Ik heb een boon voor Cecilia Bartoli. Ik ben dus gecharmeerd als ik in een interview met haar hoor dat ik een obsessie met haar deel. Een douanier in de luchthaven van Chicago had haar verplicht om een stuk Parmegiano-Reggiano af te geven dat ze uit Italië had meegebracht. "But sir, you don't understand, I am an opera singer", zo had ze gesmeekt. "I need my Parmegiano!" Cecilia lachte smakelijk terwijl ze het vertelde. "Ik kan niet zonder mijn dagelijkse portie Parmegiano", zo zei ze.

Het was alsof ik mezelf hoorde. Een brokje voor de lunch of het avondeten: niets is heerlijker om de eerste honger te stillen. Net als de operazangeres neem ik een stuk van ons beider lievelingskaas mee op reis. De echte Parmegiano-Reggiano is lang niet overal te krijgen. Door hem mee te nemen, voelen Cecilia en ik ons tenminste op ons gemak, net als rokers met een slof nicotine in hun valies. Het is ironisch. Geen enkele Amerikaanse douanier die het in zijn hoofd zou halen om iemand te verplichten zijn sigaretten af te geven, maar een stukje Parmegiano...!

De regels zijn strikt. Etenswaren die niet industrieel zijn verpakt, mag je als individu niet binnenbrengen in dit land, zogezegd uit schrik voor allerlei ziekten. Maar goed. Cecilia zal op die gewraakte dag in een van de betere kaaswinkels van Chicago zonder twijfel haar Parmegiano-Reggiano hebben gevonden. Kaas van ongepasteuriseerde melk die minstens 60 dagen is gerijpt, zoals Parmegiano, mag in Amerika worden geïmporteerd en verkocht. Is hij jonger, en dat geldt ook voor binnenlandse kaas, dan mag hij niet worden verkocht. Verschillende van de beste restaurants en kaaswinkels in New York vegen daar gelukkig discreet hun voeten aan.

Maar wat hoor ik nu? De machtige Food and Drug Administration (FDA) overweegt om ook kaas van ongepasteuriseerde melk die ouder is dan 60 dagen te verbieden. In delicatessen zoals Celtic Promise van Wales, Siciliaanse caciocavalli en god-sta-Cecilia-en-mij-bij ook Parmegiano-Reggiano zouden bacteriën zoals listeria, salmonella en E-coli kunnen schuilen. Voor zover de FDA weet, heeft dit soort kaas in Amerika nog geen dodelijke slachtoffers gemaakt. Maar tussen 1983 en 1997 stierf er iemand in Canada en iemand in Frankrijk na het nuttigen ervan, en dat is volgens de voedselpolitie een voldoende argument om 250 miljoen Amerikanen te beschermen tegen het kaasgevaar. Wat een betutteling! Amerikanen mogen naar hartenlust roken en drinken, al eist dat elk jaar honderdduizenden mensenlevens, maar van een stukje Parmegiano genieten, dat gaat te ver.

Ik ben die dagelijkse onheilstijdingen kotsbeu. Deze week liep het weer de spuigaten uit. Maandag werden we bang gemaakt met het kaasgevaar. Dinsdag was er een rattenalarm. Zelfs collega's uit België belden me op om te vragen of het waar is dat hier 70 miljoen ratten rondkruipen. "Dat lijkt me overdreven", antwoordde ik. "Ik heb altijd gehoord dat er één rat per inwoner is, een goeie acht miljoen dus." Het getal van 70 miljoen begon in de buitenlandse media te circuleren nadat onze burgemeester enkele van de diertjes over zijn veranda had zien rennen en daarop prompt aankondigde dat hij het onder zijn voorganger gekortwiekte rattenbestrijdingsbudget opnieuw zou verhogen. Of ik zelf al ratten gezien had in New York, zo wilden de Belgen nog weten. "Ja natuurlijk", antwoordde ik. "Maar je moet dat gevaar in proportie zien. Vorig jaar werden 200 New Yorkers door ratten gebeten, maar meer dan 1000 door mensen."

Woensdag: de comeback van het West Nijl-virus! In een wijk niet ver van de onze zijn de eerste besmette dode kraaien gesignaleerd. Er zal dus weer gif worden gesproeid in een poging om de muggen te verdelgen die van het bloed van zieke vogels slurpen en vervolgens met een prik de zwaksten onder ons kunnen besmetten. Vorig jaar stierven 7 bejaarde New Yorkers door het virus en werden er 62 ziek. Wat te doen? Zelf pas ik het Parmegiano-principe toe. Mijn genot van buiten te zijn rond valavond, het moment waarop de muggen het actiefst zijn, is oneindig veel groter dan mijn angst voor de gevaren ervan. Ik heb dus medelijden met de 140 New Yorkertjes die deze week na een dagje spelen in de bossen niet zoals beloofd rond een kampvuur mochten zitten en daarna buiten slapen. Nee, uit angst voor de muggen moesten de kinderen de bus weer op richting stad en binnen in een airco-zaal genoegen nemen met het zingen van liedjes bij het licht van een cirkel zaklampen.

Donderdag: tsunami-gevaar aan de Oostkust! De bodem van de oceaan voor onze kust is zeer onstabiel, waarschuwen geologen. Op een dag kan een monstergolf de hele santenkraam overspoelen. Waarop ik denk: goed, het moeten niet altijd de allerarmsten zijn die versmoren in vuilnis, modder of water.

Vrijdag: Amerikaanse kinderen hebben steeds meer astma en allergieën omdat in 's lands obsessie voor hygiëne steeds meer goede bacteriën, diegenen die weerstand helpen opbouwen, worden gedood. Zoals een oude wijze oom al lang geleden opmerkte toen hij een lovend verslag kreeg over de orde waarmee Toms moeder haar zes pagadders aan tafel kreeg: "Dat handjes wassen, dat is er te veel aan."

Jacqueline Goossens vanuit New York