DOOR PIET SWIMBERGHE - PORTRET MICHEL VAEREWIJCK
...

DOOR PIET SWIMBERGHE - PORTRET MICHEL VAEREWIJCKVeel architecten dromen van futuristische steden met wolkenkrabbers. Anna Heringer niet, ze is er rotsvast van overtuigd dat we binnenkort veel alternatiever zullen bouwen, uiteraard ecologisch en het liefst met lokale grondstoffen, zoals leem, stro en hout. Ze is directeur van BASEhabitat, een studiecentrum voor architectuur in ontwikkelingslanden aan de universiteit van Linz (Oostenrijk). Ze bouwde onder meer in Bangladesh een basisschool met woningen en in Marokko een technische school van leem en hout, en met de hulp van de lokale bevolking. Maar ze was ook al meermaals actief op de Biënnale van Venetië, doceert aan verscheidene universiteiten en kreeg heel wat internationale architectuuronderscheidingen, zoals de Aga Khan, een van de meest prestigieuze. Heringer benadert de architectuur op een heel persoonlijke wijze. Haar meningen zijn verfrissend en haar toekomstvisie verbazend optimistisch ! Anna Heringer : In de eerste plaats over mensen en niet over objecten of stijlen. Architectuur staat niet op zich, ze is een bijproduct van de samenleving, ze wordt te snel als iets onafhankelijks ervaren of als kunst. Veel hedendaagse prestigeprojecten houden amper rekening met de gebruikers. Moderne musea lijken niet gemaakt voor de kunstwerken, noch voor de bezoekers. Maar ik denk dat die evolutie tijdelijk is en dat de volgende generatie alles anders bekijkt. Grote prestigeprojecten zijn eigenlijk nu al wat passé. De nieuwe generatie blijkt gevoeliger voor de plaats waar iets staat, de functie en de mensen. Ik voel een sterke beweging opkomen die minder prestigegericht is. Ik denk dat de glorietijd van ster-architecten à la Rem Koolhaas en Zaha Hadid over is. Dat voel je zeker, de hedendaagse architectuur is te veel ingenieurswerk. Ik mis bij de opleiding het handwerk. Architecten zouden een heel ander leerproces kunnen doormaken door een tijd op een bouwwerf te werken, waarom niet met hun handen. Wat wij ook doen met onze projecten, we werken er zelf aan mee, eigenhandig. Zo leer je ook de materialen beter kennen. We bouwen bijvoorbeeld met bamboe en modder uit de omgeving, die we bij de boeren halen. Zo steunen we ook de lokale economie en niet de beurs van de cementindustrie. Door zelf mee te werken leer je ook ecologischer om te gaan met alles. Je leert andere materialen kennen die degelijk en mooi zijn. Met aarde kun je bijvoorbeeld prachtig werk leveren. Laat architecten zelf meewerken en je krijgt een veel rijkere architectuur. Het is onvoorstelbaar dat architecten nu een diploma verwerven zonder op een werf te zijn geweest. Ze moeten minstens één jaar tussen de metselaars werken, vind ik. Dan zouden ze ook de impact van hun gebouw op de mensen en de omgeving veel beter aanvoelen. Zo ga je beseffen wat voor een energie de bouw van een gebouw vergt. Tal van beroemde architecten waren selfmade men, die effectief ook eigenhandig hebben gebouwd. Frank Lloyd Wright heeft ooit zijn eigen huis gebouwd. Niet echt veel. Wij organiseren wel zomer-scholen en worden overspoeld door studenten die dit dolgraag doen. Het bewijst dat veel jongelui graag de handen uit de mouwen steken. Ik merk dat ze echt aanvoelen dat dit soort handwerk de creativiteit zelfs verscherpt. Ik stel vast dat we in het hedendaagse leven allemaal te veel consument zijn en daardoor onze voeling met de productie verliezen. Terzelfder tijd merk je dat veel mensen graag iets met de handen doen, de vraag is er dus. Het is ook zo dat de moderne architectuur en vormgeving nog weinig meer is dan computerwerk, alles digitaal. Dat verarmt. Zo verlies je ook plezier in het vak. Alles wordt te abstract. Het echte dynamische element van de architectuur ontsnapt je. Ook het contact met de ambachtslui is belangrijk. Veel architectuurbureaus zijn groot, ze tellen makkelijk twintig man, van wie er maar enkelen naar de werf gaan. Ik werk alleen, heb zowel contact met de bouwheer als met de aannemer. Op die manier voel je je ook meer verantwoordelijk. Het is gek als je bedenkt dat we in een tijd leven waarin we overspoeld worden met informatie, terwijl het vakmanschap bijna volledig is teloorgegaan, en ook niet of amper wordt gewaardeerd. Dat komt deels door de onderdrukking van de bouwindustrie die de artisanale bouwtechnieken weert. Maar er is nog iets : het feit dat onze energiekosten te laag zijn ten opzichte van de kost van de arbeid speelt eveneens een rol. Daardoor raakt ons hele economische systeem in onevenwicht. De gebouwen die ik ginds optrek, worden gezet met vier drilmachines, veel handwerk en een paar waterbuffels. Meer hebben we niet nodig. Als je hier bouwt, komt de meeste energie uit fossiele bronnen. Daar moeten we dringend iets aan doen, dat kan niet langer. We hebben geen keuze. Ik denk trouwens dat dit snel gaat veranderen. Kijk maar welke ommezwaai we momenteel meemaken in verband met het sluiten van kerncentrales. Enkele jaren geleden was dat onbespreekbaar. Dat bewijst dat grote maatschappelijke veranderingen mogelijk zijn. Misschien moeten we gewoon nieuwe architectuurscholen starten waar alternatieve bouwtechnieken en ontwerptechnieken een kans krijgen. Massa's studenten zouden we aantrekken, want de belangstelling bij jonge ontwerpers is groot. Ik heb echt vertrouwen in de toekomst van de Facebookgeneratie, die alles anders bekijkt. Velen zijn bereid om luxe op te geven. Veel jonge mensen vervelen zich trouwens door het overaanbod aan verstrooiing. Ze vinden meer kwantiteit dan kwaliteit. Onlangs reed ik door Brussel met een elektrische fiets. De mensen applaudisseerden. Dat is het bewijs. Als je vroeger met een Porsche door de straat scheurde, keek iedereen vol bewondering, nu kijken ze boos, en roepen wauw als ze een elektrische fiets zien. Misschien hebben we wel te veel universitairen die bovendien wat neerkijken op handwerk. Dus moet zoiets beter worden geïntegreerd in de studie. Veel mensen vragen niet beter. Ik denk toch dat er een maatschappelijke evolutie aan de hand is. Ik denk dan bijvoorbeeld aan mijn vader, een landschapsarchitect die nu volledig is overgeschakeld op het kweken van groenten. Het idee van zelfstandigheid inzake voedsel en energie krijgt steeds meer ingang. Je zou verbaasd zijn hoeveel mensen daarmee bezig zijn, zeker in Duitsland. Op alle gebied trouwens, ze maken zelf kleding, voorzien in een eigen voedselproductie, verwarming. Dat zet zich ook door in de architectuur, meer en meer mensen grijpen naar traditionele bouwtechnieken en gebruiken materialen uit eigen streek. Ik werk, ook in Duitsland trouwens louter met lokale werkkrachten en materialen. Dat is zeker mogelijk. Het is niet omdat je met klei, leem of hout werkt, dat je een traditionele stijl moet hanteren, je kunt er net zo goed een hedendaagse vormentaal mee realiseren. De school in Bangladesh heeft geen traditionele vorm en lijkt ook niet op de lokale architectuur, maar past er wel helemaal bij door het gebruik van dezelfde materialen en kunde. De huizen zijn dan meer traditioneel, omdat we de bewoners geen stijl willen opdringen, we hielden rekening met hun wensen. Wat veel ontwerpers onderschatten, zeker als je louter met industriële technieken bouwt, is dat traditionele materialen en technieken automatisch voor een perfecte schaal en harmonie zorgen. Als je louter digitaal ontwerpt, verlies je de voeling met wat er mogelijk is. Veel moderne architecten ontwerpen vormen en plakken er daarna een materiaal op, wij vertrekken vanuit het materiaal. Goed design vloeit voort uit het materiaal. Daar heb ik geen last van en ben lang niet de enige. Ik denk trouwens dat wolkenkrabbers over dertig jaar heel ouderwets zullen zijn. Ze verouderen ook moeilijk. Dat is trouwens een van dé problemen van de moderne architectuur : hedendaagse gebouwen zien er goed uit als ze nieuw zijn, maar na vijftien jaar niet meer. En ze zijn moeilijk aan te passen aan nieuwe noden. Bekijk hoe onmenselijk steden als Sjanghai zijn. De oude Chinese steden zijn zoveel boeiender en leefbaarder. Vergeet ook niet dat de mensen wel naar New York reizen om daar vanuit de verte de wolkenkrabbers te bewonderen, maar eenmaal ze er zijn, kuieren ze het liefst rond in de oude negentiende-eeuwse wijken, die veel gezelliger zijn, een menselijke maat hebben en ambachtelijk zijn gebouwd. Oude gebouwen kun je trouwens goedkoper en makkelijker een nieuwe functie geven. Ik denk daarom dat de spektakelarchitectuur à la Zaha Hadid of Rem Koolhaas slecht gaat verouderen. Onlangs was ik aanwezig op een voordracht van Patrick Shumacher, de rechterhand van Hadid, die vertelde hoe moeilijk het was om bepaalde ronde vormen te creëren en dat hij daarvoor moest samenwerken met allerlei wetenschappers. Uiteindelijk begonnen de mensen in de zaal te lachen. Daarna kwam ik als spreker aan de beurt en liet zien hoe je met de meest eenvoudige materialen de mooiste ronde en dynamische vormen kunt bouwen. Dat was op een prestigieuze presentatie in Sjanghai. Ik deed het met modder en water, en het werkt. Iedereen keek vol bewondering ! De schaal van veel projecten wordt te groot. Veel woonprojecten zijn ook te uniform van stijl en opzet, ze laten geen vrijheid toe aan de gebruiker. Een meer artisanale architectuur laat de bewoners zelf iets toevoegen, bijvoorbeeld een tuinhuis. In grote steden laten veel projecten niets toe, de bewoners kunnen hun eigen identiteit niet aan hun woning geven. Veel architecten houden geen rekening met de levensstijl van de bewoners. En houden geen rekening met de veranderingen van onze leefgewoonten. Steeds meer mensen willen zelf groenten verbouwen, hebben een composthoop, willen knutselen. Maar daar is er geen plaats voor. Ik ben ervan overtuigd dat die nieuwe vraag het pleit zal winnen. Dat merk je op zoveel plaatsen in Europa. Iedereen wil een menselijke omgeving. Ik denk ook dat het goed is dat Europa wat verarmt en versobert. Op die manier worden de mensen weer vindingrijk om te overleven. Dat kan best positief zijn en maakt de producent in ons wakker en laat de consument wat slapen. Te veel moderne woonprojecten zijn ontworpen voor nette lui die hun handen niet vuil willen maken, daardoor lijken veel woningen op kantoren. Dat is inderdaad zo. Hedendaagse architecten ontwerpen woningen, richten die in en nemen er nog snel foto's van, vóór de mensen er gaan intrekken. Waarom ? Omdat ze de interieurs van de mensen maar storende rommel vinden. Is dat niet wereldvreemd ? In plaats daarvan zou je net vanuit de wensen van de bewoners iets kunnen bouwen. Dat zou een veel verscheidener architectuur opleveren, zonder gedicteerde stijl. Maar nee, dat mag niet, iedereen wordt een stijl en leefwijze opgedrongen, is dat nu in het museum of in je woning of op straat. Alles is artificieel, niemand denkt aan de tuinierende bewoners. In oude steden groeide alles langzamer en kleinschalig en minder van bovenuit opgelegd. Waarom kan dat nu niet meer ? Maar heb wat geduld, daar komt wel verandering in ! "IK DENK DAT HET GOED IS DAT EUROPA WAT VERARMT EN VERSOBERT. OP DIE MANIER WORDEN DE MENSEN WEER VINDINGRIJK OM TE OVERLEVEN."