Onwennig poseert hij voor de foto's. Een smalle jongeman, met een jongensachtige smile. Patrick Pitschon - "Ik heb die naam zo gekregen en ik hem 'm gewoon op mijn raam geplakt" - mag dan al vier jaar zijn collectie ontwerpen en verkopen in zijn eigen winkel, de glamour van het modevak is niet aan hem besteed. Of we dat portret toch vooral niet te groot willen brengen?

Met zichtbare trots neemt hij ons mee naar de kelderverdieping van het nummer 88 in de Brusselse Antoine Dansaertstraat. "Hier heb ik lang naar uitgekeken," zegt hij, "naar een plek waar ik kan werken en waar ik alles gewoon kan laten liggen." De lage zoldering, buizen en andere leidingen, de tl-lampen... het is en blijft een kelder. Maar aan de muren hangen grote bladen met tientallen silhouetjes, allemaal genummerd en met kleuraanduidingen. Op het bureau ligt een stapeltje tijdschriften en het Van Beirendonck-boek. Op een paspop hangt een grijze jurk, in wording. Verder wordt de ruimte helemaal in beslag genomen door twee rekken vol met kleren: prototypes van de nieuwe wintercollectie. Hier komt de Patrick Pitschon-stijl tot stand: "Hier zit ik te puzzelen aan mijn collectie. Mijn schetsboeken zijn het vertrekpunt. Ik heb er een twintigtal, vol met ideetjes en tekeningetjes. Plattegrondjes zijn het: ik teken de kleren alsof ik ze op de grond zou leggen en er dan een kopie van zou nemen. Ik pik er enkele items uit, groepeer ze, zoek de stoffen uit, tot het een geheel gaat vormen. Voor deze winter heb ik voor de eerste keer rood gebruikt, maar dan wel een tint die ik pas na veel zoeken heb gevonden. Een diep bordeaux-rood. Eigenlijk hebben we een vast pakketje kleuren: zwart, zwart, zwart en grijs, grijs, grijs. En verder de donkere tinten: aubergine, donkerbruin, roest..."

Los, losser, lost. Zo zou je zijn stijl kunnen omschrijven. Zwierige, gemakkelijke kleding, die je zowel overdag als 's avonds kunt dragen. Zowel sportief als gekleed. "Jong, geïnspireerd én betaalbaar. Daar streven we naar", beklemtoont Patrick. "Eigenlijk vormde mijn vriendenkring enkele jaren geleden het uitgangspunt: jonge mensen die allemaal wilden uitgaan en hippe kleren wilden dragen. Alleen: wie wat zwaarder was, kon toen bijna nergens terecht en viel letterlijk zwaar uit de boot. Voor hen ben ik beginnen ontwerpen."

Je bent nog jong, 26 pas. En toch zit je al zovele jaren in dit vak. Hoe kom je erbij om zo jong al voor mode te kiezen?

Patrick Pitschon: Ik heb er nooit bewust voor gekozen. Ik heb ook nooit modeacademie gedaan, wel Sint-Lucas, schilderkunst. De enige link met mode zijn mijn grootouders. Zij deden in kinderkleedjes op de markt. En bij hen stonden ook naaimachines. Ik ben pas echt door die kriebel gegrepen toen ik bij Mac & Maggie werkte. Daar ontdekte ik bijvoorbeeld dat ik heel graag met klanten bezig was om kleren te verkopen. In die periode ben ik mijn eerste kleine collecties beginnen maken. Bij Danaqué hing een collectie, bij Espace Mode, een minicollectie voor Mac & Maggie... Dat liep allemaal wat door mekaar. Toen Mac & Maggie failliet ging, was voor mezelf beginnen eigenlijk een logische stap. Dat is nu vier jaar geleden, en ik vind dat nog altijd een van de betere beslissingen in mijn leven. Het was een gok. De winkel hing niet propvol, maar vanaf de eerste dag zijn we beginnen verkopen. Voor één verkocht stuk kwamen er twee in de plaats; twee stukken werden er vier... Zo hebben we het langzaam opgebouwd.

Het feit dat je nooit modeacademie hebt gevolgd, ervaar je dat als een handicap?

Soms wel, maar anderzijds heeft dat mijn stijl in ruime mate bepaald. Je vindt bij mij geen getailleerde vormen, alles is ruim en los. Daar komen ook die laagjes van: om iets moois te creëren, combineer ik verschillende kledingstukken boven elkaar. Ik teken met een dikke alcoolstift. Dat kan dus nooit een tot op de millimeter getailleerd mantelpak worden. En ik teken ook zonder lat, altijd met de losse hand. Vandaar al die mooie gebogen lijnen en bolle vormen. Ik zie dat graag. Anderzijds merk ik dat sommige mensen het moeilijk hebben om mij te plaatsen. Patrick Pitschon, dat staat op de etalage. En dan komt de eerste vraag: La Cambre? Nee. Ah Anvers? Nee, Sint-Lucas, schilderkunst. En dan zie je ze weifelen. Ik heb daar altijd een raar gevoel bij. Geloofwaardig overkomen vind ik trouwens een van de moeilijkste dingen. Terwijl anderen dat enorm neig vinden. Die hebben dan zoiets van "wow, hij doet dat". Eigenlijk heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt.

Een collectie is een variatie aan kledingstukken. Hoe krijg je die bij elkaar getekend?

Het komt er eigenlijk als vanzelf uit. Ik heb bijvoorbeeld een idee in mijn hoofd voor een bepaald soort punten aan de zijkanten van een jurk. Dan begin ik daarrond te werken. Allerlei schetsjes met variaties van punten aan rokken, vesten, hemden, tunieken,... En dan blijken daarin meteen ook de verschillende vormen en maten te zitten. Een totaalpakket zoals het uiteindelijk ook in de winkel moet hangen, met een heel ruim model, een iets kortere jurk, een hemd, een broek, een jas, rok, tuniek... Maar voor mij is een collectie nooit echt af. Altijd komen er nieuwe stukken bij. Je kan hier dus in april in de winkel binnenlopen en vier weken later iets helemaal anders in de rekken vinden. En omdat alles gemaakt wordt zonder veel kennis van patronen en dergelijke, past alles boven elkaar en kan je makkelijk het ene seizoen mengen met het andere. Dat vind ik ook het boeiendste, dat het altijd voortgaat. Altijd vooruit. Elk seizoen is een nieuwe uitdaging en iedere keer verleg je je grenzen. Het verveelt nooit. Mode vertelt ook veel over mensen, over culturen. Je krijgt het gevoel dat je meegesleurd wordt in een stroming. Je bouwt mee, zonder te weten waar je zal eindigen of wat hierna komt. Je gaat voortdurend kijken waar mensen mee bezig zijn in kunst, muziek, fotografie; grafiek en video staan op het ogenblik erg in de belangstelling. Misschien heeft het met mijn opleiding schilderkunst te maken, maar voor mij staat mode niet los van al die andere dingen. Ik houd ook heel weinig rekening met de modetrends op zich. Kan mij het schelen welk kraagje mode gaat worden. Natuurlijk evolueer je mee met de bredere tendensen. Dat hele oversized, bijvoorbeeld, is nu weer aan het afzwakken. We gaan naar iets strakkere kleren. Dus hoe dan ook moet je telkens weer dat herdenken waar je bezig bent. De ruime vormen van nu zijn anders dan die van enkele jaren geleden.

Naast de vrouwencollectie heb je ook een mannenlijn.

Er zijn nu eenmaal niet alleen vrouwen op de wereld. Maar de mannenlijn is wel meer een aanvulling op de vrouwencollectie. Zodat het toch een geheel blijft. Op een of andere manier lijkt de mannencollectie ook altijd jonger dan die voor de vrouwen. Ze is ook iets meer street. Allemaal redelijk baggy broeken, iets smallere bovenstukjes, een sweater... Ik draag zelden mijn eigen ontwerpen. Soms doe ik het toch, want ik vind het allemaal mooi en ik ben ook altijd de eerste om de mannenkleren te passen. En dan merk ik toch wel dat het echt op mezelf gemaakt is.

Je hebt op korte tijd al heel wat gerealiseerd. Nog dromen en toekomstplannen?

Ik heb eigenlijk een vage droom, een soort tienjarenplan. Dat heeft te maken met de indruk die Mac & Maggie bij mij heeft achtergelaten. Als ik terugdenk aan de werksfeer, hoe gezellig het er kon zijn, hoe relax je daar kon shoppen... Dat is iets waar ik hier ook naar streef. En vooral vind ik dat de winkel niet uitsluitend rond mij hoeft te draaien. Het zou een platform kunnen worden voor andere mensen en andere disciplines. Jonge mensen ook met een nieuwe visie op de dingen. Dat is iets dat mij erg interesseert. Dat kunnen jonge modeontwerpers zijn, maar evengoed een fotograaf of een schilder. Eén van die dromen is om een tijdschriftje te maken, of een catalogus die regelmatig uitkomt. Misschien maken we ooit wel de Belgische Wallpaper.

En eigenlijk zijn we met dit soort projecten al bezig. Alleen al maar door in de Dansaertstraat te zitten, word je geassocieerd met een trendy en culturele uitstraling. En we vragen ook net iets meer van de klant. Dat je hier nu de cd van Massive Attack hoort, is niet toevallig. De cataloog wordt nu gefotografeerd door studenten van de academie en zal dus verre van traditioneel zijn: dat draait dan vooral rond fotografie en de kleren zullen we moeten zoeken, denk ik. Studenten leggen hun juwelen in mijn winkel, mensen stellen hier hun schilderijen tentoon, een jonge dj draait op het defilé... Kleine dingen, maar toch. Ik ben niet iemand die graag alleen werkt. Ik gruwel daarvan. Ik praat ook altijd over we en wij. Er zijn ook enkele mensen die meewerken en er altijd zijn. Daar geloof ik ook in: samen sterk.

Hilde Verbiest