Reacties : jp.mulders@skynet.be
...

Reacties : jp.mulders@skynet.beLangs Start gepasseerd, voor het eerst in 100.000 jaar. Zo lijkt dat tenminste, als ik Monopoly speel met de kinderen van een vriendin. Speciaal voor de gelegenheid heb ik een jubileumversie gekocht, met houten huizen en hotels, metalen pionnen in de vorm van treintjes, raceauto's, een hondje en zelfs een vingerhoed. De doos waarin de Monopoly zich schuilhield, is van hout en ruikt daar ook naar, iets wat je van de dingen steeds minder durft hopen. Ik verwachtte dat ze naar plastic zou ruiken, naar kippenvoer of misschien wel naar boterhamspijs van kabouter Plop. Authenticiteit is zo'n schaars goed geworden dat je ervan schrikt als je het nog een zeldzame keer ontmoet. Het speelbord is een replica van de borden die in de tijd van onze vad'ren bij Monopoly's werden gestopt. Ergens klopt toch iets niet, want op het geld staan bedragen in euro's terwijl die destijds nog niet bestonden. Bovendien zie ik te laat dat ik een tweetalig spel heb gekocht, met bouwgronden van ver over de taalgrens. Ik wil geen taaie prins tegen mij in het harnas jagen maar toegegeven, wild word ik niet van de Place Verte in Verviers. Voor de rest komt alles snel terug, met een helderheid die laat vermoeden dat een deel van mij al die jaren Monopoly is blijven spelen. Gratis parkeren en In de gevangenis û slechts op bezoek. Het zijn namen van oude vrienden. Terwijl we zitten te spelen, roert in de coulissen de Sint zijn vrijgevige staart. Eén zoontje heeft het drakenfort van Playmobil "besteld", het andere een vrachtwagen van DHL. Volwassenen die kinderen en masse wijsmaken dat er zoiets als een Grote Vriend bestaat, die ondanks zijn gevorderde leeftijd 's nachts over de daken waart : wat een vreemd complot is dat toch. Een grootschalige leugen waarvan de diepere zin, besef ik opeens, niet veel anders kan zijn dan hen al vroeg vertrouwd te maken met ontgoocheling & bedrog. Als je al jong hebt moeten verwerken dat de goedheilig man een samenraapsel is van verzinsels, zul je dat later misschien ook makkelijker kunnen aanvaarden van al die andere dingen waarover ons hersenschimmen op de mouw worden gespeld. De liefde, bijvoorbeeld, of het alomverspreide waandenkbeeld van de American Dream, waarin iedereen met hard werken de top kan bereiken. Maar zulke dingen zeg je natuurlijk niet tegen een kind. Daarom ga ik ijverig door met het trekken van Kans- en Algemeen Fonds-kaarten. Lijfrentes en preferente aandelen begrijp ik nu vele keren beter dan toen, evenals het ooit nogal duistere U wordt opgebracht wegens dronkenschap : 20 euro boete. Die vriendin van mij en haar man zijn nog niet zo lang geleden gescheiden. Dat levert hun kids, naast extra cadeautjes, een soort tristesse op die zelfs The Incredibles niet helemaal kunnen verjagen. Zonder daarin te overdrijven, heb ik wel een beetje met hen te doen. Terwijl de dobbelstenen vrolijk tikken en ik de Gentse Veldstraat hypothekeer, denk ik terug aan die ene donkere periode tussen sinterklaas en kerst, lang geleden, toen mijn ouders uit elkaar waren en mijn vader in zijn eentje op het appartement in de buurt van Granada ging overwinteren. Mijn cadeautjes had hij achtergelaten in zijn verlaten atelier. Grijze woordenboeken, Latijn-Nederlands en vice versa, waarop hij in de sierlijke letters die hij alleen nog beheerste mijn naam had gekalligrafeerd. Er waren ook modelvliegtuigjes, waar ik rond mijn twaalfde ongemeen dol op was. Je moest ze beschilderen met verf uit piepkleine potjes. Die had mijn vader niet gekocht op basis van de kleurcodes op de doos, maar bij benadering, vertrouwend op zijn kunstenaarsogen. Die onbeholpenheid van hem, die me anders zou hebben misnoegd, gaf me nu een krop in de keel. Ik was nog liever doodgevallen dan die Spitfire te schilderen in accuratere kleuren dan hij voor me uitgekozen had. Ik zie mezelf daar nog staan, in dat kille atelier, met een Vliegend Fort in mijn handen en gemis in mijn hart, van een intensiteit die nog maar zelden overtroffen werd. Tenzij vijf jaar later misschien, toen mijn vader stierf en ik opeens besefte dat hij nooit meer kleur voor mij zou kiezen. Raar toch, hoe het altijd weer de droeviger dingen zijn die erom smeken te worden beschreven. U zult nog denken dat ik een somber man ben, die samenhangt van weemoed en opstandigheid tegen het leven. Terwijl ik in werkelijkheid een vrolijke vent kan zijn, die gladjes door zijn dagen rolt en er zowel van kan genieten dikke turven over Hitler en Stalin te lezen als een telegeleide mini met slippende banden door de keuken te sturen. Een kerel van de gulle lach, die graag de tweede prijs wint in een schoonheidswedstrijd en van elke speler 10 euro ontvangt. Die kaart vind ik nog net als vroeger hilarisch en een tikje gênant. Tussen mijn ouders is alles toentertijd gelukkig toch nog onverwacht weer goed gekomen. JEAN-PAUL MULDERS