Tientallen miljoenen mensen die
...

Tientallen miljoenen mensen die met je werk vertrouwd zijn, het is een benijdenswaardige situatie voor een tekenaar. Maar Philippe Petit-Roulet wil niet alleen de man zijn van de Twingo-reklame. JESSE BROUNSFransman Philippe Petit-Roulet (42) wil het geweten hebben dat hij meer op zijn aktief heeft staan dan de schattige reklamefilmpjes die overal ter wereld de Renault Twingo aanprijzen. Hij begon zijn carrière als striptekenaar, werd dan illustrator, en kwam pas daarna in de reklame terecht. Twintig jaar geleden opende een debuterende Petit-Roulet zijn map met tekeningen voor de legendarische cartoonist Wolinski (Charlie Hebdo en tegenwoordig ook Paris-Match). Die was niet meteen geïnteresseerd, maar hij verwees de jonge tekenaar wel naar de redaktie van Zinc, een striptijdschrift in de Amerikaanse underground-traditie. Niet veel later vond hij prestigieuze tijdschriften als L'écho des Savannes en Métal Hurlant bereid zijn prenten te kopen. "Eind jaren zeventig ben ik beginnen samenwerken met Didier Martiny, een jeugdvriend. We hebben enkele strips gemaakt, en die konden we kwijt aan onder meer Charlie, Pilote en (A Suivre). " Hun verhalen werden in albumvorm uitgegeven door grote stripbedrijven als Casterman en Dargaud, evenwel zonder veel sukses. Enkele jaren geleden gingen Petit-Roulet en Martiny elk hun eigen weg, maar ze blijven goede vrienden en hopen ooit nog eens samen te werken. Scenarist Martiny regisseerde twee jaar geleden zijn eerste langspeelfilm, met Jeanne Moreau in de hoofdrol, en is nu bezig met een nieuw filmprojekt. Hij maakt ook oorlogsdokumentaires voor de Franse televisie. Petit-Roulet maakt reklame, tekenfilms en kinderboeken. Het beste boek van Petit-Roulet is waarschijnlijk Humpf et la Schmockomobile, dat in 1992 verscheen, en destijds bijna onopgemerkt bleef. Het is een boek voor kinderen over auto's. We doen alles met onze schmockomobiles, luidt het, maar een auto is ook vervuilend, en soms zelfs gevaarlijk. De reklamecampagne voor de Twingo was in zekere zin een vervolg op de Schmockomobile, maar van het Renault-model werden uiteraard alleen de positieve kanten benadrukt. "Ik heb nooit echt reakties gehad op dat boek sinds ik de reklame maak voor Twingo, behalve dan van enkele vrienden. Het is natuurlijk ironisch : eerst dat boek en dan de reklame, met elk hun eigen, volstrekt tegengestelde boodschap. " Philippe Petit-Roulet heeft de voorbije drie jaar liefst zestien filmpjes gemaakt voor Twingo, waarvan acht bestemd waren voor de Franse markt (dezelfde als in België), zes die specifiek voor Duitsland werden geproduceerd ("Daar tonen ze op het einde de echte auto, wat ik jammer vind omdat de puurheid zo ontkracht wordt"), en twee voor Japan ("Knutselwerk"). De filmpjes worden stuk voor stuk in Londen gemaakt, bij de gereputeerde animatiestudio Passion Pictures. Petit-Roulet is heel entoesiast over de samenwerking : "Ik werk in Londen altijd met dezelfde animatrice, Alyson Hamilton. Zij weet precies hoe ze mijn figuurtje moet laten bewegen. Toen we bezig waren aan de eerste filmpjes, waren we ontzettend zenuwachtig. Nu gaan we rustig onze gang. Werken is een echt plezier geworden. Ik lig er 's nachts niet meer wakker van. "Het is uitzonderlijk dat een automerk tekeningen gebruikt voor een reklamecampagne. Bij Renault was het van de jaren zeventig en de R5 geleden dat nog met een illustrator werd gewerkt. Sinds de Twingocampagne zo suksesvol is gebleken, heeft Peugeot de al wat oudere Franse tekenaar Kiraz onder de arm genomen, en Saab hoopt de Amerikaanse markt te veroveren met tekenfilms van Jean-Philippe Delhomme (zie Weekend Knack van 6 september). "Renault en het reklamebureau Publicis waren er aanvankelijk niet helemaal gerust in. Het kon lukken maar het kon net zo goed fout gaan. Je moet toegeven dat het gedurfd is, een autobedrijf dat aanvaardt dat één van zijn modellen tot een paar karikaturale trekken wordt herleid. ""Ik kon gelukkig meteen goed overweg met de mensen van het reklamebureau. Het was niet zo dat ik als tekenaar op het laatste moment bij de campagne werd betrokken, wat in de reklamewereld wel vaker gebeurt, en dat is dan bepaald frustrerend. Ze hebben me destijds ook voor mijn ideeën genomen, niet alleen voor een trek van mijn penseel. Ik ben de producer van de filmpjes, niet alleen de tekenaar. Mijn uitgangspunt was : we leven in een vierkante wereld, en de Twingo is rond filozofie met een glimlach. Daarnaast moest ook de aandacht worden gevestigd op het feit dat de Twingo van buiten klein is en van binnen groot, dat soort dingen. Wat wel gelukt is, denk ik. ""Twingo vereist nog steeds de helft van mijn tijd. De opdrachten komen vaak volstrekt onverwacht. Soms hoor ik een hele tijd niets van ze, dan hebben ze een hele periode om de twee weken weer iets anders. Dan willen de Colombianen plastic staanders voor de garages van Renault. Of ze beslissen in Nederland de eerste filmpjes te hernemen, waaraan dan enkele details moeten worden veranderd en waarvoor nieuwe tijdschrift- en kranteadvertenties moeten worden getekend. Je blijft bezig. ""De campagne van afgelopen zomer, voor het door Kenzo aangeklede model, was ook leuk. Ik moest van het reklamebureau Kenzo ontmoeten om te zien of hij akkoord ging met de manier waarop ik hem had afgebeeld. We hebben vijftien minuten met elkaar gesproken, heel formeel, en toen had hij één vraag : of ik de gordel van zijn kimono wat lager kon plaatsen. ""Als je je werk ernstig neemt, als je jezelf er echt in wil investeren, dan moet je er veel tijd insteken, anders gaat het niet. Veel tekenaars doen dat niet, bijvoorbeeld omdat het budget te klein is. Ik heb het geluk met een automerk te kunnen samenwerken. De autoindustrie, dat zijn de allergrootste reklamebudgetten, die zijn bereid astronomische sommen te investeren. "Op Europese schaal zijn de reakties op de Twingo-reklame erg verscheiden, zegt Petit-Roulet. De campagne heeft bijvoorbeeld beter gewerkt in Duitsland dan in Frankrijk, en ze was helemaal niet populair in Spanje en in Italië. Daar is de campagne dan ook stopgezet. "Een auto heeft daar een virieler imago, het is een echte machine. Mijn tekeningen zijn waarschijnlijk te schattig voor hen. ""Maar goed, mijn kontrakt wordt alsmaar verlengd. Ik heb er geen idee van wanneer we ermee ophouden, maar het is logisch dat zo'n campagne niet eeuwig kan duren. Stel dat ze morgen zeggen, stop, het is genoeg geweest, dan is het voor mij toch een hele mooie geschiedenis geweest. "Petit-Roulet wisselt zijn carrière als huistekenaar van Renault af met werk voor andere opdrachtgevers. Die tekeningen zijn minder bekend, maar evenzeer de moeite, grafische juweeltjes allemaal. "Ik was bang dat mensen me zouden vragen precies hetzelfde te doen als voor Renault, maar dat viel uiteindelijk wel mee. "Hij publiceert regelmatig in het Amerikaanse weekblad The New Yorker, kleine tekeningen in de marge van artikels. Een cover heeft hij voor het blad van Tina Brown nog niet gemaakt, maar hij droomt er wel van. Toen ik bij hen aanbelde, was Petit-Roulet in zijn atelier, op de bovenste verdieping van zijn ruime achterhuis in het vijftiende arrondissement van Parijs, een vaas met zijn figuurtjes aan het beschilderen. Hij heeft al jaren geen strips meer gemaakt. Ziet hij na al zijn ervaringen eigenlijk nog heil in la bande dessinée ? Niet echt. "Voorlopig is het gedaan met strips. Niemand zet me ertoe aan. Ik ben niet zuur of zo, maar wel in zekere zin ontmoedigd. Ik heb in totaal acht stripverhalen gemaakt, en daarvan is er niet één nog in de winkel verkrijgbaar. Ze zijn stuk voor stuk onvindbaar geworden. Heel af en toe kom ik iemand tegen die een van die albums gelezen heeft, en dat doet dan goed. Dat betekent dat je niet voor niets hebt gewerkt. ""Er is zoveel veranderd in de stripwereld. Alles waar ik van hield, is verdwenen. Er verschijnen nog nauwelijks albums die me zin doen krijgen ze te lezen misschien twee of drie per jaar. Ik vind het stripverhaal nochtans een geniaal medium. Maar de situatie is tragisch. De uitgevers denken alleen aan verkoopcijfers, dus komen ze alleen nog tegemoet aan het grote publiek. Ze publiceren bijna alleen nog realistische strips, want die verkopen het meest. Het fenomenale sukses van de manga's is niet toevallig : kilometers en kilometers verhalen waar ik absoluut niet van houd. ""Toen ik pas begon, in het midden van de jaren zeventig, bestonden er vijf, zes grote stripbladen. Daarvan blijven er nauwelijks twee over, en die nemen geen risico's. Niemand geeft nog een album uit waarvan niet meer dan vijfduizend eksemplaren kunnen worden afgezet. Misschien zal ik ooit nog wel eens strips maken, maar ik wil er in elk geval niet van moeten leven, want dat is een nachtmerrie. ""Toen ik nog stiptekenaar was werd mijn werk gezien door hoop en al twintigduizend mensen, nu worden mijn tekeningen verspreid in Zuid-Amerika, in Israël, bijna overal in Europa. Dat zijn alles samen tientallen miljoenen mensen. Om nog beter te doen, zou ik een ongelooflijke best-seller moeten maken, genre Hergé, en zelfs dan... Het is onwaarschijnlijk dat ik ooit nog een even groot publiek zal kunnen bereiken. "Philippe Petit-Roulet ziet de toekomst zeker niet somber tegemoet. De wereld kent nu zijn werk, en hij doet wat hij graag doet. Hij zou graag een nieuw kinderboek tekenen. En hij bereidt een korte reeks animatiefimpjes voor, geen reklame, maar humoristische, woordenloze tekenfilms van een vijftiental sekonden, die hij aan televisiestations in de hele wereld wil verkopen. "Ik zou ontzettend gelukkig zijn als dat projekt lukte. "Wat beschouwt hij zelf als zijn meesterwerken ? Een moeilijke vraag voor de bescheiden tekenaar. "Ik ben trots op Le Cirque Flop, een stripalbum waarvan de uitgever twee weken na de publikatie failliet is gegaan, en waar ik dus nooit een frank voor heb gekregen. Ik ben ook blij met Humpf et la Schmockomobile, en met de fimpjes voor Twingo. Ik ben meestal ontevreden over mijn werk. Mijn tekeningen verouderen snel, ik zie overal fouten. Maar ik ben uiteindelijk toch gelukkig dat ik enkele dingen heb gedaan waar ik tevreden over kan zijn. ""Dernier drink". Links een zelfportret.Twingo in kerst- stemming.Tekening voor een Duitse fabrikant van hoorapparaten.