Succesverhalen verblinden ons. De survivor bias of het overlevingsvooroordeel is een veelvoorkomende denkfout. Succesverhalen intrigeren ons, maar we vergeten al te makkelijk dat anderen die precies dezelfde weg bewandelden niet slaagden. De grootste factor die succes bepaalt, is geluk. Uiteraard impliceert dat niet dat je je niet moet inspannen, wél dat de omstandigheden moeten meezitten. James Heckman, Nobelprijswinnaar economie, zei ooit: 'De grootste bron van ongelijkheid is geboren worden, en daar heb je bijzonder weinig in te zeggen.'
...

Succesverhalen verblinden ons. De survivor bias of het overlevingsvooroordeel is een veelvoorkomende denkfout. Succesverhalen intrigeren ons, maar we vergeten al te makkelijk dat anderen die precies dezelfde weg bewandelden niet slaagden. De grootste factor die succes bepaalt, is geluk. Uiteraard impliceert dat niet dat je je niet moet inspannen, wél dat de omstandigheden moeten meezitten. James Heckman, Nobelprijswinnaar economie, zei ooit: 'De grootste bron van ongelijkheid is geboren worden, en daar heb je bijzonder weinig in te zeggen.' Ik heb de statistieken helpen verslaan. Zonder in detail te willen treden: met mijn achtergrond was het niet evident om het ver te schoppen. Ik had het geluk een aantal leraren te hebben die door mijn vertrouwen een boost te geven het verschil maakten. Dat was een van mijn grote drijfveren om me later voor de lerarenopleiding te engageren. Hoe kon ik die genereuze leerkrachten iets teruggeven? Door hetzelfde te betekenen voor anderen. Doorgeven aan een volgende generatie, daar draait het om. Dat is een les in nederigheid. En omdat ik handel uit dankbaarheid, hoef ik zelf ook niet bedankt te worden. Wetenschap is kennis in evolutie. Van vroegere stellingen weten we nu dat ze niet kloppen. De psycholoog Howard Gardner zegt zelf dat zijn theorie over meervoudige intelligentie intussen achterhaald is. Omdat het onderwijs complex is, kent het heel wat van die verkeerde of verkeerd ingezette inzichten. Nooit verwijt ik onderwijsmensen dat ze erin geloven. Zij hebben belangrijker werk dan naar de nuances in de complexiteit te graven; dat is de taak van de onderzoeker. Corona heeft een paar weeffouten in ons onderwijs scherp gezet. Ik heb het dan over de sociale ongelijkheid, het lerarentekort en de nood aan professionalisering. Een breder publiek is zich nu van die problemen bewust. Ik hoop dat we de aandacht vast weten te houden. In the long run is de verwachting dat weinig kinderen iets aan de moeilijke coronaperiode zullen overhouden, maar we moeten wel waakzaam blijven voor kwetsbare groepen. Bijvoorbeeld kinderen uit gezinnen die nog lang financieel de gevolgen zullen dragen of jongeren die eet- en angststoornissen ontwikkelden. Niet iedereen moet je graag zien. Zo'n vijftien jaar geleden kreeg ik de uitnodiging om deel te nemen aan een avond over onderwijs, georganiseerd door NRC Handelsblad. Ik moest er de competitie aangaan met een tiental andere sprekers. De beste lezing werd bekroond. Mijn probleem met wedstrijden is dat mijn competitiedrang zo groot is dat ik altijd wil winnen. Na twee lezingen te hebben gehoord, wist ik dat ik gedoemd was om te verliezen. Omdat ik dacht geen kans meer te maken, gooide ik het roer helemaal om. Met een zeker je-m'en-foutisme nam ik heel fel stelling in en liet ik mij bewust niet van mijn sympathiekste kant zien. Tot mijn verbazing ging ik met de prijs lopen. Ik zag in dat behaagziek zijn weinig oplevert. Door die ervaring ben ik een betere lesgever, wetenschapper en spreker, en misschien zelfs een betere mens geworden. Een kind van vijf dagen weet al dat één plus twee drie is. Dat inzicht, verworven door moderne technieken, zet de blik waarmee we naar kinderen kijken op zijn kop. Plots besef je dat onze verwachtingen tegenover kinderen te laag zijn en dat we hun ontwikkeling misschien eerder afremmen dan aanmoedigen. Daardoor ben ik zelf anders gaan kijken naar kinderen, jongeren en opvoeding. Ik weet nu dat er méér in een kind zit dan je denkt. Neem je kinderen serieus. Dat betekent niet dat je ze als volwassenen moet behandelen, maar je mag ze niet negeren. Afspraken maak je samen, met consequenties voor beide partijen. Over hoeveel schermtijd ze krijgen, hebben mijn vrouw en ik goede gesprekken met onze kinderen gevoerd. Maar ook in eenzijdig opgelegde regels kun je kinderen ernstig nemen door uit te leggen waarom ze er zijn. Onze kinderen weten bijvoorbeeld dat er geen technologie op de slaapkamer hoort als ze gaan slapen, omdat dit de nachtrust kan verstoren, en dat wij om die reden ook zelf die regel volgen.