Deze week organiseert Sensoa de Week van de Lentekriebels om scholen, jeugdorganisaties en ouders aan te sporen om met hun kinderen over seksualiteit te praten. Ook in deze tijden is dat niet zo eenvoudig, en hebben nogal wat ouders koudwatervrees. Hoe beginnen ze eraan ? En hoever kun je gaan ? Maar waarom zijn ze er zo bang voor ?
...

Deze week organiseert Sensoa de Week van de Lentekriebels om scholen, jeugdorganisaties en ouders aan te sporen om met hun kinderen over seksualiteit te praten. Ook in deze tijden is dat niet zo eenvoudig, en hebben nogal wat ouders koudwatervrees. Hoe beginnen ze eraan ? En hoever kun je gaan ? Maar waarom zijn ze er zo bang voor ? "Het is normaal dat ouders zich onzeker voelen om met hun kinderen over seks te spreken", zegt Hilde Colpin, professor aan de faculteit psychologie en pedago-gische wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze onder meer seksuele opvoeding doceert. "Seks blijft een gevoelig en intiem onderwerp. Nederlands onderzoek wijst uit dat ouders graag openhartig met hun kinderen willen praten over seks, maar zeker niet de indruk willen wekken dat ze alles zomaar goedkeuren. Ze vrezen ook dat ze hun eigen privacy én die van de jongere schenden. En jongeren willen er graag met hun ouders over spreken maar zijn dan weer bang om zich te veel bloot te geven. En zo zwijgt iedereen. Een wachtkamercultuur, heet dat." Colpin verwijst verder naar een studie van de Britse Joanne Frankham bij jonge ouders. Die zijn het erover eens dat de seksuele opvoeding die ze zelf kregen niet veel voorstelt. Ze waren van plan om het totaal anders aan te pakken met hun eigen kinderen. Eerlijk. Open. Maar wat bleek ? Ze willen dat wel, maar ze doen het niet. Frankham noteerde dialogen als : "Mama, waar komen baby's vandaan ?" "Uit mama's buik." "Hoe komen ze daar ?" "Door papa." "Waarom ?" "Omdat we dat graag wilden." Precies het soort antwoorden dat niet bepaald uitnodigt om met nog meer vragen op de proppen te komen. Integendeel. Joanne Frankham zag ook hoe ouders reageren als ze bij hun kinderen seksueel getinte spelletjes ontdekken. Dan weerklinkt veelal afwijzing, gaande van "houd daar eens mee op" tot "stop daar onmiddellijk mee !" "Frankham concludeert dat ouders hun kinderen het gevoel geven dat ze iets doen wat niet mag, zonder uit te leggen waarom", zegt Hilde Colpin. "En op die manier geven ze hun kind hetzelfde schaamtegevoel over seks als wat ze vroeger zelf hebben gekregen." Hilde Colpin : Het klopt dat de opvoeding de laatste decennia sterk veranderd is. Vroeger was die autoritair. Ouders waren streng, zij stelden regels en grenzen, er was veel meer afstand met de kinderen. De opvoeding is democratischer geworden. Ouders spelen nu vooral een ondersteunende rol, en de vertrouwensband is veel groter. In een warm gezinsklimaat koesteren ouders hun kinderen, maar heersen er ook duidelijke normen en regels die het kind houvast bieden, zonder dat er een overdreven controle is. Er zijn sterke affectieve banden, er is steun, warmte en liefde. Een dergelijke omgeving heeft een gunstig effect op het welbevinden van de kinderen én op hun omgang met leeftijdgenoten. Seks werd vroeger vaak doodgezwegen, of seksuele voorlichting was louter gericht op de voortplanting. Seks hoorde thuis in het huwelijk en was onlosmakelijk verbonden met het krijgen van kinderen. Buiten en vóór het huwelijk moest het vermeden worden. De laatste decennia, zeker sinds veilige voorbehoedsmiddelen ter beschikking stonden, is de seksuele moraal én de voorlichting geleidelijk veranderd. Nu aanvaardt men steeds meer dat jongeren seksueel actief zijn. Dertig jaar geleden waren de meeste Vlaamse jongeren zelf nog van mening dat seks iets was voor binnen het huwelijk. Later was het steeds meer geoorloofd in een vaste relatie, met de verloofde. Dan in een min of meer vaste relatie. En nog later was de voorwaarde : gevoelens van liefde hebben voor elkaar. Ook als het niet zeker is of de relatie verder een toekomst heeft. Nee, zeker niet. Seks louter en alleen omwille van de fysieke bevrediging, dat vinden jongeren niet ideaal. Emotionele uitwisseling is belangrijk, maar daarom niet noodzakelijk gekaderd in een duurzame relatie. Als ze dat denken, vergissen ze zich, toch voor het merendeel van de jongeren. Bij de meesten verloopt de kennismaking met seks zeer geleidelijk. Eerst is er een fase van kussen en knuffelen, daarna één van aanraken onder de kleren, dan naakt vrijen, pas daarna gaan ze over tot coïtus. Het is echt niet zo dat ze, eens ze een lief hebben, daar morgen mee naar bed gaan. Het wetenschappelijk onderzoek hierover staat nog in de kinderschoenen. Maar het is duidelijk dat als ouders en kinderen in een warm opvoedingsklimaat vertrouwelijk met elkaar omgaan, een goede en open communicatie hebben over seks, dan worden die jongeren doorgaans pas later seksueel actief, hebben ze minder seksuele partners en een beter anticonceptiegebruik. Dat is bewezen. Het staat ook wetenschappelijk vast dat je kinderen niet negatief beïnvloedt als je ze dingen vertelt die ze nog niet begrijpen. Kinderen pikken alleen op wat ze aankunnen, ze gaan gewoon voorbij aan wat niet in hun leefwereld past. Het is gezond dat ouders een zekere schroom ervaren. De schaamte die ze tegenover hun kinderen voelen, heeft ook een positieve functie. Je wilt als ouder ook niet té dicht bij je kind komen : het wereldwijde incesttaboe remt je in bepaalde mate af. De vertrouwensband tussen ouders en kinderen mag nog zo hecht zijn, er zijn grenzen : over bepaalde zaken praat je als kind nog steeds niet met je ouders, en als ouder ook niet met je kind. En ouders zijn ook geneigd om de kinderlijke onschuld te beschermen. Dat is waar. Maar die woorden passen vooral in een enge, door volwassenen ingekleurde visie op seksualiteit. Seks is meer dan coïtus. Volgens de Nederlandse professor Jany Rademakers gaat seks over drie dingen : geslachtelijkheid, lichamelijkheid en intimiteit. Als je seksualiteit op die wijze verruimt, begint seksuele opvoeding bij de geboorte. Geslachtelijkheid verwijst naar het leren kennen van de biologische sekse en de seksuele voorkeur. Lichamelijkheid gaat om het ontdekken van het eigen lichaam en dat van anderen, en van lichamelijk genot. Intimiteit betreft het aangaan van relaties. Door aanraken, aaien en knuffelen ervaart een pasgeboren baby al wat intimiteit en lichamelijk genot zijn. Kinderen geven je ontzettend veel kansen om het over seksualiteit te hebben, ook als ze nog heel klein zijn : "Jij bent een jongen. Papa is ook een jongen. Papa en jij hebben een piemel." Als je de ruime visie negeert, sta je op een dag voor de zware opdracht om met je kind te praten over seks, zonder dat het ooit aan de orde is geweest. Kinderen ervaren dat als vreemd en onaangenaam : "Waar begint die nu over ?" Maar als je met je kind van jongs af openlijk praat over relaties en lichamelijkheid, vloeit dat er gewoon uit voort. De vraag is niet óf kinderen seksuele opvoeding krijgen, maar hoe en welke. Het is immers onmogelijk om ze af te schermen van allerlei invloeden. Kinderen en jongeren worden er aldoor mee bestookt, door anderen, door tv, door reclame, noem maar op. Over seks zwijgen of het onderwerp ontwijken is óók een boodschap. Je kunt er maar beter openhartig over zijn, maar op een behoedzame manier. Zorg dus van in de wieg voor een goede vertrouwensband en een warm opvoedingsklimaat. Verruim je visie op seks, heb oog en oor voor vragen en signalen van je kind en benut de kansen om er met je kind over te praten. Info : www.sensoa.be, www.jeugdenseksualiteit.be Door Griet Schrauwen Illustratie Arpaïs Du Bois