mensen die weten dat ze het gelijk aan hun kant hebben. Of zoals een vriend toen zei bij het zien van dat alles, die mensen kunnen geen ongelijk hebben, daar zijn ze te echt voor. De goede herinneringen zijn altijd verbonden met die grote momenten van warmte en vriendschap, van begrip ook. Reizen heeft alles te maken met het leren begrijpen van zowel de kulturele als de sociale achtergronden van een land. De estetische ervaringen zijn daar slechts de garnituur bij al vergeet ik bijvoorbeeld nooit de aanblik van een vallei in Birma waar 2600 tempels staan. Ooit, in de zestiende eeuw, waren het er tienduizend, maar aardbevingen hebben er heelwat weggeveegd. Wie op het topje van de hoogste, zo'n zestig meter boven de grond, het geluk heeft 's morgens de mist te zien optrekken, gelijk met het rijzen van de zon, de tempels één voor één ziet verschijnen en daarnaast nog kan genieten van het trage ritme van de passerende boeren, moet al heel taai zijn om onberoerd te blijven. Ik schaam me niet om te zeggen dat ik daar gehuild heb. Toch zit er iets vreselijk kontradiktorisch in het werk wat u doet. U ontdekt verborgen, ongeschonden plekjes en geeft ze prijs aan uw lezers. Josse : C'est ma plus grande contradiction. Ik ben blij dat u erover spreekt omdat uw vraag me in het hart raakt. Zo heb ik kleine Griekse vissershaventjes die nu verrot zijn door het toerisme prijsgegeven. Of een stofferige visserskroeg in de Pelopponesos die na jaren vermelding in de gids ineens tot een monstrueus hotel werd omgevormd... De baas heb ik dan ongewild rijkdom bezorgd, en de dorpelingen heb ik hun leven ontwricht. Maar veel erger zijn dit soort situaties in derdewereldlanden waar het massatoerisme met zijn ongelimiteerde koopkracht voor een brutale inflatie heeft gezorgd. Want vergis u niet, vele touroperators wachten op onze gidsen om nieuwe routes open te breken, vliegvelden aan te leggen, cargo's met mensen aan te voeren. Het bezorgt me allemaal veel hartzeer en ik heb er geen afdoende antwoord op. Ooit vond ik na veel zoeken in de buurt van Heraklion het beste Griekse visrestaurant. Buiten hing zelfs geen uithangbord, ik ging af op een krat bier tegen de muur. En ik dacht : wie geen reklame maakt, wil met rust gelaten worden. Sindsdien gooi ik wat steentjes uit, geef een paar vage indicaties zodat de lezer extra gemotiveerd moet zijn om de weg te vinden. Soms schrijf ik helemaal niets over een ongeschonden plekje en dan krijgen we verwijtende brieven van lezers die er zich over verwonderen dat wij, zogenaamde speurneuzen, dat plekje niet hebben weten te vinden. Anderen vinden dat de gidsen aardig zijn geëvolueerd, maar er zijn ook ontevredenen. Josse : Natuurlijk is dat zo, we geven nu bijvoorbeeld niet meer systematisch de allergoedkoopste hotels. We vinden dat we een elementaire vorm van komfort als norm mogen stellen en daar worden we door sommigen bitter voor aangekeken. Tenslotte produceert niet iedereen zoveel antilichamen als ik dat doe en ik vind dat we onze lezers mogen vrijwaren van hepatitis of amoeben. Maar we zijn de jeugd niet vergeten en we blijven jeugdherbergen en kampings in onze lijsten opnemen. En we blijven groeien : vorig jaar verkochten we anderhalf miljoen eksemplaren, dit jaar allicht nog tweehonderdduizend meer. We zijn nu de meest verkochte gids in Frankrijk, we staan nu voor de Guide Michelin. Naar ik hoor hebben ze dat bij Michelin heel sportief ondergaan en op de laatste direktievergadering moet iemand met gevoel voor humor hebben medegedeeld : Nous sommes heureux d'apprendre que les Guide des Routards a décidé de ne pas fabriquer de pneus. Zelf blijft u verder reizen, zonder behoefte aan wat rust. Josse : Wat betekent rusten anders dan verveling ? Misschien dat ik me even ergens afzonder om een roman te schrijven, een liefdesverhaal dat zich in Brazilië of in Ierland afspeelt. Maar het is niet eens zeker dat ik dat stilzitten zou aankunnen. Pour moi, la vie c'est le mouvement. Men heeft geprobeerd me te vermoorden en ik ben een paar keer overvallen en uitgeschud. Maar ik werd honderdvoudig in nieuwe ervaringen terugbetaald. Veel touroperators wachten op onze gidsen om nieuwe routes open te breken, vliegvelden aan te leggen, cargo's met mensen aan te voeren. Dat bezorgt me veel hartzeer.