Pierre Darge / Foto's Michel Vaerewijck
...

Pierre Darge / Foto's Michel VaerewijckHet moet een adembenemend zicht geweest zijn: van op de Edelareberg uitkijken over de stad met op de voorgrond de versterkingen van Vauban, met hun typische puntige uitsteeksels, daarachter de stadswallen en vestingen die het architecturaal erfgoed van de stad omringen, en op de achtergrond het groene, heuvelende landschap van de Vlaamse Ardennen, met her en der verspreide windmolens. Wie vandaag de Vlaamse Ardennendreef opstapt, kan zich nog behoorlijk goed voorstellen hoe het geweest is. En ter verificatie kan men in de Schepenzaal van het stadhuis het zeventiende-eeuwse schilderij bekijken dat het tafereel voorstelt: een juweel van een stad, kort na de geweldige bloei in de eerste helft van de zestiende eeuw, tijdens de regeerperiode van Karel V. Oudenaarde was in die tijd een rijke handelsstad waar de lakennijverheid floreerde. Vijf eeuwen daarvoor was ze ontstaan langs een Scheldebocht, maar later zou ze van haar oorsprong worden afgesneden door een weinig poëtische rechttrekken van de stroom. In de bloeiperiode genoot het werk van de plaatselijke zilversmeden tot ver buiten de grenzen een uitzonderlijke faam, terwijl Oudenaardse wandtapijten, met heel vaak uit hun voegen barstende landschapstaferelen als onderwerp, over de hele wereld gezocht werden en wegens hun onderwerp en kleur de naam verdures kregen. Een dozijn ervan hangt nog altijd op de benedenverdieping van het laat-gotische stadhuis, één van de mooiste van België, dat lange tijd het oudste carillon van het land herbergde voor dat verhuisde naar de toren van de Sint-Walburgakerk. Het stadhuis zit vol symboliek die verwijst naar de beroemde Keizer Karel, zoals de vergulde dubbele Habsburgse adelaars. De keizer voelde zich in Oudenaarde overal thuis, zelfs bij de dienstmeid bij wie hij nog voor zijn huwelijk een kind verwekte, de latere Margaretha van Parma, die in het huis de Lalaing werd geboren. Achter de rococogevel worden daar nog altijd wandtapijten geweven en gerestaureerd. Voor het stadhuis zitten inwoners van Oudenaarde goedgemutst op de terrassen van de Grote Markt, terwijl motorrijders op gezette tijden verzamelen blazen voor het geel geverfde Café Carillon, ondergebracht in de twee overblijvende huisjes van de tien die rondom de Walburgakerk waren opgetrokken. Aan de andere zijde van de kerk ligt de Kleine Markt, met een paar schitterende historische gebouwen, zoals de twaalfde-eeuwse Boudewijntoren, het oudste monument van de stad, en het imposante Vleeshuis. Ernaast verheft zich het koele beton van het Museum van de Ronde van Vlaanderen. Ook de toegangswegen naar de markt, zoals de Einestraat, herbergen een schat aan historische gevels, net als het bescheiden begijnhof, waar het 's zomers koel toeven is. Maar vandaag gaat onze aandacht vooral uit naar de groene longen binnen en buiten de stadskern, te beginnen met het Liedtspark, een kasteelpark uit de negentiende eeuw van typische Engelse inspiratie, met kronkelende paadjes, loofbomen en glooiende gazons. Vlak bij de stadskern werd veertien jaar geleden in het kader van de actie Plant een Boom een gemengd loofbos aangeplant van ruim drie hectare, een inspanning die door de Koning Boudewijnstichting werd bekroond. Toch bleef het enkele jaren opvallend stil rond het Speibos, tot een lokale werkgroep vijf jaar geleden besloot om er een natuureducatieve zone uit te bouwen. Een van de initiatiefnemers was milieufunctionaris Jan Heirweg, die nauw betrokken was bij de verdere uitbouw van het project, waardoor het inmiddels tot een unieke acht hectare grote groene zone kon uitgroeien. De twee Schelde-meanders die decennia geleden met afval werden opgevuld, werden uitgegraven, een oude siervijver weer uitgediept en verscheidene streekeigen elementen op een natuurlijke manier met elkaar verbonden. "Omdat de druk op sommige natuurgebieden vaak te groot wordt door het vele bezoek, kunnen scholen hier voor hun natuureducatie terecht", aldus Heirweg, die er ook op stond dat oude beheerstechnieken opnieuw zouden worden gebruikt, omdat men vroeger uit zelfbehoud heel wat voorzichtiger omsprong met de natuurlijke rijkdommen. Om die reden wordt er bijvoorbeeld maar één keer per jaar gemaaid en wordt het maaisel manueel afgevoerd, zodat zware voertuigen het terrein niet kapot rijden. Ook de takken laat men nu in het bos liggen. Om het allemaal in goede banen te leiden, werden historische bronnen geraadpleegd en werd voor een grote afwisseling gezorgd. Er werd een 'bomen- en struikenleerpad' aangelegd waar 38 verschillende boomsoorten en 24 struiksoorten groeien. Ook ging er bijzonder veel aandacht naar kleine landschapselementen, zoals het aanplanten van gemengde knotbomenrijen van wilg, es, zwarte populier en haagbeuk. En reeds dromen ze in Oudenaarde van een uitbreiding naar de andere zijde van de Schelde, waardoor er een smalle strook van pakweg één kilometer lengte zou ontstaan.Vooraleer we de paadjes opzoeken die naar de hoogtes van de Vlaamse Ardennen leiden, passeren we op de rechter-Scheldeoever het middeleeuwse stadje Pamele, dat rond 1100 door de heren van Pamele werd gesticht en altijd als een soort eigenzinnige tegenhanger voor Oudenaarde fungeerde, waarmee het uiteindelijk in de zestiende eeuw tot één stad versmolt. Niet dat het in omvang of praal kan wedijveren met zijn beroemde buur, maar de vroeg-gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk, waaraan de werken in 1234 begonnen, is een vaak vergeten juweeltje. Opgetrokken uit kalksteen afkomstig van de Doornikse groeven, die per boot werd aangevoerd, is ze een typisch voorbeeld van Scheldegotiek met een dubbele, overlangse galerij, een achtkantige vieringtoren en drielichten: drie ramen waarvan het middelste hoger is. Pamele was vaak een plek van andersdenkenden, een plaats waar dwarse ideeën konden gedijen, waar calvinisten zich thuis voelden. Omdat tijd en ademruimte beperkt zijn, stappen we maar door een klein deeltje van de Vlaamse Ardennen, die vlak bij de stadsrand oprijzen. In het nagenoeg ongerepte groen liggen fraaie kleine cottages of boerderijtjes en het zal niemand ontgaan dat de vergezichten zo uit de schilderijen van Valerius de Saedeleer komen, die hier vlakbij heeft gewoond, langs een weg die helaas door een grondverzakking geheel voor het verkeer onbruikbaar is geworden. Hier vinden we de typische holle wegen en een landschap dat op de achtergrond begrensd wordt door de Kluisberg en de Muziekberg. Een paradijs voor wielertoeristen in een landschap dat lange tijd beheerst werd door het kasteel van Ladeuze, en waar op ieder kruispunt een kapelletje stond. Het kasteel is verdwenen, maar de oude stallingen en de watermolen staan fier overeind. Wie letterlijk iets verder wil gaan, vindt stroomafwaarts langs de Schelde nog het dorpje Ename, ooit op de grens tussen het Franse en het Duitse rijk en daarom al in de tiende eeuw versterkt. De rijke geschiedenis van het plaatsje wordt geëvoceerd in het provinciaal museum 't Ename, dat in de schaduw ligt van de Ottoonse St.-Laurentiuskerk, waar enkele jaren geleden nog een Byzantijnse muurschildering werd ontdekt. Kerzelare is sinds de Middeleeuwen tijdens de maand mei een druk bezocht Maria-oord, en romantici en dichters vinden in Mullem, omringd door een uniek en beschermd dorpsgezicht, rust en inspiratie. Het kasteel, de kerk met het omringende kerkhof en het dorpsplein met het voormalige dorpsschooltje (nu restaurant Ter Motte) vormen een uniek kleinood waarvan de gevels geel werden geverfd, als symbool van de afhankelijkheid van de kasteelheer. Maar ook Volkegem en Mater, Eine en Melden, dat aanleunt tegen de Koppenberg met zijn gerestaureerde kasseienweg, zijn voor een groot stuk onaangeroerd gebleven. Voor stappers liggen ze misschien net iets te ver uiteen, voor fietsers die van hun eigen Ronde van Vlaanderen dromen, vormen ze een ideaal terrein. Het natuurgebied Het Speibos is inmiddels al acht hectare groot en zal in de toekomst nog groeien. De nog ongerepte Vlaamse Ardennen zijn een paradijs voor stappers en wielertoeristen.