Haar bijnamen spreken boekdelen : "Keuken van het land", "Rijstkom van Japan", "Snelle Golfslag". De havenstad Osaka, al vijftien eeuwen een bruisend knooppunt van handel, politiek, kultuur en vertier, staat model voor het moderne, bedrijvige Japan.
...

Haar bijnamen spreken boekdelen : "Keuken van het land", "Rijstkom van Japan", "Snelle Golfslag". De havenstad Osaka, al vijftien eeuwen een bruisend knooppunt van handel, politiek, kultuur en vertier, staat model voor het moderne, bedrijvige Japan. DICK SCHAAPFOTO'S : PAUL VAN RIEL De 2,7 miljoen inwoners van Osaka hebben een hekel aan bureaukraten, en stropen graag de mouwen op als het erom gaat Tokyo de loef af te steken. Acht maanden na de zware aardbeving in dit deel van Japan is het er weer business as usual. De bevolking hier heeft er alleen geestelijk onder geleden. Ze kan nog steeds niet geloven dat de gebouwen in het nabijgelegen Kobe niet bestand waren tegen het natuurgeweld. Osaka is een driftige werkstad zonder flauwekul en met een rijk kultureel leven. De klassieke teatervormen Kabuki en het poppenspel Bunraku zijn hier tot wasdom gekomen. De stad is al eeuwenlang een paradijs voor smulpapen. Ontelbare lichtreklames in de distrikten Kita en Namba of Minami (Zuid) geven aan waar je Japans, Chinees of Europees kunt eten. Een van de bekendste symbolen van Osaka is de grote, mechanisch bewegende krab boven het restaurant van de Kani Doraku-keten bij de Dotombori-rivier in het hart van Minami. In de Edo-periode al kreeg Osaka de bijnaam Tenka no daidokoro, Keuken van het land. Die bijnaam werd ook gebruikt voor het benadrukken van de ekonomische macht van de stad. Osaka bepaalde de rijstprijs voor het hele land. Vandaar Rijstkom van Japan. De handelaren werden er rijk, en verhoogden hun status door de feodale landheren en hun samoerai (krijgers) met grote leningen aan zich te verplichten. Osaka heeft ook nu maling aan de recessie die Japan al vier jaar in haar greep houdt. Er zijn vooral in het havengebied zoveel enorme, infrastrukturele werken in uitvoering, dat het lijkt alsof de stad zich voorbereidt op een Wereldtentoonstelling of de Olympische spelen. Dat laatste is niet uit de lucht gegrepen, want de tweede grootste stad van Japan wil met de akkommodatie op het kunstmatige Sporteiland in de Baai van Osaka een gooi doen naar de Zomerspelen van 2008. Wel worden sinds de aardbeving met ruim 5000 doden tal van funderingen herberekend. De trots over de Japanse prestaties na de Tweede Wereldoorlog heeft door de puinvelden van Kobe een forse knauw gekregen. Voor de ramen van het hotel in de nieuwe Chayamachi Applause Tower in Umeda ontvouwt zich een adembenemend panorama : de slingerende loop van de rivier Yodo door de stad, het wazige blauw van de zee in het zuidwesten en de groene heuvels en bergruggen die de vlakte van de Kansai-regio in het noorden en oosten omarmen. Het is één grote stedelijke agglomeratie met de havenstad Kobe en de eeuwenoude keizerlijke residenties Nara en Kyoto als merkpunten. De metropool Osaka vormt het middelpunt. In dit hoogontwikkelde gebied wonen twintig miljoen mensen. Technisch en materieel is er na de januariramp alweer veel tot stand gebracht. Kobe herrijst razendsnel uit haar as. De snelle treinverbindingen tussen de delen van deze agglomeratie en Tokyo waren twee maanden na de ramp hersteld. De gekantelde pilaren van de Hanshin-autosnelweg staan weer overeind. Nog geen drie minuten na mijn kennismaking in het stadhuis met Kohji Uehara van de afdeling Toerisme, wordt er een video vertoond van alle aspekten van de stad. Osaka, uitgewaaierd rond een vesting met slotgrachten en een kasteel, is al vijftien eeuwen het commerciële, financiële en industriële hart van West-Japan. Er zijn bedrijven met wereldfaam gevestigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Osaka door geallieerde bombardementen verwoest. De video toont een royaal heraangelegde stad van nieuwe, vaak gewaagde gebouwen en rekonstrukties van het platgegooid verleden. Dat beeld klopt niet helemaal. Osaka is ook een echte internationale havenstad met een labyrint van overvolle, nauwe vuile straatjes en opzichtige yakuza (gangstertenten). De yakuza kontroleren de prostitutie, drugshandel, pornografie en de gokhallen. Het distrikt Umeda of Kita (Noord) was ooit een moeras. Het werd bewoonbaar door het indammen van de Shinji-Gawa rivier en verwierf twijfelachtige roem als een oord van plezier. De beroemde dramaturg Chikamatsu vond hier de stof voor het Bunraku-drama Zelfmoord uit liefde in Sonezaki, over de geheime liefde tussen een prostituée en haar klant. Het Nationaal Bunraku Theater in het elektronika-distrikt Nipponbashi is een schitterend gebouw. De spelers in dit teater kunnen de anderhalve meter grote poppen op ingenieuze wijze bewegen en met hun ogen laten rollen. Het spel, dat door het klagende geluid van de driesnarige chamise wordt begeleid, is subliem. Iedere pop wordt gehanteerd door drie zwijgende en in het zwart gehulde spelers. Het is de meesterverteller achter een klein lessenaartje die alle geluiden maakt die bij het drama horen. Hij vertelt, huilt, spreekt bars of vol mededogen over een mooie jonge vrouw die zich prostitueert om haar oude blinde vader te verzorgen. Umeda, ten noorden van het oude voorname bestuurscentrum op het riviereiland Nakanoshima, werd gezichtsbepalend voor Osaka door de bouw in 1874 van het Osaka JR (Japan Rail) Station voor de luslijn rondom de stad. In Umeda verrezen de eerste wolkenkrabbers. Umeda en de haven bepalen het tempo van de ontwikkeling van de stad. Chayamachi, een wijk van nauwe steegjes en houten Japanse huizen (tussen het nieuwe warenhuis Loft en de dijk van de Hankyu-spoorlijn naar Kobe en het kuuroord Takarazu) stond tot voor kort de opmars van beton, staal en glas in de weg. In de laatste steegjes in de omgeving van de Applause Tower zijn in de door projektontwikkelaars opgekochte houten huizen tijdelijk hallen gevestigd voor de verkoop van sportschoenen, spijkerbroeken en leren jacks. Het eethuisje waar je alleen gebukt door een laag schuifdeurtje naar binnen kan gaan, zit altijd stampvol. Het gebrek aan bouwlokaties is de laatste decennia zo nijpend geworden, dat men onder de reusachtige stations steeds dieper de grond is ingegaan. Een niet aflatende stroom mensen daalt dagelijks met roltrappen af in een stad met honderden winkels, restaurants, eethuisjes, teesalons en take outs voor alle denkbare Japanse maaltijden. Die ondergrondse stad strekt zich onder Osaka uit over een gebied van naar schatting 20 km². Dat ondergrondse Umeda is spontaan gegroeid als verbinding tussen de treinstations en de stations van het uitgestrekte metronet. Voor de toerist of zakenman die naar het oude centrum van Osaka wil, is de rode noordzuid-metrolijn Midosuji onder Osaka JR een uitkomst. Hij knoopt alle wijken, van het voorname Yodoya-bashi bij het riviereiland tot het uitgaanscentrum Namba, snel en efficiënt aan elkaar. De namen van de stations worden in de metro in het Japans en Engels omgeroepen. De rode metrolijn ligt onder de 44 meter brede Midosuji boulevard, de met Gingko-bomen omzoomde belangrijkste noordzuidader van Osaka. De boulevard is één aaneenschakeling van bankgebouwen, kantoren, sjieke boetieks en mondaine warenhuizen als Daimaru en Sogo. Op de brede trottoirs van de Midosuji wordt veel gefietst. Voor de Zakura Bank staat een opvallend mooi beeldje van de beeldhouwer Kyoko Asakura dat het meisje Jill met laarsjes voorstelt. Banken, bedrijven en warenhuizen financieren in Japan de kunst. Achter de Midosuji klopt het hart van het oude centrum van Osaka heviger. Hier kan je uren doorbrengen in de met glas overdekte Shinsaibashi-suji winkelpassage, drukke met kleurige reklameborden overwoekerde zijstraten en de vermaakcentra van Dotombori met de onvermijdelijke panchinkohallen. Daar trekken Japanners in een oorverdovend lawaai uitdrukkingsloos uit een automaat kleine zilverkleurige knikkers. In Domtombori is alles mogelijk en gaat het leven dag en nacht door. In de zijstraten leunen tegen het beton, staal en glas nog Japanse huisjes van twee verdiepingen met schuin aflopende pannendaken. Ze worden meestal als eethuisjes benut. Tegen het middaguur worden de straten bevolkt door groepjes bedienden van de banken en handelshuizen. De jonge vrouwen dragen vaak uniforme kleding. Meestal kopen ze voor hun lunch de buiten uitgestalde mooie doosjes met gerookte of rauwe vis, garnaal, gezouten groente, viscakes, zuurwaren en natuurlijk rijst in keurige vakjes. 's Avonds ontstaat in de straatjes een ander beeld. Na een lange werkdag zakken Japanse mannen in groepen af naar de eethuisjes, bars en klubs. Het hoort bij hun sociale status. Pachinko, het Japanse flipperspel, is zo populair (zegt men) omdat de speler zich in de pachinkohallen een paar uur kan onttrekken aan de verplichting altijd met kollega's uit te gaan. In de eethuisjes smullen de mannen van yakitori, tempura en tientallen andere gerechten uit de rijke Japanse keuken. Het in de hete bouillon kieperen van levende garnalen uit een houten doosje schrikt me af. Maar ze worden op slag rood en smaken heerlijk. De Japanse rijstwijn saki en bier, maar ook westerse sterke dranken vloeien rijkelijk. De stemming is vaak uitbundig. Het riviereiland Nakanoshima ligt tussen de Tosabori en Dojima, beide aftakkingen van de brede Yodo waaraan de stad is ontstaan. Het lijkt een beetje op het Parijse eiland Ile de la Cité. Op Nakanoshima staan, behalve het stadhuis, bezienswaardigheden als de Bank van Japan en het museum voor oriëntaalse keramiek. Op de oostelijke punt ligt het oudste stadspark van Osaka, dat in 1890 in westerse stijl is aangelegd. Het keramiekmuseum herbergt de wereldberoemde Ataka-kollektie, bestaande uit 1300 voorbeelden van Chinees en Koreaans keramiek uit de 12de tot de 18de eeuw. Het is een genot om naar de prachtige, geraffineerd belichte vazen, schalen, borden, schotels en ranke beeldjes te kijken. De kleuren van het keramiek lopen van jade naar gebroken wit, maar plotseling ook van blauw en wit naar kobaltblauw met een roodkoperkleurig onderstuk. Het Idemitsu museum mag er ook zijn. De alleraardigste direktrice nodigt ons uit voor een kopje groene tee op haar kamer. Ze vertelt dat het museum wordt gefinancierd door een oliemaatschappij. Het koestert de zeven eeuwen omspannende kollektie kalligrafieën op papieren rollen van de zakenman Sazo Idemitsu (1885-1981). Maar de nadruk in deze stad ligt op het heden en de toekomst. Kohji Uehara brengt me na de vertoning van de videofilm op het stadhuis dan ook meteen naar de Tweeling Torens. Die twee identieke wolkenkrabbers zijn het symbool van het moderne Osaka. De noordelijkste toren wordt de Nationale Toren genoemd. De tweede verdieping huisvest Panasonic Square. Daar dwingen charmante Japanse meisjes je met zachte hand tot het testen van elektronische vindingen zoals haarscherpe beeldtelefoons en de tv-schermen van de toekomst. Vooral kinderen hebben hier uitbundig plezier. Vanuit de tweede toren met restaurants, winkels en een observatieplatform heb je gelukkig wel een fraai uitzicht op de acht verdiepingen van het als een pagode gebouwde, bijna 35 meter hoge kasteel van Osaka. Met de bouw van het oorspronkelijke kasteel voor legeraanvoerder Hideyoshi Toyotomi werd in 1583 door maar liefst 600.000 Japanners een begin gemaakt. Het huidige imposante bouwwerk is een rekonstruktie uit 1931. Het tweede doel van de energieke Kohji is Tempozan Harbor Village aan het havenfront. Het boeiendste onderdeel van deze nieuwe attraktie is het Osaka Aquarium Ring of Fire : een gigantische kuip zeewater waarin achter glas het zeeleven langs de door aardbevingen en vulkanische uitbarstingen geteisterde kusten van de Pacific in beeld wordt gebracht. Op Antarctica valt bijvoorbeeld sneeuw. Een reusachtige haai toont overeenkomsten met een Boeiing 747. Een school van duizenden ansjovisjes en sardientjes is voortdurend in beweging. Ring of Fire toont bovendien aan dat de grote aandacht die hotels besteden aan brandgevaar niet overdreven is. In Tokyo gingen bij de aardbeving in 1923 in enkele dagen 400.000 huizen in vlammen op en kwamen bijna honderdduizend mensen om het leven. In gedachten verzonken merk ik op de terugweg naar mijn hotel nauwelijks dat ik in Namba, in de overdekte Shinsaibashi-suji Arcade, deel ben geworden van een onoverzienbare menigte in noordelijke richting trekkende, vrolijke Japanners. Op de brug over het kanaal van Dotombori zie je aan weerszijden tientallen fonteinen steil omhoogspuiten, en flitsen helgekleurde lichtreklames aan en uit. Op de Osaka Plaza vieren studenten of akrobaten een eigen feestje door elkaar de lucht in te gooien. Als dank voor het applaus van de nu uitgelaten menigte ontrollen ze steeds weer een spandoek met in het Japans en het Engels de kreet Shut up. Sommige Japanners komen bijna niet meer bij van het lachen over zoveel brutaliteit. Osaka was ooit hoofdstad van Japan. Het grote kasteel op het hoogste punt van een heuvelrug in de stad is een herinnering aan de macht die generaal Hideyoschi Toyomoti hier in 1584 over het eilandenrijk vestigde. Vanop de achtste verdieping van dit bouwwerk ontvouwt zich vanaf het observatorium een prachtig uitzicht op de stad. Dichtbij het verleden staan de slanke zilverkleurige kantoorgebouwen van het Osaka Business Park. Maar nog voor de bouw van dit kasteel kon Osaka als Naniwa, "Snelle Golfslag", keizerstad, middelpunt van de rijstteelt en haven voor de handel met China en Korea, reeds bogen op een duizendjarige voorgeschiedenis. De in 593 door prins Shokotu Taishi gestichte Shintennoji tempel in de wijk Tennoji is één van de weinige herinneringen aan die periode. Het is de oudste boeddhistische tempel van Japan. Helaas ontkwam ook dit historische tempelcomplex niet aan het geallieerde bommentapijt in '44. Gelukkig zijn de inwoners van Osaka erin geslaagd de gebouwen in hun oorspronkelijke staat te herstellen. Vrouwen in kimono volgen aandachtig de rituelen van een groep monniken met geschoren hoofden eer ze mogen aanschuiven aan de teeceremonie een toonbeeld van verfijnde beschaving. Het duurt jaren eer men alle bewegingen van deze ceremonie beheerst en de tee op de voorgeschreven manier kan serveren. Sierlijk gerei in de vorm van een gelakt teedoosje, een teekom, een bamboegarde en een spatel, vormt een belangrijk onderdeel van de ceremonie. De tee is dik en groen, en wordt na het voorzichtig kloppen met de garde puur gedronken. Zoetigheid wordt toegeschoven als tegenwicht voor de bitterheid van de drank. De gardes worden aan het eind van de ceremonie door de monniken verbrand in een offerschaal. De inwoners van Osaka genoten in het feodale Japan een grote vrijheid van handelen. De 168 bruggen in de stad waren op twaalf na door partikulieren gebouwd. Hoe dat Osaka er toen uitzag, is te zien in het Yuki-museum. Daar hangt een 350 jaar oud prachtig panorama van de stad met bruggen, huizen, mensen op straat, ruiters te paard en een boot op de meanderende Yodo. Door de kontakten met de Hollanders was de stad het venster van Japan op de wereld. In 1726 werd er door partikulieren een universiteit opgericht die voor iedereen toegankelijk was. De grote vrijheid van handelen tijdens het shogunaat wordt gezien als het geheim van de onafhankelijkheid van geest, die nu nog kenmerkend is voor het karakter van de inwoners van Osaka. Ook openhartigheid en gastvrijheid schrijven zij hoog in hun vaandel. De familie Matsumoto heeft niet het geringste bezwaar tegen het openstellen van haar huis in Temma voor toeristen. Trots tonen Maza, zijn vrouw Hiroko en hun dochters de vier vertrekken van hun flat. Ze zijn sober gemeubileerd. Goedgevulde boekenkasten in de kamers van de studerende meisjes en het kantoortje van Maza. Het is vrij koud in het huis. Februari is de koudste maand in Osaka. In de huiskamer wordt groene tee en later koffie met cake geserveerd op een tafelblad bovenop een grote gestikte deken. Onder de lage tafel zit een verwarmingselement. Om warm te blijven, drinken we tee met onze benen onder de deken. Fusako (17) zit op de middelbare school en Mitsuyo (19) op de universiteit. Hiroko waakt over hun welzijn en prestaties. Maza vertelt dat hij als manager vaak moet overwerken. Hij is een geluksvogel, want hij woont op een steenworp van zijn werk. Voor de meerderheid van de inwoners van Osaka is anderhalf tot twee uur sporen naar het werk eerder regel dan uitzondering. Dat ligt niet aan het openbaar vervoer, maar aan de grote afstand die ze dagelijks in de Kansai-regio per trein en metro moeten afleggen. Het openbaar vervoer is snel en perfekt geregeld, ook al staan op spitsuren de pushers met witte handschoenen klaar om duizenden forenzen in de treinen te persen. Van een lelijk eendje is de bruisende stad door het streven naar meer groen, snel bezig een struise zwaan te worden. Behalve als stad van handel, lichte industrie en culinaire tradities, heeft Osaka in Japan altijd een grote naam gehad als bieder van groots amusement. Dat blijkt niet alleen uit het vertier in Dotombori, maar ook in het op 36 minuten sporen van Osaka gelegen kuuroord Takarazu. Hier heeft de spoorwegmagnaat Chibo Kobayashi aan het eindpunt van zijn Hankyulijn de Takarazuka-revue opgebouwd. Het is een schitterende vermenging van traditioneel Japans teater met westerse opera en musical, een kombinatie van zang, dans, toneel en muziek door vrouwen in alle rollen. Jaarlijks melden zich duizenden entoesiaste meisjes van 16 jaar voor de audities en harde opleiding op de eigen school. De geniale teaterman Kobayashi heeft met zijn revue ook de emancipatie van de vrouw voor ogen gehad. Het gezelschap bestaat uit 700 mensen : 400 aktrices en 300 specialisten, schrijvers, producers, regisseurs, kleermakers en twee orkesten. De revue heeft een eigen teater voor 4000 toeschouwers in Takarazu. Alles staat in dit kuuroord in het teken van de revue. Kobayashi's foto hangt naast een schrijn achter het gigantische toneel waarop deze zondagochtend de Japanse bewerking van Gone with the Wind van Margaret Mitchell wordt opgevoerd. Osaka ligt dankzij de snelle Shinkansen-Express ook dichtbij de tempelstad Kyoto. Helaas valt de regen met bakken uit de hemel als de studente Engels, Yuriko Kanasaki, ons de trap naar de gigantische boeddha van de Ryozen Kannon laat beklimmen. Het beeld is 24 meter hoog en heeft een gezicht van zes meter met wenkbrauwen van 110 centimeter lengte. De Ryozen eert gesneuvelde soldaten en gestorven kinderen. In de vitrines staan 1000 beeldjes die elk een kind vertegenwoordigen en hun zielerust moeten bevorderen. Kyoto is een levend museum met 1650 boeddhistische tempels, 400 Shinto-heiligdommen, 60 tempeltuinen en een aantal prachtige oude keizerlijke paleizen. Het shintoïsme is de oergodsdienst van Japan. Het is na de zesde eeuw harmonisch verweven geraakt met het uit China overgewaaide boeddhisme. De historische monumenten van Kyoto zijn zo waardevol, dat de Amerikanen de stad spaarden tijdens de zware bombardementen in 1945. De studente Yuriko houdt van de rijkdom in de tempels en heiligdommen in Kyoto, maar niet vanwege de verbreiding van het shintoïsme en boeddhisme. Zij is kristen en draagt aan haar halsketting een gouden kruisje. Yuriko is een moderne Japanse vrouw, die thuis veel overredingskracht heeft moeten gebruiken om in Kyoto te mogen studeren. Traditioneel zorgen de vrouwen voor het gezin. Het bedrijfsleven ziet hen als een risico omdat ze zwanger kunnen worden. Als ze willen werken, moeten ze vaak genoegen nemen met tijdelijke baantjes. Er is een groot gebrek aan crèches. Yuriko noemt de oude kultuurvormen old fashioned en simpel, goed voor oude Japanners en een handvol toeristen. Haar houding is tekenend voor de huidige beroering in de Japanse samenleving. Een groeiend aantal vrouwen accepteert de traditionele rol van goede vrouw en wijze moeder niet meer, en wil ook carrière maken. De Japanse maatschappij is daar niet op berekend. Deze beroering is sterker geworden door de gevoelige knauw die het gevoel van de onfeilbaarheid van de Japanse samenleving en vooral van de Japanse mannen heeft gekregen door de gevolgen van de recente aardbeving en de giframp in de metro. Yuriko bezit wel een kimono. "Gekregen voor Meerderjarigheidsdag, 15 januari, toen ik twintig werd. " Ze draagt hem alleen nog op nieuwjaarsdag. Ze kent ook geen meisje in haar omgeving dat nog geisha wil worden. Ze denkt dat dit Japanse fenomeen zal uitsterven. "De opleiding duurt jaren en is zeer kostbaar. De geisha moet dat zelf betalen. Er zijn nu al zo weinig geisha's, dat alleen steenrijke zakenlieden zich hun charmant gezelschap kunnen veroorloven. " Yuriko's generatie vraagt om eigentijdse kultuur en hoeft niet elke dag rijst. "Spagetti en een pizza vinden wij ook erg lekker. "Vrouwen in kimono bezoeken de Taiheiji-tempel.Osaka waaierde uit rond een vesting met slotgrachten en een kasteel. Dichtbij het verledenstaan de kantoorgebouwen vanhet Osaka Business Park. De gekantelde pilaren van de Hanshin- autosnelweg staan acht maanden na de zware aardbeving weer overeind.Infrastrukturele werken in het havengebied.De Takarazuka-revue is een mengeling van traditioneel Japans teater en westerse operaen musical.Na de werkdag zakken bedienden af naar de eethuisjes, bars en klubs. Het hoort bij hun sociale status.Een van de bekendste symbolen van Osaka is de bewegende krab boven het restaurant van de Kani Doraku-keten. Hier kan je uren doorbrengen in de met glas overdekte Shinsaibashi-suji winkelpassage.Het station in Osaka is een stad-op-zich met honderden winkels, restaurants, eethuisjes, teesalons en take outs voor alle denkbare Japanse maaltijden.