ALS WETENSCHAPPER DIENDE IK ME GROTENDEELS TOT DE FEITEN TE BEPERKEN. Ik wees op discriminatie en mensenrechten, maar hoe ik de strijd tegen aids en de discussies achter de schermen zelf beleefde, daar hadden patiënten niets aan. Persoonlijke memoires schrijven was dan ook nieuw voor me. Een kans om de balans op te maken ook, iets waar ik als hoofd van UNaids nooit tijd voor had. Achteraf bekeken hielp het boek me om af te kicken - per slot van rekening beheerste aids bijna dertig jaar mijn leven.
...

ALS WETENSCHAPPER DIENDE IK ME GROTENDEELS TOT DE FEITEN TE BEPERKEN. Ik wees op discriminatie en mensenrechten, maar hoe ik de strijd tegen aids en de discussies achter de schermen zelf beleefde, daar hadden patiënten niets aan. Persoonlijke memoires schrijven was dan ook nieuw voor me. Een kans om de balans op te maken ook, iets waar ik als hoofd van UNaids nooit tijd voor had. Achteraf bekeken hielp het boek me om af te kicken - per slot van rekening beheerste aids bijna dertig jaar mijn leven. VAN VEEL REIZEN EN TOPONTMOETINGEN BEWAAR IK GEDETAILLEERDE VERSLAGEN. Cahiers die ook veel persoonlijke aantekeningen bevatten : van het weer en de maaltijden van de dag tot flarden van gesprekken en mijmeringen. Data en cijfers herinnerde ik me minder goed, maar daarvoor had ik Google. ALS KIND WILDE IK DE WIJDE WERELD INTREKKEN. Wegraken uit het benauwende dorp dat Keerbergen toen was. Als inwijkeling uit Leuven verstond ik amper het lokale dialect, terwijl we thuis algemeen Nederlands spraken. In plaats van te ravotten met leeftijdsgenoten verslond ik dus Kuifje en Suske en Wiske. Later wakkerden Jules Verne, Karl May en de biografieën van ontdekkingsreizigers mijn drang naar avontuur aan. IK GROEIDE OP IN DE SCHADUW VAN HET GEBOORTEHUIS VAN PATER DAMIAAN. Zijn zelfopoffering en strijd tegen onrechtvaardigheid spoorden me aan om zelf iets van mijn leven te maken. Dat verklaart waarom veldwerk in Afrika me als jongeman meer aantrok dan een artsenpraktijk in België. IN MIJN OPVOEDING STONDEN IJVER EN NEDERIGHEID CENTRAAL. Op school was ik de eerste van de klas, maar het kon altijd beter. Een typisch Vlaamse houding die me ook als hoofd van UNaids parten speelde. We kregen de prijs van antiretrovirale geneesmiddelen naar beneden en konden politici overtuigen om geld vrij te maken voor preventie en behandeling, maar inwendig twijfelde ik vaak : had ik niet meer kunnen doen, had het niet sneller kunnen gaan ? AIDSONDERZOEK WAS TOT IN DE JAREN NEGENTIG EEN ZAAK VAN LEVEN OF DOOD. Aanvallen van moraalridders, verdachtmakingen en vertragingsmanoeuvres konden me dan ook niet ontmoedigen - daarvoor stond er te veel op het spel. Wat we wel diep trof, was kritiek van aidsactivisten en patiënten. Bovendien raak je in een topfunctie al gauw vervreemd van je eigen omgeving. Je kunt voor niemand goed doen, en dat was voor mij een enorme bron van stress. HET MAAKT NIET UIT WELKE KLEUR DE KAT HEEFT, ALS ZE MAAR MUIZEN VANGT. Die uitspraak van de Chinese leider Deng Xiaoping ben ik nooit vergeten. George W. Bush ondernam zaken die ik verwerpelijk vond, maar hij maakte wel miljarden dollars vrij voor de preventie en behandeling van aids. Mensen maken zich druk over wat politici en religieuze leiders zeggen, maar wat telt is wat ze doen. IK BEGRIJP HET WANTROUWEN TEGENOVER INTERNATIONALE INSTELLINGEN. Het terugdraaien van de globalisering is echter een illusie - kijk maar naar onze voeding die uit de hele wereld komt of de milieuproblematiek. We kunnen ook niet alles op het lokale niveau beredderen - landen kunnen meer doen voor aidsbestrijding in Afrika of ontwikkelingshulp door samen te werken. Wie echt een verschil wil maken, heeft dus grote instellingen nodig. FYSIEK EN MENTAAL BEN IK TOT HET UITERSTE GEGAAN. Na dertien jaar UNaids was het tijd om uit die tredmolen te stappen. Definitief stoppen was echter geen optie, daarvoor heb ik nog veel te veel energie. Hier in Londen kan ik mijn ervaring ten dienste stellen van de jongere generatie en hoef ik er niet mee op te houden eens ik 65 ben - op dat vlak kunnen we nog veel leren van de Angelsaksische wereld. Microbioloog Peter Piot (63) ontdekte in 1976 mee het ebolavirus in Zaïre en was onderzoeker aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen toen enkele jaren later aids uitbrak. Hij was van 1995 tot 2008 directeur van UNaids, het aidsprogramma van de Verenigde Naties. Daarnaast was Piot van 2008 tot 2011 voorzitter van de Koning Boudewijn Stichting. Lannoo publiceert deze maand zijn memoires, 'Geen tijd te verliezen' (24,99 euro).Door Wim Denolf - Foto Ophelia Wynne