Ik ben opgegroeid met film. Mijn moeder was ouvreuse in Gentse wijkbioscopen en nam me vaak mee naar haar werk. Later mocht ik Jo Röpcke vergezellen naar persvisies. Hij was een kennis van mijn vader die als graficus voor de openbare omroep werkte. Van studeren kwam niets meer in huis. Daarvoor dweepte ik te zeer met de droomfabriek die Hollywood toen was.
...

Ik ben opgegroeid met film. Mijn moeder was ouvreuse in Gentse wijkbioscopen en nam me vaak mee naar haar werk. Later mocht ik Jo Röpcke vergezellen naar persvisies. Hij was een kennis van mijn vader die als graficus voor de openbare omroep werkte. Van studeren kwam niets meer in huis. Daarvoor dweepte ik te zeer met de droomfabriek die Hollywood toen was. Ik kwam uit een bescheiden milieu. Films waren mijn eerste contact met de Amerikaanse way of life, een consumptiecultuur die hier nog in de kinderschoenen stond. Grote huizen, koelkasten vol etenswaren, blinkende wagens, en dan die hoogst onnatuurlijke, maar verrukkelijke kleuren die van het scherm spatten : het verschil met de brave, gecensureerde zwart-witwereld op tv was enorm. Nu is film dat monopolie op sterke beelden kwijt, destijds was de impact ervan enorm. Al gingen velen ook naar de cinema om te vrijen (lacht). Ik hou de teugels graag in handen. Daarom doe ik niet mee aan het romantiseren van je kinderjaren. Dat is een periode waarin anderen haast alles voor je beslissen, en daar had ik het moeilijk mee. Ook leeftijdsgenoten spraken me absoluut niet aan. Om Clint Eastwood in Escape from Alcatraz te parafraseren : ik had een kindertijd, maar die was kort. Vraag me niets over zaken waar ik weinig van weet. Ik heb mijn mening nooit onder stoelen of banken gestoken, maar ik beperkte me tot film en mijn vak. In onze demagogische mediacultuur worden mensen al te vaak naar hun opinie gevraagd, ook over thema's die buiten hun expertise liggen. Thuis op de bank geef ik voortdurend commentaar, maar dat is eerder afreageren. Daar heb ik geen platform voor nodig. "Ce qu'on te reproche, cultive le, c'est toi." In die uitspraak van Jean Cocteau kan ik me vinden. Als filmrecensent schreef ik vaak stukken die tegen de stroom ingingen en niet in dank werden afgenomen maar dat intimideerde me niet. Ik vertrok altijd vanuit mijn overtuiging, en soms deed ik er een schepje bovenop (lacht). Maar ik ben geen cultuursnob. In 1982 was ik op het Festival van Cannes meteen weg van E.T., een prent waar Steven Spielberg zelf enorm onzeker over was. Het werd een van de populairste films aller tijden, maar dat was geen reden om mijn mening te herzien. Mijn liefdesleven is privé. Ik heb nooit geworsteld met homoseksualiteit en had als filmcriticus geen schroom om ook oog te hebben voor films rond dat thema, maar mijn eigen gevoelens ? Die hang ik niet aan de grote klok. Het is goed dat de grote taboes uit de jaren zestig en zeventig verdwenen zijn, maar nu zitten we haast in de omgekeerde situatie. We vinden het zo normaal dat de media onze persoonlijke gevoelens exploiteren dat het argwaan wekt als je niet in je ziel laat kijken. Doemdenken is aan mij niet besteed. De journalistiek en de filmwereld worden beide gedreven door technologische ontwikkelingen. Deze creëren zowel kansen als risico's. Denk aan de kleinere camera's en gevoeligere pellicule die begin jaren zestig de Nouvelle Vague mogelijk maakten, of de manier waarop journalisten het internet gebruiken. Destijds kreeg je de kans om een auteur of regisseur te interviewen en deed je een beroep op je beperkte kennis, nu ben je in een handomdraai een expert. Nieuwe consumptiepatronen stellen alle modellen ter discussie, maar ik ben geen pessimist. Het geschreven woord zal niet verdwijnen, en misschien zullen filmmakers ooit kunstwerken voor de iPhone afleveren. Een festival is een trein die steeds sneller rijdt. Je bereidt het event een gans jaar voor en leeft er helemaal naar toe, maar uiteindelijk neemt het festival het stuur over. Alles wat je anders in een week zou doen, wordt dan plots in enkele uren gecomprimeerd. Verder is mijn leven niet zoveel veranderd. Als journalist deelde ik mijn passie voor film met lezers, nu met het publiek in de zaal. Patrick Duynslaegher (60) werd in 1972 filmrecensent bij Knack en in 2000 hoofdredacteur van Knack Focus, tot hij in september 2011 overstapte naar Film Fest Gent. De 40ste editie van het festival loopt van 8 tot 19 oktober. www.filmfestival.be. DOOR WIM DENOLF & FOTO JORRE JANSSENS