Laten we vrolijk blijven, bovenal, al staan er griezelige foto's in de kranten. Op de voorpagina van De Morgen rijst de Pensioentoren op uit een Brussel dat lijkt op een sombere litho, door de kunstenaar gemaakt vlak voor hij zichzelf het leven benam. Zo ongeveer moeten onheilsprofeten de toekomst van de wereld hebben gezien : roetig, duister en vol gruis. Verstoken van zelfs maar de meest verdunde vorm van hoop.
...

Laten we vrolijk blijven, bovenal, al staan er griezelige foto's in de kranten. Op de voorpagina van De Morgen rijst de Pensioentoren op uit een Brussel dat lijkt op een sombere litho, door de kunstenaar gemaakt vlak voor hij zichzelf het leven benam. Zo ongeveer moeten onheilsprofeten de toekomst van de wereld hebben gezien : roetig, duister en vol gruis. Verstoken van zelfs maar de meest verdunde vorm van hoop. "Fijn toxisch deken over Brussel", staat er boven de foto te lezen. Bij 'fijne stofdeeltjes' denk ik altijd eerst even aan stofdeeltjes die buitelen als vriendelijke dolfijnen. Het duurt dan een fractie van een seconde voor ik besef dat hier een andere betekenis van 'fijn' wordt bedoeld : stofdeeltjes als microscopische killers, die zich diep in onze longen graven om er niet meer uit te wijken. In Gent kruis ik een vrouw met een maskertje voor haar mond, zoals je vroeger op foto's van steden als Tokio zag. Toeval of niet, zelf heb ik de laatste dagen ook weer last van die terugkerende prikkelhoest, die nieuw is voor mijn doorgaans tamelijk solide longen. De krantenkoppen liegen er niet om, zelfs niet op de pagina's van populaire en dus per definitie leuke kranten. "Broeikaseffect straks onomkeerbaar." "25.000 planten- en diersoorten bedreigd in België." "Wintersmog kost dertig doden per dag." Dertig doden per dag. Mocht er in het Meetjesland een beest rondwaren dat zelfs maar half zoveel kippen voor zijn rekening nam, er kwam onmiddellijk een crisisinterventieteam aan te pas, met sluipschutters op de daken. "De hoge concentratie aan stikstofoxiden en koolstofmonoxide in de lucht is te wijten aan de lage windsnelheden in combinatie met lage grondtemperatuur", las ik onder die zwartgeblakerde foto van Brussel. Dat is hetzelfde als iemands dood toeschrijven aan de ongelukkige snelheid van een kogel in combinatie met de toevallige stand van de loop. Bullshit, natuurlijk. De werkelijke oorzaak is de vinger die de trekker overhaalt, casu quo : de vervuilers die al dat gif de lucht in jagen. Te weten : wij. De mens is bij mijn weten de enige diersoort die zich aan planmatige nestbevuiling bezondigt. Zelfs Theo, mijn achttienjarige kater, vergaat van de schaamte als hij in de woonkamer een noodplas moet wagen, omdat ik domweg de deur naar zijn kattenbak dichtgetrokken heb. "Laat kleine kinderen geen zware inspanningen doen" is nog zo'n mooie die ik hoorde. Het kwam van tussen de welgevormde lippen van Freya Van den Bossche. Is het niet verschrikkelijk dat zoiets gezegd wordt, namelijk dat de kinderen moeten veranderen en niet de lucht ? Als kinderen van de rechter een speelverbod krijgen, zoals in Lauwe, dan komen daar - terecht - achtduizend betogers voor op straat. Maar als diezelfde kleine kinderen vanwege de luchtvervuiling niet meer over de speelplaats mogen rennen, dan aanvaardt iedereen dat gelaten. Het wordt steeds duidelijker dat we, in deze dictatuur van de economische groei, ons eigen graf delven. Dat er toch niets aan te doen valt, weiger ik te geloven. Er verandert wel degelijk iets in de geesten. Uit een pas verschenen studie van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Commissie, blijkt dat Belgen milieuvervuiling de grootste bedreiging voor hun gezondheid vinden. Vervuiling boezemt maar liefst 76 procent van de ondervraagden angst in. Bij misdaad is dat slechts 27 procent, bij terrorisme 22. Opmerkelijke cijfers, die zelfs beleidsmensen aan het denken zouden moeten zetten. "Wat een luxe", hoorde ik de ene hardwerkende Vlaming onlangs op een feestje jaloers tegen de andere zeggen : "dat jouw kinderen in hun eigen dorp naar school kunnen gaan." Luxe, proefde ik het woord verbaasd na. Zou het niet de régel moeten zijn dat kinderen 's ochtends geen twintig kilometer moeten worden omgereden ? Dat een mentaliteitswijziging op relatief korte termijn wel degelijk mogelijk is, blijkt bijvoorbeeld uit het rookgedrag, of de veiligheid op de openbare weg. Wie opkomt tegen de smeerlapperij en het kortetermijndenken, mag op machtige vijanden rekenen, en op een hoop onbegrip. Maar hij heeft ook wind in de zeilen, want hij geeft de mensheid iets heel bijzonders terug : de toekomst die zij onderweg is verloren. Ik geloof dat steeds meer volk daar, piepend en hijgend, hevig naar snakt. Jean-Paul Mulders