Een zomerbries jaagt over het terras van de belforttoren in Duinkerken, een arendsnest 58 meter verheven boven het vlakke land qui n'est plus le mien. Het uitzicht over les Dunes de Flandre is indrukwekkend. Een Nederlandstalige (!) oriëntatietafel verwijst in de vier windrichtingen naar de overzeese bestemmingen van de lokale vloot. De nederzetting die bescheiden begon rond een kerk in de duinen groeide uit tot de derde haven van Frankrijk. Anders dan aan de Belgische kust zonder storende Atlantikwall van appartementsblokken die het zicht op de Noordzee vertroebelt. In de middeleeuwen was dit een Vlaamse stad, zo bewijst de Tour du Leughenaer, het oudste restant van de stadsmuur. Een ruiterstandbeeld van de Zonnekoning versiert de gevel van het stadhuis, in een stijl die men hier - o, ironie - Vlaamse renaissance noemt.
...

Een zomerbries jaagt over het terras van de belforttoren in Duinkerken, een arendsnest 58 meter verheven boven het vlakke land qui n'est plus le mien. Het uitzicht over les Dunes de Flandre is indrukwekkend. Een Nederlandstalige (!) oriëntatietafel verwijst in de vier windrichtingen naar de overzeese bestemmingen van de lokale vloot. De nederzetting die bescheiden begon rond een kerk in de duinen groeide uit tot de derde haven van Frankrijk. Anders dan aan de Belgische kust zonder storende Atlantikwall van appartementsblokken die het zicht op de Noordzee vertroebelt. In de middeleeuwen was dit een Vlaamse stad, zo bewijst de Tour du Leughenaer, het oudste restant van de stadsmuur. Een ruiterstandbeeld van de Zonnekoning versiert de gevel van het stadhuis, in een stijl die men hier - o, ironie - Vlaamse renaissance noemt. Het profiel van de provincieplaats tekent schaduwen van puntdaken op de zeedijk. Gelukkig bleven de badplaatsen aan deze kant van de grens gespaard van de bouwwoede van betonboeren. Op het strand worden estheten niet gedwongen steevast zeewaarts te kijken. Met een gerust gemoed laat de wandelaar zijn blik afdwalen naar de negentiende-eeuwse strandhuizen, de bouwkundige fantasieën van de belle époque. De haven, kanalen en rivier vormen de grenzen van de historische stad, maar met de opkomst van het toerisme groeide langs het zandstrand de stadsuitbreiding Malo-Les-Bains. Voor die eerste badgasten met een baksteen in de maag mocht het iets meer zijn, zo blijkt uit de excentrieke gevels van hun vroegnegentiende-eeuwse villa's, versierd met elegante erkers, smeedijzeren terrassen en frontons met vegetale motieven. Verderop, op een boogscheut van Les Stades de Flandres in de wijk Rosendaël, lokt het Quartier Excentric architectuurliefhebbers met mooie houten huizen en art-decovilla's in pasteltinten. Een stadswandeling in Duinkerken wordt zo een reis naar het verleden, naar de Vlaamse kust zoals die ooit was.Op een halfuurtje rijden van Duinkerken markeert Gravelines, aan de monding van de Aa, de meest zuidelijke grens van het historische graafschap Vlaanderen. In de zeventiende eeuw viel de haven van Grevelingen definitief in Franse handen. Op de oude stadswal bouwde Vauban zijn vesting, een uitstekend voorbeeld van militaire architectuur. De imposante kracht van het bastion ervaar je het best vanaf de slotgracht. Met een waterfiets peddel je de ronde in een uur, de elektrische huurbootjes zijn dubbel zo snel én geluidloos. Maar niet hieraan dankt de stad de eretitel van 'meest sportieve stad van Frankrijk', wel aan de uitgebreide sportactiviteiten te land, te zee of in de lucht : kitesurfinitiaties, zeilstages voor kinderen, een weekend op zee of een meerdaagse tocht over het kanaal, het zijn de troeven van elke badplek. Waterratten komen hier niet alleen aan hun trekken op zee of op het kanaal tussen het bassin van Vauban en de vuurtoren van Petit-Fort-Philippe, maar ook in het gloednieuwe watersportcomplex van Le PAarc des Rives de l'Aa. Jarenlang lag er in de polders van Gravelines een enorme bouwput, sedert juli 2010 is de waterplas, met olympische afmetingen van 2237 meter lang en 138 meter breed, open voor het publiek. Door een kilometerslange dijk beschut van te hevige wind, kunnen profesionele roeiers of beginnende kajakkers hier elke dag het water op. Wie wil zeilen en toch liever de voeten droog houdt, kan terecht op de stranden tussen Gravelines en Bray-les-Dunes. Vrij van golfbrekers vormt het brede kanaalstrand bij eb het ideale terrein om te strandzeilen. Tijdens mijn eerdere poging stond er geen zuchtje, maar vandaag waait een forse zeewind over het strand van Malo-les-Bains. Opletten dat die brede driewieler niet zonder mij wegwaait is mijn eerste zorg. Parkeer recht tegen de wind, zo luidt bij zes Beaufort les één. Zonder al te veel vaktermen maakt de instructeur een handvol nieuwelingen wegwijs. De jongste deelnemer vandaag is Brits en net tien, de oudste een Nederlandstalige en ergens in de veertig. "Stuur met je voeten, draai tegen de wind en neem snelheid met je zeil." Een slalom tussen enkele kegels geldt als testrit ; hoe meer ik het touw - in schipperslatijn 'het grootschoot' - aantrek, des te sneller ik ga. Rakelings scheer ik over het harde zand, tot aan de waterlijn, waar ik in een brede bocht tegen de wind stuur en overstag ga. Even klappert het zeil, de giek zwaait over mijn hoofd, zeil aanhalen, vooruit met die zeilkar. Dat ik ooit op een windsurfboard stond, komt me nu goed van pas. De zeiltechniek is vergelijkbaar, maar anders dan op een wankel bord tuimel je als beginneling niet bij elke te traag genomen bocht in ijskoud water. Als ik de wind niet goed vang, stopt de driewieler. Maar geen man overboord en ik blijf droog. Na twee uur zigzaggen en vliegen over het strand, het gezicht gezandstraald, de gedachten vrij, en kletsnat van die onverwachte snelle passage door een diepe plas, heb ik er een hobby bij. Droog blijven is geen optie tijdens de introductiesessie Longe Côte, een nieuwe vorm van lichaamsbeweging die een vijftal jaar geleden in Duinkerken werd uitgevonden. Thomas Wallyn, gepassioneerd roeier, bedacht een training voor het hele lichaam, met een minimale kans op letsels, die bovendien het hele jaar beoefend kan worden. Met succes. Ondertussen kun je de nieuwe sport langs de hele Franse Atlantische kust beoefenen. Bij mijn dooptocht ligt de gemiddelde leeftijd wat hoger dan bij de strandzeilers gisterochtend, maar de sfeer is minstens even uitgelaten als op een schooluitstap. Vier keer per week wagen de waterwandelaars van Duinkerken zich in zee, gehuld in een neopreenpak en gewapend met een roeispaan. Maar zonder kano ! We wandelen in zee tot de golven tegen mijn borst klutsen. Dieper gaan we niet. Dan stappen we parallel met de kust tegen de stroom in. Gedragen door het water beuk ik tegen de golfslag, links, rechts. Gevorderden zetten hun stappen kracht bij met een roeispaan, die ze voor zich in zee planten als volleerde peddelaars. En dat allemaal zonder kano noch kajak ! Geen wonder dat de oningewijde toeschouwers op het strand vreemd kijken naar de tientallen wandelaars op processie in zee. Ook voor de deelnemers, onder wie enkele diehards die driemaal per week op het appel verschijnen, primeert de funfactor. In het begin is het moeilijk om de roeibeweging vlot te krijgen, maar na een kwartier voel ik mij al iets minder dwaas. Een gestrande ruimtewandelaar ploeterend door de ijskoude oersoep, zoiets ? De fysieke inspanning is echter volledig, zo bewijzen de warme spieren na de sessie. In zomermaand juli daagden dikwijls meer dan vijftig deelnemers per waterwandeling op, een onverwacht succes. Hoogtijd voor een versnapering op de zeedijk ; van honger krijg je dorst. DOOR JO FRANSENEEN STADSWANDELING IN DUINKERKEN WORDT EEN REIS NAAR HET VERLEDEN, NAAR DE VLAAMSE KUST ZOALS DIE OOIT WAS.