Aan de rand van de Vlaamse Ardennen ligt een paradijsje dat met de jaren evolueerde tot een monument, maar zonder het protserige ervan. De passant die uit is op enkele uren succulent vermaak in Hof van Cleve, wordt bij de entree als een lang- verwachte verloren zoon door de gastvrouw verwelkomd. Binnen heerst rust, en er is voldoende ruimte om niet ongewild deel te nemen aan conversaties van de buren. Aan de muur hangt een krachtig geborstelde Raveel, zelf kijk ik uit op een eenvoudig maar prachtig houtskoolportret van Gilioli. De muren zijn lichtgrijs, de tafel versierd met drie bloempjes en twee theelichtjes. Nog voor ik 'a' kan zeggen, wordt een voetenbankje gebracht voor mijn tas, gevolgd door de eerste amuse-bouche. We volgen de chef in zijn zevengangensuggestie : Frisheid van de Natuur, een menu van innovatie en traditie. We beginnen met Zeeuwse oester met waterkers, miso en komkommer en genieten verder van langoustine, sint-jakobsschelp en haas, omgeven door oneindig subtiele variaties waarvoor ik geen woorden kan vinden. Ik luister geboeid naar de verhalen van de sommelier over de verdwenen Pannonische Zee en geniet van de combinaties en van de sfeer.
...