Vandaag doen we het noodgedwongen rustig aan - we rijden met een Ford T, de wagen die onlangs tot auto van de eeuw werd uitgeroepen. Trouwe lezers weten dat we een andere favoriet hadden, de Citroën DS, vanwege zijn sensationele technische sprong voorwaarts. Maar Ford heeft natuurlijk ook zijn verdiensten: o.a. die van het populariseren van de auto. De man achter de T was Henry Ford, die aan het begin van de eeuw al in de gaten had dat de auto een immense populariteit tegemoet ging - als die maar goedkoop genoeg werd, en dat betekende: het standardiseren van de onderdelen en massaproductie. De eerste T verscheen in 1908 en kostte 850 dollar. Bij de invoering van de lopende band in 1913 zakte de prijs tot 490 dollar om uiteindelijk... 290 ...

Vandaag doen we het noodgedwongen rustig aan - we rijden met een Ford T, de wagen die onlangs tot auto van de eeuw werd uitgeroepen. Trouwe lezers weten dat we een andere favoriet hadden, de Citroën DS, vanwege zijn sensationele technische sprong voorwaarts. Maar Ford heeft natuurlijk ook zijn verdiensten: o.a. die van het populariseren van de auto. De man achter de T was Henry Ford, die aan het begin van de eeuw al in de gaten had dat de auto een immense populariteit tegemoet ging - als die maar goedkoop genoeg werd, en dat betekende: het standardiseren van de onderdelen en massaproductie. De eerste T verscheen in 1908 en kostte 850 dollar. Bij de invoering van de lopende band in 1913 zakte de prijs tot 490 dollar om uiteindelijk... 290 dollar te kosten in 1924. De productie werd in 1927 gestaakt, toen na 19 jaar meer dan 15 miljoen exemplaren waren afgeleverd - een record dat pas in 1972 door de Volkswagen Kever werd gebroken. Er staat een ijskoude wind in Gelrode en de lokale Ford-dealer André Feyaerts heeft een gespierde rechterarm. Dat is het gevolg van het aanzwengelen van zijn schitterend gerestaureerde Ford T uit 1913, die inmiddels 7 jaar in zijn bezit is en her en der verschillende prijzen wegkaapte. Maar oudere dames hebben zo hun mankementen, en van de twee versnellingen kan de tweede vandaag niet gebruikt worden. Dat wordt dus slenteren, maar geen nood, het gaat om de ervaring en de sfeer. Opvallend aan de T is zijn eenvoud, de hoge zit en de zeer smalle bandjes. Met twee dwarse bladveren en opplooibare kap blijft er een duidelijke verwantschap met de koets, waarvan de auto uiteindelijk een gemotoriseerde versie was. Onder de motorkap steekt een viercilinder met een slagvolume van 3 liter, die algauw 14 liter/100 km verbruikt. Wie ermee gaat rijden, moet een hele procedure doorlopen en het hoofd koel houden, want alleen al het gebruik van de drie pedalen vergt een hoop aandacht, terwijl het gasgeven via een hendel op het stuurwiel gebeurt. Via een andere hendel wordt het mengsel geregeld, en ook het ontstekingsmoment kan worden gewijzigd. Wordt het linkse pedaal naar voren geduwd, dan schakelt de wagen in eerste, naar achteren in tweede. In combinatie daarmee wordt op het stuur het gas bediend, en dat is even wennen. Vooral in het verkeer op de Leuvensesteenweg, en omdat het rempedaal uiteindelijk rechts blijkt te zitten. De eerste indrukken zijn door die bediening, de trage snelheid en het omringende verkeer wat verwarrend, terwijl intussen het afslaan ook nog met de vrije arm moet worden gesignaleerd. Heel even komen we handen en voeten tekort. Maar alles went, en na een paar honderd meter hebben we de Ford T min of meer in de hand, al blijft het uitkijken met de directe besturing, waardoor de geringste stuurbeweging een grote uitwijking geeft. Maar we rijden en de zon schijnt, we hebben de kap neergelegd en het leven is mooi. En zijn medewerker André Valkenaers, de man die de T in Gelrode de allereerste keer gestart kreeg, kijkt niet ontevreden. De liefde van André Feyaerts voor de T is allesbehalve toevallig. Hij groeide op in zijn vaders garage, waar vanaf 1957 Fords werden verkocht, en die vader had als leerjongen nog aan nen T gewerkt. De herinneringen daaraan werden in anekdotes levendig gehouden, en een auto was bij de Feyaerts onvoorwaardelijk een Ford. André heeft die erfenis niet beschaamd: jaarlijks gaan er in Gelrode 700 nieuwe Fords van de hand, en ook dat is geen toeval. Het is niet enkel nostalgie. André wijst graag op het off-road-karakter van de Tin Lizzy, die steunt op de vrije hoogte, de smalle 23-inch-wielen, een gewicht van een goeie 800 kilogram en het unieke gebruik van de achteruitversnelling, die ingeschakeld wordt als het middelste pedaal wordt ingedrukt. Een en ander laat toe snel van eerste in achteruit te schakelen, waardoor de wagen korte voorwaartse en achterwaartse bewegingen kan maken en zichzelf op die manier uit het slijk weet te wrikken. Zegt André : "Tot het verschijnen van de Willy's Jeep was de T ongeëvenaard in het veld." PIERRE DARGE