:: Voor meer info en bezoek : www.tichelaar.nl
...

:: Voor meer info en bezoek : www.tichelaar.nl Het jaartal 1594 moet wel tot je doordringen, als je aankomt bij de fabriek, een oud pand net buiten de stad, aan de rand van een watering. Het is een behoorlijk pittoreske ligging voor een ceramiekfabriek. "Dit is de originele plek, hier wordt al ruim vier eeuwen gewerkt. We begonnen met bakstenen, later kwamen daar majolica en faience bij. En ook de typische tegeltjes die trouwens nog altijd in productie zijn", legt medewerker Thomas Eyck uit. Het Friese bedrijf is altijd in handen geweest van de familie met de voorbestemde naam Tichelaar. Tot voor enkele jaren werd er alleen op traditionele wijze gewerkt, maar daar komt nu verandering in. "Maar het traditionele goed blijven we maken. En we hebben bijvoorbeeld ook een restauratieatelier waar oude ceramiek wordt hersteld. Dat zorgt er allemaal voor dat er in het bedrijf een enorme knowhow zit. We maken trouwens meer soorten ceramiek dan vroeger. Naast de traditionele ceramiek, meestal met blauwwitte decors, en de tegels, bakken we ook porselein en steengoed. Ceramieksoorten die op een heel andere manier worden afgewerkt. Maar dat stelt ons in staat om allerlei soorten maatwerk te realiseren. We werken trouwens al een tijd in opdracht. Zo produceren we bijvoorbeeld geregeld tegels om moderne gebouwen mee te bekleden. Via deze weg zijn we beginnen samenwerken met architecten, designers en kunstenaars. Zo voeren we ontwerpen uit voor Ettore Sottsass. Al die contacten leidden uiteindelijk tot de ontwikkeling van een hedendaagse ceramiekcollectie die we in 2003 voor het eerst op de beurs in Milaan hebben voorgesteld." Wat een stap. Ter plaatse valt dit nog meer op, want zowel in het atelier als in de toonzaal worden de moderne en traditionele goederen door elkaar gemengd. Terwijl de ene ambachtsman een bord van MarcelWanders schildert, penseelt zijn collega een zogenaamde Delftse schotel. Het bedrijf is door en door ambachtelijk. Zelfs de klei is Fries en wordt trouwens vlak bij het bedrijf gedolven. In het open atelier kun je alle stadia van de productie volgen. Er wordt wel niets op het pottenbakkerswiel gedraaid, alle objecten worden in mallen gevormd. Deze zijn soms zo groot, zeker de mal van de Atlantis-schaal van Roderick Vos, dat ze met behulp van een takel worden opgetild. Ook het schilderen gebeurt ambachtelijk. Voor de decors wordt de tekening in een blad kalkpapier uitgeprikt. Vervolgens wordt de kalk op het voorwerp gelegd en met houtskool bestoven. Waardoor de contouren van het te schilderen decor op het ongebakken glazuur staan. De schilder hoeft dan alleen nog maar de lijntjes te volgen. Dat klinkt misschien eenvoudig, want er komt bijzonder veel behendigheid bij kijken. Sommige van de moderne ontwerpers vinden dit soort schilderwerk juist inspirerend en hebben er trouwens dankbaar gebruik van gemaakt. Dat oud en nieuw hier door elkaar worden geproduceerd ligt voor de hand. Sommige ontwerpers hergebruiken de traditionele decors voor hun vazen. Zelfs van de voyante MamaVase van Roderick Vos is er een uitvoering met een blauw 'Fries randje'. Ook op de Patchwork Plates van Wanders staan er enkele traditionele motieven. Weliswaar lekker vermengd met een allegaartje van decors. Wanders heeft zelfs borden met motieven van Picasso en Warhol. Hij ontwikkelde liefst dertig verschillende schotels die allemaal samen op tafel horen te staan. Van de MaMa zijn er vijf uitvoeringen, waaronder zelfs eentje in vrij felle goudluster. Deze sensuele organische vorm, onderaan lijkend op borsten, en in profiel op kalebassen, betekent vormelijk toch een enorme breuk met de traditionele producten van Tichelaar. Dat geldt net zo goed voor zijn voluptueuze schaal, de Atlantis, opgebouwd uit honderden bellen. Het bakken van zo'n kanjer, met een diameter van 48 centimeter, is trouwens geen sinecure. De nieuwe collectie omvat vooral serviesgoed. In oude decorboeken van de KoninklijkeTichelaar Makkum vond Hella Jongerius voorstellingen van een VOC-schip, waarmee ze een soepterrine met bijbehorende kommen en lepel liet beschilderen. De drie serviezen van JurgenBey lijken bij een eerste aanblik klassiek, maar zijn eigenlijk een samenraapsel van oude modellen, alsof de onderdelen van dit servies van de rommelmarkt komen. Design met een hoog vintage-gehalte. Persoonlijk vind ik het sterk geometrisch opgebouwde theeservies van Hella Jongerius, de T-set, een stuk krachtiger van vorm. Maar het meest in het oog springt ongetwijfeld de serie porseleinen bekers, Beakers Skin, van Sander Luske en Jan Broekstra. Ze gaven die een bijzondere huid door afdrukken van tape, rubber, garen en een sinaasappelnetje. De buitenkant is mat, het interieur geglazuurd. Jan Broekstra ontwierp ook een karaf met bekers, de Styrene, die van piepschuim lijkt te zijn. De originele mallen van polystyreen werden daarvoor in porselein afgegoten. "Het is voor ons ook aardig om te zien hoe de ontwerpers 'fouten' creatief uitbuiten. Daarvan zijn ook de uitgezakte tegels van Baukje Trenning een voorbeeld. Zoiets geeft een totaal andere dimensie aan een traditioneel product", aldus Thomas Eyck. Ook Hella Jongerius maakt graag gebruik van foutjes voor een geheel nieuw ontwerp. Voor de Big White Pot en Red White Vase, een paar uit de kluiten gewassen recipiënten, gebruikte ze als uitgangspunt scherven van veertiende-eeuwse potten die ze aan elkaar heeft gelijmd en met felle kleuren liet bespuiten. De Koninklijke Tichelaar Makkum was ook te gast op de laatste Interieur in Kortrijk en heeft nog een heleboel plannen. "We gaan voluit," zegt Thomas Eyck opgewekt, "weet je dat dit nieuwe goed nu zelfs ook in traditionele winkels wordt verkocht ? Gewoon tussen de rest, is dat niet prachtig ?" Tekst Piet Swimberghe l Foto's Michel VaerewijckDat oud en nieuw door elkaar worden geproduceerd ligt voor de hand. "Het is aardig om te zien hoe de ontwerpers 'fouten' creatief uitbuiten."