Onderweg, tussen twee steden waar ik eigenlijk niets heb verloren, luister ik naar muziek die ik feitelijk niet wil horen. Een kerel zingt met dreigende stem dat hij zich in geen tijden zo alive heeft gevoeld, wat in het Engels minder banaal klinkt dan in het Nederlands, hoewel geen mens je kan zeggen waarom.
...

Onderweg, tussen twee steden waar ik eigenlijk niets heb verloren, luister ik naar muziek die ik feitelijk niet wil horen. Een kerel zingt met dreigende stem dat hij zich in geen tijden zo alive heeft gevoeld, wat in het Engels minder banaal klinkt dan in het Nederlands, hoewel geen mens je kan zeggen waarom. Akkers en silo's schuiven voorbij, alsook een veelheid aan vogels en geleedpotigen. Het is valavond, in de lucht zeilen wolken met roze buiken en een smalle maansikkel begeleidt mij. Sinds ik vaker naar omhoog kijk, vanuit liftschachten, van op akkers waar gebeente sluimert, is de maan een metgezel geworden, mijn pokdalige medestander die zich niet laat opjagen door ecopremies of inderhaast afgeschafte belastingaftrekken. Ik luister nu naar Dark Side of the Moon en mijn trein doet een veelheid aan oordschappen aan, waaronder het station van Lichtervelde. Kwade tongen beweren dat de spoorlijn er doorloopt omdat het nabijgelegen Roeselare geen rechtstreekse verbinding wilde met het rode bastion Gent, toen socialisten nog geen parvenu's waren maar wereldbestormers. Ooit had ik een lief in Lichtervelde, waarvan ik mij niet de buikput of de kalverlach herinner maar het symbooltje naast de benzinemeter in de auto van haar vader : een pomp die het vulpistool tegen haar kop hield gedrukt, zodat zij eruitzag als een benzinepomp die op het punt stond zichzelf naar de andere wereld te schieten. Dat soort dingen herinnert men zich, alsook hoe een voet wiebelde, hoe het licht beklemmend inviel of hoe Twix nog Raider werd genoemd. Belangrijker dingen verdwijnen in het morsige stort van onze herinneringen, waar zij humus worden voor nieuwe gedachten en levensvormen. Aan de overkant van het gangpad, op de kapotgesneden treinbank, zit een vrouw voorbij de middelbare leeftijd die heftig allerlei dingen verkondigt, zo luid dat het Roger Waters overstemt, als het gezoem van een gemechaniseerde hommel. Met één vinger licht ik de schelp op die mijn oor omvat, om erachter te komen dat het gesprek niet over religie of politiek handelt, maar over de feilloosheid waarmee de vrouw kan voelen als er water in haar knie zit. Men moet die gesprekken registreren voor het nageslacht, ongeordend en kriskras, zoals Google Streetview de hoerenlopers en wildplassers. De trein raast nu met een rotvaart de nacht in. De huizen en bedrijven hebben hun lichten aangestoken, het schudden wordt heviger en we rijden door Roeselare. De plek heeft mythische allures sinds mijn dochter op YouTube een optreden van Mega Mindy zag, en vroeg waar dat was. Naar waarheid antwoordde ik : "In Roeselare." Sindsdien duikt de plaatsnaam geregeld op, exotischer dan Tibet of Zanzibar, in de geheimzinnige avonturen die zij speelt en die bezocht worden door stiefmoeders, toverkollen en charmante prinsen. Het gezicht dat in de zwarte ruit weerkaatst, lijkt niet het mijne, dat heerschap opgetrokken uit bespiegeling en ernst. In Ingelmunster staan kerstbomen op het perron. Mijn gedachten gaan naar winters die voorbij zijn en naar winters die nog moeten komen. Naar hen die zijn vertrokken en niet meer terug zullen keren tenzij, misschien, in het onwaarschijnlijke geval. Opeens verlang ik hevig over de bevroren plas te schaatsen achter de huisjes der ouden van dagen. "Ik zal Dieuwertje bellen en het haar vertellen", zegt een meisje met een huig-r en aantrekkelijke tenen, die zij ondanks het seizoen onbedekt heeft gelaten. Uit de rootputten van mijn herinnering komt zij opeens naar boven, ongekreukt en fris geschoren : Dieuwertje Blok van de Nederlandse televisie. Ik heb haar naam niet meer gehoord sinds ik op mijn twaalfde tomeloos verliefd was. In Kortrijk stap ik af. Tik discreet uw geheime code in en laat u niet afleiden, adviseert mij de geldautomaat aan de voorkant van het station, als een vriend die het goed met mij voorheeft. Ooit heetten ze Mr. Cash, een vulgaire naam die als een waterscheiding doorheen de generaties loopt. De stad is vol kerstverlichting die feeëriek werd genoemd, in onze opstellen van weleer vol zegswijzen en tekenende woorden. Wolven in schapenvacht spoeden zich naar onbekende bestemmingen. Ik hoor ottemets en tefête, woorden die ik herken al krijg ik niet vaak meer de kans ze te gebruiken. En zelfs carnasjière. Dat zich in zulke klanken gemis kan verschuilen. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders