Karl Lagerfeld gaat nooit een uitdaging uit de weg. Zo stelde hij op 4 maart de herfst / wintercollectie 2014-2015 voor van het modehuis dat door Gabrielle Chanel werd opgericht, en waarover hij al sinds 1983 de scepter zwaait. Daarvoor liet hij het Grand Palais in Parijs helemaal inrichten als een supermarkt, waarin alle producten op een of andere manier - soms ook met woordspelletjes - verwezen naar Gabrielle, alias Coco. Al prijkten hier en daar uiteraard ook de initialen van de meester zelf, de man die Chanel heeft uitgebouwd tot wat het momenteel is.
...

Karl Lagerfeld gaat nooit een uitdaging uit de weg. Zo stelde hij op 4 maart de herfst / wintercollectie 2014-2015 voor van het modehuis dat door Gabrielle Chanel werd opgericht, en waarover hij al sinds 1983 de scepter zwaait. Daarvoor liet hij het Grand Palais in Parijs helemaal inrichten als een supermarkt, waarin alle producten op een of andere manier - soms ook met woordspelletjes - verwezen naar Gabrielle, alias Coco. Al prijkten hier en daar uiteraard ook de initialen van de meester zelf, de man die Chanel heeft uitgebouwd tot wat het momenteel is. Een ander, misschien nog eclatanter bewijs van zijn branie : de Métiers d'Artshow die op 10 december 2013 plaatsvond in Dallas, en die de aanwezigen niet snel zullen vergeten. Zo'n 900 genodigden, journalisten, winkeldirecteurs, klanten en beroemdheden, waren die dag naar Texas afgezakt om zich een paar uur lang onder te dompelen in de sfeer van de Far West. Waarom Texas ? Omdat alleen de Amerikanen Gabrielle Chanel begrepen toen zij na de Tweede Wereldoorlog en na vijftien jaar stilte haar merk opnieuw lanceerde. Omdat La Pausa - de villa die zij in het Zuid-Franse Roquebrune liet bouwen als aandenken aan het romaanse klooster van Aubazine waar zij als wees verbleef - later eigendom werd van Wendy en Emery Reves. En dat koppel schonk een identieke reproductie van die villa, maar dan op schaal twee derde, aan het Dallas Museum of Art, inclusief de zestiende- en zeventiende-eeuwse meubels. Of nog omdat lonken naar de Amerikaanse markt in commercieel en strategisch opzicht allesbehalve dom is. Die avond in december strijkt Chanel dus neer in het Dallas Fair Park aan Grand Avenue, een juweeltje van art deco waar sinds de expo in 1936 amper wat aan veranderd is. Chanel brengt een voorstelling in drie bedrijven. Decor voor het eerste bedrijf : een vintage drive-in- bioscoop. En alles, echt alles klopt : van de kiezels op de grond tot de boom achter de (echte of valse ?) houten schutting. Liefst 74 glanzende oldtimers staan in strakke rijen zij aan zij geparkeerd. Tussen de wagens flaneren typisch Amerikaanse grooms met hotdogs, cola en andere versnaperingen. Elke genodigde krijgt een zitje toegewezen. Anna Wintour, de uiterst invloedrijke hoofdredactrice van de Amerikaanse Vogue, mag plaatsnemen naast Karl Lagerfeld. En dan is het tijd voor de film The Return. Op het reusachtige scherm zien we Geraldine Chaplin, mooier dan ooit als Gabrielle Chanel op latere leeftijd. Ook Rupert Everett, Anna Mouglalis, Amanda Harlech en Arielle Dombasle zijn van de partij. De film toont ons een ontwerpster die minstens even koppig als eenzaam is, het ene hangt natuurlijk samen met het andere. We leren ook dat Coco veel te danken heeft aan de Amerikanen, en dat Neiman Marcus, de grote baas van de gelijknamige winkelketen, haar in 1957 de Neiman Marcus Award for Distinguished Service in the Field of Fashion overhandigde. In Frankrijk geloofde toen bijna niemand meer in Gabrielle Chanel, in haar little black dress en in haar jasje met vier zakken. Tweede bedrijf. Op de vloer is stro uitgestrooid. Er staan houten banken opgesteld. Aan de muren en het plafond hangen vlaggen. Rodeo time ! Maar dan zonder koeien en zonder cowboys. Er zijn enkel cowgirls of Cherokeesquaws te zien. Hoewel, er defileren ook een paar mannen, in een uniform dat weggeplukt lijkt uit de Secessieoorlog. De show brengt de Amerikaan op de bank achter mij in vervoering : "Look at that !" "Divine !" En : "Oh my god !" We zijn echt in het land van XXL. Everything is bigger in Texas. Alles aan deze show bevestigt dat. De 47 modellen op de 'catwalk' verdedigen met glans de kleuren van een modehuis dat het luxevocabularium tot in de puntjes beheerst. Michel Gaubert mixte de muziek voor de show, die start met Jonny Greenwood en eindigt met The Ecstasy of Gold, door Ennio Morricone gecomponeerd voor de film The Good, the Bad and the Ugly. Derde bedrijf. Een gigantische saloon met taco's, biljarttafels, een bar, quadrilledansers en zelfs een mechanische stier voor cowboys en cowgirls in de dop. Grappig, lichtvoetig en... absoluut een retourtje Parijs-Dallas waard. Chanel organiseert nu al twaalf jaar ingenieus opgezette, Hollywoodiaanse Métiers d'Artshows. Dat doet het merk ook om zijn leveranciers, die gegroepeerd zijn onder de koepel Paraffection, een kwartiertje roem en glorie te bezorgen. De ateliers zijn de laatste overlevenden van een wereld die aan het verdwijnen is, een wereld waarin de haute couture tal van Parijse ambachtslui van een inkomen voorzag. Om die ambachtslui te redden, kocht Chanel ze simpelweg op. Summum van elegantie is wel dat het modehuis geen exclusiviteit oplegt : de ambachtslui kunnen aan andere modehuizen blijven leveren. "Chanel bekrachtigt op die manier niet alleen zijn passie voor de Métiers d'Art en de fundamentele rol van creativiteit, maar ook zijn wil om hun activiteit te bestendigen en hen te begeleiden bij hun verdere groei", klinkt het in de rue Cambon. Momenteel bestaat het dreamteam uit Lemarié (veren), Massaro (laarzen), Goossens (goud- en zilversmid), Maison Michel (hoeden), Lesage (borduurwerk), Desrues (knopen), Guillet (bloemen), Atelier Montex (borduurwerk), Causse (handschoenen), Barrie Knitwear (kasjmier) en Bodin-Joyeux (leerlooier). Chanel heeft hen nodig, zij hebben Chanel nodig. Je reinste win-win dus. Circa duizend mensen werken in deze sector. Al dat fraais stelt het merk in staat om via deze opmerkelijke collectie zijn imago kracht bij te zetten - wat in deze Pinteresttijden mooi meegenomen is -, en om in de boetieks al in de maand mei kleding aan te bieden die andermaal op en top Chanel is. Want ergens tussen prêt-à-porter, couture, lente-zomer en herfst-winter heeft deze collectie een eigen plaatsje veroverd. Was het trouwens Karl zelf niet die, ietwat snoeverig maar zoals altijd buitengewoon lucide, zei dat bij Chanel "alles om de twee maanden wordt vernieuwd, de etalages overal ter wereld, in honderden boetieks. Ik vind dat ritme formidabel." Lagerfeld gelooft in 'continue creativiteit'. Sterker nog, hij belichaamt ze. "Mode is een onophoudelijke dialoog. Een vermakelijke en dagelijkse strijd. Ik houd daarvan. Ik ben een huursoldaat", zo licht hij toe. En de soldaat werd beloond met een medaille, zijn eigen Neiman Marcus Award for Distinguished Service in the Field of Fashion. Die kreeg hij opgespeld daags na de modeshow in Texas, 56 jaar na Mademoiselle. DOOR ANNE-FRANÇOISE MOYSON