"In L.A. raakt niemand je aan. Iedereen zit altijd achter glas en metaal. We missen het zo hard om aangeraakt te worden, dat we crashen. We botsen tegen elkaar, om toch maar iets te voelen." Het multiculturele drama dat twee jaar geleden de Oscar voor beste film won, Crash, slaat al in de eerste minuten spijkers met koppen. Want ook bij ons kan de communicatie tussen mensen soms flink misgaan. Af en toe overtreffen de beelden in het journaal zelfs het beste Hollywoodwerk.
...

"In L.A. raakt niemand je aan. Iedereen zit altijd achter glas en metaal. We missen het zo hard om aangeraakt te worden, dat we crashen. We botsen tegen elkaar, om toch maar iets te voelen." Het multiculturele drama dat twee jaar geleden de Oscar voor beste film won, Crash, slaat al in de eerste minuten spijkers met koppen. Want ook bij ons kan de communicatie tussen mensen soms flink misgaan. Af en toe overtreffen de beelden in het journaal zelfs het beste Hollywoodwerk. Twee jaar geleden slaan bij Gurcan C. de stoppen door tijdens een tankbeurt in Zellik. Hij is aan het werk als leverancier en te laat omwille van verkeersproblemen. Aan de pomp parkeert de Turk zijn bestelwagen achter de auto van Constant Bwanassani, die zelf, zonder veel haast, benzine staat te nemen. Gurcan kan het niet nalaten om de Congolees tot spoed aan te manen ; hij gebruikt daarbij niet bepaald vriendelijke woorden. Bwanassani geeft hem lik op stuk en sproeit rustig zijn voorruit alvorens te vertrekken. Gurcan is furieus. Hij stapt op de man af en verkoopt hem, voor de ogen van de beveiligingscamera's en later televisiekijkend Vlaanderen, enkele rake klappen. Een rechter in het Brusselse Justitiepaleis oordeelt later deze week over de feiten. Was er sprake van racisme, zoals Bwanassani en het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding aanvoeren, of kon Gurcan C. zijn opgekropte frustraties niet meer de baas ? Dat is de stelling van het openbaar ministerie en de beklaagde zelf. De man heeft nu vast werk, maar zegt geen rust meer te kennen : "Ik vraag me af waarom dit mij overkwam." In Brussel, zoals in andere steden, botsen mensen van verschillende nationaliteiten voortdurend met elkaar. Aan de stoplichten, in het postkantoor, op straat. De aanleiding is meestal banaal : iemand die zijn beurt niet afwacht, op de stoep spuwt, treuzelt of onbeleefd om een gunst vraagt, veel is er niet voor nodig. Een minimum aan tolerantie is gewenst, want met zoveel verschillende levens, temperamenten en zorgen bij elkaar is het ontploffingsgevaar reëel, ook bij mij in de Marollen. En al dan niet terechte beschuldigingen van racisme loeren om de hoek. Gelukkig blijft het meestal bij een nukkige opmerking, soms scheldwoorden - mijn kennis van het Frans is er in ieder geval op vooruitgegaan. Onderzoekers wijzen al enige tijd op onze toegenomen gevoeligheid voor asociaal gedrag. Met de regelmaat van de klok worden ook remedies tegen al dat doorgedreven individualisme gelanceerd, van wellevendheidslessen tot het inhouden van werkloosheidsuitkeringen of erger. Alsof die Gurcan C. op andere gedachten hadden gebracht, of Bwanassani kunnen aansporen om meteen plaats te maken. En wat is dan precies sociaal ? Het gestresste ritme van de een, of het gezapige gangetje van de ander ? Als de rechter weet hoe we mijn Afrikaanse stadsgenoten sneller kunnen laten rijden én in het daartoe bestemde rijvak, mag hij het alvast laten weten. Dat hij mijn Marokkaanse buurvrouw ook aan het verstand brengt dat ze me niet zo nadrukkelijk moet aanklampen, telkens ze me in volle vaart in de inkomhal treft. Daar komen alleen ongelukken van.Wim Denolf