We kregen deze kleine Perzische cakejes van onze collega John Meechan uit Glasgow, die de cakejes maakte op basis van Gerard Yaxleys recept in de Gourmet Traveller.
...

We kregen deze kleine Perzische cakejes van onze collega John Meechan uit Glasgow, die de cakejes maakte op basis van Gerard Yaxleys recept in de Gourmet Traveller. John was zo geniaal om boekweitmeel toe te voegen, vanwege de nootachtige en lichtzure smaak, en de mahleb, een specerij die bestaat uit de gemalen zaden van de pitten van de mahleb-kers. De specerij wordt buiten Griekenland, Turkije en het Midden-Oosten niet vaak gebruikt. Maak je geen zorgen als je de specerij niet kunt vinden; een paar druppels amandelextract zijn een uitstekend alternatief. Je kunt de cakejes warm serveren, zonder de garnering of op kamertemperatuur met de garnering. Leg voor een echt mooie presentatie een stukje bakpapier schuin over een cakeje en bestrooi het nog zichtbare stukje cake met poedersuiker. Voor 12 cakejes 240 g gemalen amandelen 135 g fijne rietsuiker 135 g lichtbruine basterdsuiker 50 g boekweitmeel 80 g boter, direct uit de koelkast, in blokjes Ÿ tl zout 160 g Griekse yoghurt 90 g eieren (grofweg 1oe groot ei) 1 el mahleb (of OE tl amandelextract) Ÿ tl gemalen nootmuskaat Voor de garnering(op kamertemperatuur) 60 g mascarpone 1oe tl pistachenoten, geschaafd of fijngehakt 12 granaatappelpitten (naar keuze) poedersuiker, om te bestuiven Wij maken onze cakejes in kleine rechthoekige siliconen financiervormpjes, omdat ze er dan zo elegant uitzien. Je kunt ook gewone muffinvormpjes gebruiken. De cakejes zijn de dag nadat je ze hebt gemaakt het allerlekkerst. Je kunt ze echter ook dezelfde dag eten, of ze maximaal 2 dagen in een goed gesloten trommel bewaren (zonder de mascarponegarnering). Langer blijven ze niet goed - wat verrassend is omdat ze vrij vochtig zijn - omdat de textuur dan enigszins rubberachtig wordt. Als je de cakejes met mascarpone hebt gegarneerd, kun je ze in de koelkast bewaren en ze voor het serveren op kamertemperatuur laten komen. Verhit de oven tot 160°C. Mix de gemalen amandelen met de rietsuiker, de basterdsuiker, het boekweitmeel, de boter en het zout in de kom van een keukenmachine door de pulseknop een paar keer kort in te schakelen tot het mengsel de consistentie heeft van brood- kruim. Doe twee derde van het mengsel - circa 430 gram - in een grote kom met de yoghurt, de eieren, de mahleb en de nootmuskaat. Meng alles goed en zet opzij. Bekleed de bodem van 12 financier- (of muffin)vormpjes met het overgebleven deel van het amandelmengsel; het moet tot ongeveer een derde van de wanden komen. Druk het mengsel met de vingertoppen stevig op de bodem net zoals je voor een kwarktaart doet, zodat de bodem compact is. Vul elk vormpje met behulp van twee theelepels met het yoghurtmengsel en strijk de bovenkant met een paletmes gelijkmatig glad. Zet de vormpjes op een bakplaat en bak de cakejes 30-35 minuten in de oven; keer de bakplaat halverwege een halve slag, tot de cakejes bovenop donker goudbruin zijn en een in het midden van een cakeje gestoken spies er schoon uitkomt. De cakejes zien er nog licht ongaar en vochtig uit, maar dat hoort zo en het is een deel van hun charme. Laat de cakejes 15 à 30 minuten in de vormpjes afkoelen voor je ze stort. Serveer ze nog enigszins warm, of laat ze afkoelen, schep op elk cakeje een beetje mascarpone en garneer eventueel met gehakte pistachenoten en granaatappelpitten. Bestuif een van de hoeken met een schuine punt poedersuiker (zie de inleiding hierboven) en serveer ze.