J ean-Philippe Demeyer pendelt dagelijks van zijn antiekzaak in Knokke naar het polderstadje Damme ten noorden van Brugge. Voor hem is die reis een ritueel, want hij houdt zielsveel van dit vlakke land met zijn knotwilgen en witte boerderijen. "Dat landschap ontroert me, maar maakt me soms heel erg boos en treurig," geeft hij toe, "omdat er zoveel moois verknoeid wordt." De schoonheid van deze streek ligt hem na aan het hart, hij spreekt liever over dit polderland, dan over zijn eigen woning. Het is ook de reden waarom hij in Damme kwam wonen, om midden in de polders te kunnen resideren.
...

J ean-Philippe Demeyer pendelt dagelijks van zijn antiekzaak in Knokke naar het polderstadje Damme ten noorden van Brugge. Voor hem is die reis een ritueel, want hij houdt zielsveel van dit vlakke land met zijn knotwilgen en witte boerderijen. "Dat landschap ontroert me, maar maakt me soms heel erg boos en treurig," geeft hij toe, "omdat er zoveel moois verknoeid wordt." De schoonheid van deze streek ligt hem na aan het hart, hij spreekt liever over dit polderland, dan over zijn eigen woning. Het is ook de reden waarom hij in Damme kwam wonen, om midden in de polders te kunnen resideren. Vanuit zijn huis aan de Vismarkt zie je een deel van de oude stadswallen, in de vorm van een oude zandrug overgroeid met gras. "Verrassend veel mensen zien het schilderachtige niet. Ze accepteren de natuur niet en willen alles beheren, proper aanleggen, maar het platteland is geen villawijk met parkjes en knusse optrekjes. Niet alleen het landschap wordt verminkt, ook de woningen zijn aan willekeur ten prooi. Velen kopen een oud pand, maar hebben eigenlijk een hekel aan die oude troep en zetten alles naar hun hand. Die oude huizen worden dan 'verrijkt' met modieuze aanbouwsels. Laat ze toch met rust! Wie niet verbouwt, schildert zijn huis in afschuwelijke kleuren die niet bij de streek passen. De luiken en gevels worden tegenwoordig in crèmekleurige tinten geborsteld, of soms zelfs in het blauw van de Provence. Dat kan toch niet! In Zuid-Frankrijk moet je ook niet aankomen met onze kleuren. Hier schilderen we de boerderijen traditioneel als volgt: donkergroene luiken, witgekalkte muren en een zwarte plint. Zo heeft Stijn Streuvels het beschreven, de spierwitte gevels moeten blinken in de zon. Niets mag artificieel worden gepatineerd, wat nu in de mode is. Laat het vanzelf verouderen." Demeyer wil zelf het voorbeeld geven. "Ik ben van plan om een boerderij te kopen en op te knappen zoals het hoort, met een schuur die als schuur wordt gebruikt en niet omgetoverd wordt tot een bureau met moderne dakvensters. Daarvoor moet ik trouwens eerst naar de landbouwschool om het diploma van boer te behalen, zodat ik met een effectieve exploitatievergunning kan beginnen. Ik ga me toeleggen op de productie van boenwas", zegt hij vastbesloten.Boenwas lijkt nog goed te verzoenen met de antiekhandel die hij wellicht altijd zal blijven voortzetten, want ook dat is een van zijn passies. Hoe streng hij ook is voor het exterieur, volgens hem mogen interieurs met een veel grotere vrijheid worden gecomponeerd. "De mooiste en boeiendste interieurs ontdek je in oude Britse landhuizen. Ze lijken op het eerste gezicht homogeen van stijl, maar als je ze begint te analyseren, merk je dat de meubelen en objecten van overal komen. De Britten halen van alles in huis, en toch gaat er een eenheid achter schuil. Dat valt vooral op in de afwerking. Kijk naar de plankenvloeren en je merkt dat ze overal dezelfde zijn. Kleine details versterken de eenheid", aldus de antiquair.Demeyer heeft voor zijn interieurs een behoorlijk eclectische smaak. Zijn voorkeur gaat naar vrij forse meubelstukken. De zithoek van zijn kleine huis staat vol grote fauteuils, bekleed met voyante stoffen, ook dat is nogal Brits. Rond de eettafel staat een allegaartje van stoelen en banken. De gehele materiaalkeuze, met lampen van smeedwerk en veel houten meubilair oogt ietsje traditioneel en toch is dit geen oubollig decor. De nonchalance van de inrichting is veeleer typisch voor onze tijd. Ook het vermengen van landelijke meubilair, zoals de grote boekenkast, en echt stedelijke objecten is karakteristiek. "Een interieur mag er nooit perfect uitzien. Je mag niet de indruk krijgen dat alles pas uit de winkel komt. Versleten moet het er nu ook weer niet uitzien, daar hou ik niet van. Tegenwoordig wordt gretig gepatineerd om toch maar een antieke indruk te wekken. Interieurs opwaarderen met versleten fauteuils, is dat niet wat overdreven?"60-61Piet Swimberghe/ Foto's Jan Verlinde