De bekendste irissen bloeien eind mei en begin juni. Ze zijn vooral geliefd door hun grote variëteit aan zachte kleuren.
...

De bekendste irissen bloeien eind mei en begin juni. Ze zijn vooral geliefd door hun grote variëteit aan zachte kleuren. Tekst en foto's : Jean-Pierre GabriëlAan de voet van een verweerde muur gedijen baardirissen (Iris germanica) wonderwel, zeker als de zon hen verwent. Ze houden van gedraineerde grond, en het is de kalk van de afbrokkelende voegen tussen de stenen die hen gezond houdt. De gekleurde bloem- en kelkblaadjes zijn zo teer dat ze het zonlicht doorlaten, en hun geur is verrukkelijk. De Iris pseudacorus of moeraslis, ook gele lis genoemd, is een andere populaire soort. De Salische Franken, die de moeraslis goed kenden omdat de grachten rond hun huizen er vol van stonden, zetten ze op hun vaandels. Onder Clovis werd deze gestileerde figuur zelfs het symbool van de koningen van Frankrijk. De Iris pseudacorus is een sterke plant. Volgens Koen Engelen, die al op zijn vijftiende door de iris gefascineerd raakte en nu onze beste kweker van irissen en oosterse papavers is, gedijt dit plantje zowel op droge grond als op oevers en vochtige moerasgrond. Het kan zich zelfs vermenigvuldigen als het ondersteboven wordt geplant. Van ver lijken de baardiris en de moeraslis familie van elkaar. Maar de eerste heeft grote, complexe, bijna weelderige bloemen, en de tweede een fijn bloempje met een heel zuivere vorm. Iris germanica heeft grote wortelstokken die vlak onder de grond liggen, die van de Iris pseudacorus zijn minder uitgesproken en liggen dieper. Klein of groot, de wortelstokken sterven af na de bloei. Om te overleven, vormt de plant dus nieuwe wortels. De wortelstokken van de Iris germanica groeien jaarlijks in ringen naar buiten toe. Het is aan te raden dit kluwen van wortels na drie tot vier jaar uit elkaar te trekken om nieuwe planten te vormen. Bladerend in de catalogi van gespecialiseerde kwekers en in de registers van verzamelaars, valt meteen op dat de Iris germanica het talrijkst is vertegenwoordigd. De reden ligt voor de hand : ze is makkelijker te kruisen dan andere variëteiten. Het volstaat met een klein pincet of borsteltje wat pollen van de meeldraden op te nemen en ze naar de stamper van een andere baardiris te brengen. Daarmee is de bevruchting geschied. Verder is het alleen maar wachten op de zaadjes, die je dan moet verzamelen en zaaien. Duizenden liefhebbers en professionelen in de Verenigde Staten houden zich daarmee bezig, en zo krijgen ze bloemen in alle mogelijke kleuren : van blauw tot indigopaars, van het bleekste roze tot het donkerste wijnrood, en van crème over geel en zalm tot koraalrood en het diepste bruin. Die kleuren bestaan afzonderlijk of in camaieu in één enkele plant. De bloemen uit deze kruisingen zijn soms zo groot dat ze moeten worden gestut en opgebonden om te voorkomen dat de stengel breekt. Andere irissen, zoals de Iris ensata (Japanse iris, vroeger ook Iris kaempferi genoemd) en de Iris sibirica (Siberische iris) uit Rusland, hebben de populariteit van de Iris germanica bijna geëvenaard. Hun pluspunt is dat ze pas later bloeien. Zoals alle andere irissen houden ze van de volle zon en kalkrijke grond. De grond voor de ensata en sibirica moet heel vochtig zijn. De Japanse iris doet het zelfs goed als ze in het begin van het seizoen en tot de bloei begint met haar voetjes in het water staat. Ze houdt het gemakkelijk tien jaar uit op dezelfde plek, als ze maar op de juiste diepte is geplant, d.w.z. een tiental centimeter onder de grond : ze ontwikkelt haar nieuwe wortels vlak boven de wortelstok, die op het punt staat te verdwijnen. Irissen zijn vooral aantrekkelijk door de grote variëteit aan kleuren en vormen. In bepaalde staten van de VS, in Oregon bijvoorbeeld, zijn sommige verzamelaars niet te stuiten. Dat geldt ook voor Japan : alleen al in de provincie Higo werden er duizend nieuwe vormen van de Iris ensata gekweekt sinds het midden van de vorige eeuw. Een iristuin aanleggen, betekent dus leren spelen met die kleuren. Als je het goed uitkient, kan je het bloeiseizoen verlengen. Begin dan met dwergirissen (15 cm hoog) : Iris danfordiae, die op het eind van de winter geel bloeit, en Iris reticulata, die iets later verschijnt in blauw of paars. Na de bloei van de baardirissen, de Siberische en de Japanse irissen, kan je je ook laten verleiden door de grote Iris spuria, met een hoogte van 80 cm tot 1,50 m en kleuren die een flink deel van het bekende gamma bestrijken : geel, wit, oranje, bruin, blauw of roze. Als je ze goed tegen de kou beschermt, kan je laat op het jaar de kleine Iris unguicularis bewonderen uit Algerije, die een groot deel van de winter bloeit in lavendel, lila of wit. Je kan ook genieten van de herfstbloei van de nieuwe hybriden van de Iris germanica, en van onze inheemse soort, de gele Iris pseudacorus. De iris is niet alleen vandaag populair. Onder Clovis werd ze zelfs het symbool van de koningen van Frankrijk.Rechts : Japanse iris ; onder : Iris nikko (links), en verzameling baardirissen in een Vlaamse tuin.